Weekend magazine cover
  • In dit nummer Path 400 Created with Sketch.

  • Z Magazine - juni 2017 Path 400 Created with Sketch.

  • Menu Path 400 Created with Sketch.

Oval 3 + Path 400

Not as Usual

Hot: Glamperen op ijskoud Antarctica
Wie totaal is uitgekeken op Zuid-Frankrijk als kampeerbestemming moet zeker een keer uitwijken naar Antarctica. Daar is recent een nieuwe camping geopend die zich afficheert als ‘de enige camping’ in de binnenlanden van Antarctica. De onderkomens waar gasten verblijven zijn gebouwd van fibreglass. Ieder bolletje biedt onderdak voor twee personen. De domes rusten op een ondergrond van houten vlonders en zijn stevig vastgezet met metalen kabels om de Antarctische elementen te weerstaan. White Desert Camp is een initiatief van Patrick en Robyn Woodhead die met het aanbieden van luxe vakanties naar het koude continent de oude tijden van de Victoriaanse wereldreiziger wil laten herleven. Gezien het bijzondere interieur van de weerbestendige pods en de vele activiteiten die er georganiseerd worden (klimmen, vliegen, ijstunnels en pinguïns bezoeken) lijkt dat aardig gelukt. En er is geen reden voor zorg over achtergelaten afval: de hele arctische glamsite is zero-waste opgezet. 

Googlebaas bouwt moderne Hindenburg

Hoewel je de mannen die Google (inmiddels Alphabet) oprichten nooit meer hoort over hun vroegere motto ‘Don’t be evil’, sluimert er nog steeds iets goed-doenerigs onder alle privacy schendende activiteiten. Google topman Sergey Brin maakte onlangs bekend dat hij een gloednieuw luchtschip laat bouwen ter waarde van honderdvijftig miljoen dollar. Bij 'luchtschip' moet je denken aan een zeppelin. De Blimp wordt tweehonderd meter lang en de bouw vindt plaats in een hangar naast het Google-hoofdkwartier. Het gevaarte gaat volgens Brin twee doelen dienen. Aan de ene kant wordt het luchtschip ingezet voor humanitaire acties. Het voordeel is namelijk dat een luchtschip overal kan opstijgen en landen en daardoor ook moeilijke locaties bereikbaar zijn. Aan de andere kant wordt de zeppelin uitgerust als partyschip dat van alle denkbare luxe is voorzien. Brin wil ‘m gaan gebruiken voor uitjes met de familie. We kunnen ons zo voorstellen dat het gezin Brin, zwevend boven een arm Afrikaans dorp, nippend van een cocktail voedselpakketten over de reling duwt. Genieten zonder schuldgevoel, wat wil een mens nog meer?​

Drijf de demonen uit uw hond
Wie het gevoel heeft dat de trouwe viervoeter de laatste tijd niet meer zo lekker in z’n vel zit, kan natuurlijk een dierenarts bezoeken of een stukje over het strand gaan lopen. Maar nog beter wordt een afspraak gemaakt met de D+ Spa, gelegen in Kagoshima Prefecture. Dit japanse verwencentrum is geheel gewijd aan het geestelijk welzijn van huisdieren. Exclusief voor honden een exorcisme uitdrijfprogramma opgezet. Een speciaal aangestelde shinto-priester is onderdeel van de opschoonklus die van uw hond weer de oude moet maken. Na de ceremonie waarmee kwade geesten worden uitgedreven, is er tijd voor een verkwikkend bad en diner. De sessie duurt een half uur en omvat ook een verwenmomentje voor de baasjes. Die kunnen zich tijdens de exorcisme-sessie vermaken in een mineraal bubbelbad.

 

Het goud ligt voor ons letterlijk op straat

Joost de Kluijver brengt met Closing the Loop tweedehands mobieltjes naar Afrika en haalt afgedankte exemplaren weer hierheen om alle kostbare metalen eruit te halen. Urban mining helpt westerse bedrijven met de terugdringing van e-waste (elektronisch afval).

Iemand die zich professioneel bezig houdt met de recycling van oude telefoons, vestigt onwillekeurig de aandacht op de elektronische apparatuur die hij zélf meesleept. Joost de Kluijver stelt wat dat betreft niet teleur. Zijn Samsungtelefoon is buitengewoon tweedehands. Om zijn pols zit een dun Casioklokje, retro genoeg om weer hip te zijn. En uit zijn aktetas diept hij een blokkerige Dell-laptop op die ook niet tot de allerlaatste lichting behoort. “Ik vind die flashiness gewoon niet zo nodig.” is De Kluijver zijn commentaar.

Hij startte Closing the Loop in 2012. Het bedrijf, begonnen als stichting maar inmiddels een BV is actief in elf landen. Closing the Loop koopt gebruikte telefoons in het westen in, om deze gereviseerd een tweede leven te geven.

In Afrika richten ze zich op het einde van de levenscyclus. Hier worden telefoons die echt niet meer te repareren zijn - Afrikanen gaan wat dat betreft tot het gaatje- , ingezameld en per container naar Europa verscheept waar ze ontdaan worden van hun waardevolle en schaarse grondstoffen. Die worden vervolgens hergebruikt. De markt voor deze vorm van urban mining is in potentie enorm. Er zijn naar schatting zo’n vierenhalf miljard mobieltjes in omloop.

Hoe gaan de zaken?

“Het is echt een olievlek nu. De laatste twee jaar gaat het ineens heel hard.”

Hoe ben je op het idee gekomen om mobieltjes te recyclen?

“Met telefoons hou ik me al sinds 2001 bezig, toen ik een eerste baantje had als online verkoper van telefoons. Ik ben ook een tijdje consultant geweest bij Accenture. En ik heb bij een diehard NGO gewerkt. Wel commercieel maar niet alleen maar bezig met geld zijn, dat leek me de mooiste combinatie. Bij mijn eerste bedrijf, dat niet meer bestaat, kwamen die drie dingen bij elkaar. Telefoons, duurzaamheid en commercie. We begonnen met

"Ik wil wel commercieel, maar niet alleen met geld bezig zijn"

het repareren van telefoons om die weer opnieuw te verkopen.”

Hoe groot is de waarde van de markt van tweedehands telefoons?

“Toen ik net begon een paar honderd miljoen. Nu ruim zeventien miljard dollar per jaar.”

Wat is de waarde van zo’n afgedankte smartphone?

“Je hebt twee soorten waarde: wat je er voor krijgt als je hem repareert en welke grondstoffen er in zitten. In het eerste geval gaat het, heel grof genomen, om zo’n veertig euro per toestel. In het tweede geval gaat het om minder dan een euro.”

Zitten er ook grondstoffen in die uit conflictgebieden komen?

“De productie van mobieltjes is berucht vanwege de gebruikte grondstoffen, niet alleen vanwege de herkomst ervan maar ook door de vervuilende productie. Goud is een goed voorbeeld. Bij de winning wordt veel kwik gebruikt. Daarnaast heb je conflictmineralen. Daar zijn veel reportages over geweest. Die worden gedolven in bijvoorbeeld Congo en dragen daar bij aan plaatselijke conflicten. Doordat een stabiele overheid ontbreekt, eisen verschillende krijgsheren dezelfde mijn op. Daar gaan ze vervolgens om vechten en de opbrengsten van zo’n mijn houden de strijd in stand.”

Is het terugdringen van vervuiling en conflicten het belangrijkste doel van Closing the Loop?

“Nee, eigenlijk gaat het er vooral om ons eigen model beter te maken. Het is niet logisch om hier telefoons in te zamelen en te repareren, die vervolgens naar Afrika te verschepen waarna ze daar, als ze echt niet meer gerepareerd kunnen worden, in de sloot worden gegooid.”

Je zag dat iets goed doen, een onbedoeld schadelijk bijeffect sorteerde?

“Ja. Dat is helaas heel vaak zo met duurzaamheid. Je brengt, weet ik veel, vol goede bedoelingen oude fietsen ergens heen en maakt zo de lokale

"Goed doen heeft vaak een onbedoeld schadelijk bijeffect"

fietsenmaker werkloos.”

Hoe kun je dat voorkomen?

“Door te beginnen. Dan pas kom je dingen tegen die niet kloppen. En die kun je dan oplossen.”

Waarom ligt de focus op Afrika? Wordt er in Nederland al voldoende gerecycled?

“Nederland is, samen met Scandinavië, koploper met zo’n vijftig procent. Ook het Verenigd Koninkrijk doet het goed. Maar binnen Europa bungelt Griekenland bijvoorbeeld onderaan. Daar wordt elektronisch afval nog gewoon verbrand. De keus voor Afrika is vooral praktisch. Daar ligt ons netwerk. En daar liggen ook veel meer kansen. Er worden jaarlijks honderden miljoenen telefoons verkocht op het continent.”

Wat gebeurt er met al die toestellen als ze afgedankt worden?

“Je hebt een paar beruchte plekken waar elektronisch afval verbrand wordt. Ik ben er zelf wel eens geweest in Ghana. Je ziet dikke zwarte rookwolken. En de grond is volledig zwartgeblakerd en vervuild. Het wordt allemaal uit een container gegooid, benzine erover en fikken maar. Kinderen scharrelen rond met magneetjes om de laatste restjes metaal van de grond op te vissen.”

De interesse van Apple
Closing the Loop wil een recyclingfabriek in Afrika opzetten zodat het heen en weer gesleep met oude telefoons kan ophouden. Daarnaast wil het bedrijf bijdragen aan het inrichten van een productieketen die circulair is, waarbij telefoonfabrikanten bij het ontwerp al rekening houden met hergebruik. Tot slot wil de onderneming de verzamelde grondstoffen direct aan producenten van telefoons gaan leveren, zodat deze niet langer gebruik maken van ‘virgin mined’ metalen. Het lijkt erop dat Apple daar wel oren naar heeft. De telefoonfabrikant maakte recent bekend in de toekomst af te willen gaan zien van de toepassing van deze vers gedolven grondstoffen.

Hoe zit het businessmodel van Closing the Loop nu in elkaar?

“We zamelen telefoons in in Afrikaanse landen, met hulp van lokale partners. Die verschepen we hierheen waarna we ze aanbieden aan een Belgisch recyclingbedrijf. Die betalen ons voor de grondstoffen.”

Was het moeilijk om hier een kloppend verdienmodel omheen te bouwen?

“Moeilijk in die zin, dat we als stichting begonnen en niet zo met geld verdienen bezig waren. Dan verlies je dat belang snel uit het oog.”

Wanneer besloot je om daar anders tegenaan te gaan kijken?

“Ik wilde dat het een commerciële draai ging krijgen omdat ik geloof dat je dan makkelijker met mensen praat. Je kan dan de kracht van 'de markt' inzetten, die is enorm. En ik wilde ook niet op jacht naar

"Ik wilde niet op jacht naar subsidies"

subsidies.”

Hebben jullie geen enkele hulp gekregen?

“We hebben donaties gekregen van partijen wiens mobiele telefoonbeleid we verduurzamen, zoals Eneco en IBM.”

Was het moeilijk om aan een opstartinvestering te komen?

“We moesten lokale partners vinden. Mensen opleiden. Dat kostte veel tijd en klauwen met geld. We hebben ook wel geprobeerd om overheden achter ons te scharen, maar daar zijn we snel, na een paar dagen praten, mee opgehouden. In de beginfase konden we niet veel voor elkaar doen.”

Ook Afrikaanse overheden?

“Wat ze vaak over Afrikaanse overheden zeggen is dat je al blij moet zijn als ze je niet tegenwerken. De eerste twee jaar hebben we geen contact gezocht. Nu wel. Als je ze negeert en ze komen erachter dan ruiken ze een kans. Ik heb het dan niet over de overheid in het algemeen, maar meer over individuele ambtenaren.”

Ben je een zekere naïviteit kwijt geraakt wat betreft je verwachtingen van de samenwerkingen aldaar?

“Die naïviteit heb ik nog steeds. Daarom doe ik het niet meer. Dat is deels ook een mis-match met mij als persoonlijkheid.”

Want?

"Ik ben zelfs voor een Nederlander al vrij lomp en direct"

“Ik ben zelfs voor een Nederlander al vrij lomp en direct. Als je weet dat je in Afrika tachtig procent van je tijd kwijt bent aan het masseren en goed houden van relaties, dan werkt dat niet voor mij.”

Hoe los je dat op?

“Mijn Zuid-Afrikaanse collega is opgegroeid in Ghana en die kan dat. Die heeft de olifantshuid.”

Je recente doorbraak is dat Closing the Loop het eindelijk voor elkaar heeft gekregen om een stel containers uit Afrika deze kant op te krijgen.

“Bijna. Ze staan nu vast in Kenya omdat er nog een ambtenaar een stempeltje moet zetten. Die was niet betrokken bij het proces en weigert medewerking. Je wilt niet weten hoeveel mensen er bij zo’n transport betrokken zijn. We dachten iedereen gehad te hebben. Zijn we er toch nog eentje vergeten.”

Hoe zamel je oude telefoons in, in Afrika?

“Grofweg drie manieren. Ten eerste: betalen. Daar hebben we een les uit geleerd. We betaalden in het begin veel te veel. Ten tweede: inzamelen via individuen. We gaan naar een dorp om telefoons op de markt of in de kerk te verzamelen. Zingende vrouwen in een busje kondigen vooraf onze komst aan. En ten derde via de lokale telecomsector. Verkoop- en reparatiepunten dus. We hebben nu een inzamelnetwerk, verspreid over elf landen.”

Hoe zie je de toekomst van Closing the Loop? Er liggen enorme kansen.

“Er zijn natuurlijk nog genoeg loops die we kunnen closen. De eerste waar ik aan denk zijn batterijen. Enorm schadelijk en tegelijk erg belangrijk, kijk

"Er zijn nog genoeg loops te closen, batterijen bijvoorbeeld"

maar naar lithium dat in alle batterijen van elektrische auto’s zit. Wordt nu weggegooid en er zijn nog maar een paar partijen op de wereld die lithium batterijen kunnen recyclen. Er zijn nog veel meer dingen zoals pc’s, tablets en noem maar op. Wat computers wel van telefoons onderscheidt is je een telefoon niet zo makkelijk uit elkaar kunt halen.”

Willen jullie zelf geen recyclingfabriek bouwen, in Afrika?

“Dat behoort wel tot onze doelen, ja. Maar dat is nu nog te vroeg en te duur. Bovendien ontbreekt daar nu nog de kennis om zo’n fabriek draaiende te houden.”

Wat is de positie van Nederland in deze?

“Nederland is koploper op het gebied van urban mining. De technieken die we toepassen zijn cutting edge. We worden door de hele wereld uitgenodigd.”

Vindt er innovatie plaats op het gebied van urban mining?

“Je ziet nu dat er gekeken wordt naar zuren en bacteriën om de grondstoffen uit een telefoon te halen.  Er vinden pilots plaats om e-waste op deze manier om te zetten in grondstof. Duurt nog wel twaalf jaar. We kijken naar Rwanda, het Zwitserland van Afrika. Dat zou een mooi voorbeeldland zijn voor urban mining. Het goud ligt voor ons –letterlijk- op straat.”

Als bedrijf ‘e-waste neutraal’ mobieltjes verstrekken aan de werknemers?
Speciaal voor bedrijven heeft Closing the Loop het One-For-One programma opgezet. Het stelt bedrijven in staat de negatieve impact van hun telecombeleid, tot nul te reduceren. Het grondstofverbruik van nieuwe telefoons wordt gecompenseerd (net als CO2-compensatie). En afgedankte telefoons kunnen via Closing the Loop een afvalvrij tweede leven krijgen. Zo weten bedrijven als ING en Schiphol zeker dat ze geen bijdrage leveren aan de toename van elektronisch afval. Ook de Nederlandse overheid heeft inmiddels deelname aan het programma toegezegd, verklapt De Kluijver.

Door Matthijs van der Pol

Glas, riet en ruim zicht

Hun loft in Berlicum is niet het eerste huis dat Jan en Miriam van der Maar zelf bouwden. In 1991 kochten ze al eens een kavel in Rosmalen om hier een vrijstaande woning te bouwen. Maar toen deze af was zag Jan meteen wat er beter kon -de verhoudingen klopten niet- dus zodra de kans zich voordeed besloot hij het over te doen. Dit keer met meer succes.

Architect: Maas Architecten Lochem en Zeist
Woonoppervlakte: 455 m2
Kavel oppervlakte: 9000 m2
​Bouwtijd: 15 maanden

De locatie
Jan en Miriam woonden al geruime tijd in hun zelfgebouwde nieuwbouwwoning in Rosmalen toen ze een boerderij met wijds uitzicht bezochten. "Zo'n uitzicht wilden wij ook. Weg uit de nieuwbouwwijk en op naar de ruimte." Maar liefst wel in de buurt. Ze liepen tegen een klein oud huisje met een lap grond in Berlicum aan. Ze mochten de kavel van de gemeente kopen maar kregen nog geen vergunning om te gaan bouwen. "Uiteindelijk hebben we hier vijf jaar op gewacht en het leek op een bepaald moment zelfs helemaal niet meer te gaan lukken. Intussen woonden we al wel in een bouwkeet op de kavel."


Een wijds uitzicht, rust en ruimte

De voorbereiding
De lange wachttijd in de bouwkeet werd goed benut. Jan en Miriam hadden alle tijd om te bedenken hoe hun volgende huis er uit moest zien. "Ik heb in die tijd heel wat avonden op Pinterest doorgebracht en uiteraard hebben we ook goed om ons heen gekeken." Zo zag Jan een huis in Laren dat heel dicht in de buurt kwam van het huis dat hij in gedachten had. "Via de bewoners van dit huis ben ik in contact gekomen met Maas Architecten die ons huis uiteindelijk ook ontworpen hebben."

De architect
Ook het ontwerpproces profiteerde mee van de lange wachttijd. In totaal is Jan samen met Maas Architecten zo'n drie jaar met het ontwerp bezig geweest. "Onze voornaamste wens was veel glas om optimaal van het wijdse uitzicht te kunnen genieten, maar zonder dat dit ten koste zou gaan van onze privacy. Dat is gelukt." Andere bijzonderheden aan het ontwerp zijn de H-vorm waarin het huis gebouwd is en waardoor een besloten buitenruimte ontstaat en de glazen kas die als atelier functioneert. Daarnaast zijn alle ruimtes in het huis aan elkaar verbonden, zoals het een echte loft betaamt.


Plattegrond waarop H-vorm goed zichtbaar is

De bouw
In het najaar van 2013 startte Jan met de bouw, inderdaad midden in de financiële crisis. Dit maakte dat hij de luxe had om uit zes verschillende offertes te kunnen kiezen. En ook nu weer plukte Jan de vruchten van de lange wachttijd en daardoor gedegen voorbereiding. De bouw verliep helemaal als gepland en het resultaat was exact volgens de specificaties. "Misschien heeft het feit dat ik er met mijn neus bovenop zat ook meegeholpen, ik woonde een paar meter verderop in een bouwkeet." De afbouw deed Jan zelf en in december 2014 kon de bouwkeet afgebroken worden en trokken Jan en Miriam in hun nieuwe huis.


De kas die als atelier functioneert

100% tevreden?
"Ik ben opzich erg tevreden. Een favoriete plek in het huis vind ik moeilijk om te noemen, omdat we eigenlijk overal heel graag zitten. We hebben bijna overal een ruim uitzicht en heerlijk veel daglicht" Dat Jan en Miriam niet de enigen zijn die van hun huis genieten zien ze aan de vele voorbijgangers. "Er loopt een fietspad langs ons huis en eigenlijk fietst er zelden iemand voorbij zonder om te kijken." Eén klein puntje van kritiek heeft Jan wel: "Ik had het buitenzwembad achteraf liever binnen in de kelder gehad, die is 127m2 dus dat had prima gepast. Maar dat gaat nu helaas niet meer." Ach, als dat alles is.
Nieuwsgierig naar de loft van Jan en Miriam? Boek één van de kamers in hun luxueuze B&B!

Door Nynke Nijp

Plastic? Fantastic!

We komen, zoals bekend, óm in het plastic. Een Belgisch recyclingbedrijf wil daar iets aan doen. En Nederlandse designers moeten een handje helpen.

Het is druk en warm in het wonderschone met marmer beklede stadspaleis Palazzo Cavalli-Franchetti in hartje Venetië. Buiten raast de ene na de andere boot door de Canale Grande. Opgedofte bezoekers van de tweejaarlijkse kunsttentoonstelling Biënnale haasten zich per watertaxi naar een van de talloze tentoonstellingen en openingen.
Binnen legt designer Dirk Vander Kooij aan een gezelschap van medeontwerpers, fabrikanten en trendwatchers uit waarom hij met plastic van gerecycled afval werkt.


Palazzo Cavalli-Franchetti

Permanente collectie
Het gezelschap is uitgenodigd door de Vlaamse recyclingfabriek Eco-Oh. “Ik hou van de onverwachte schoonheid.”, zegt hij terwijl hij een video laat zien van een knalgele robotarm waarmee hij zijn eerste stoel, de ‘Endless’ 3D-printte. Laag na laag spuugt de spuitmond een dikke draad vloeibare plastic op de ander, net zo lang tot er een stoel is verrezen.

Vander Kooij studeerde aan de Design Academy in Eindhoven waar hij zich op plastic restmateriaal stortte. Het interieur van koelkasten verwerkte hij tot felgekleurde eetkamerstoelen die er knuffelig uitzien maar stevig aanvoelen. Van het plastic dat

"Ik hou van de onverwachte schoonheid"

overblijft bij de productie van doorzichtige dakramen vervaardigt hij de Sunflower, een fraaie designlamp die in de verte doen denken aan een tandartslamp. Zijn werk is niet onopgemerkt gebleven. Zowel het Stedelijk Museum in Amsterdam als het MoMa in New York heeft meubilair van Vander Kooij in de permanente collectie opgenomen.

Stadsmeubilair van gerecycled plastic
Het Belgische bedrijf Eco-Oh grijpt de Biennale aan om hun product, stadsmeubilair gemaakt van gerecycled plastic, onder de aandacht te brengen. Eco-Oh verwerkt als enige Belgische bedrijf het plastic afval dat in België wordt weggegooid. De Belgen lopen achter op de kunststofrecyclingindustrie in Nederland, waar al meer dan de helft van de plastic afvalberg in bewerkte vorm terugstroomt voor hergebruik. De ambitie is om die achterstand snel goed te maken.

Impasse doorbreken

"Designers kennen de mogelijkheden niet"

Marketingman Stefan Wouters van Eco-Oh zegt dat ze met een kip-ei-probleem kampen: designers kennen de mogelijkheden van gerecyclede grondstoffen niet. Op hun beurt kennen zij de designers niet. Beiden samenbrengen zoals hier in Venetië gebeurt, moet de impasse doorbreken en de vraag naar herwonnen plastic als grondstof aanjagen.

Nederlander Jan Puylaert, al vijfendertig jaar woonachtig in Italië en eigenaar van de Italiaanse producent van badkamermeubilair Wet Design, beaamt dat er een betere aansluiting moet komen tussen grondstofleveranciers, ontwerpers en producenten. Wet heeft tamelijk veel succes met lichtgevende badkuipen en wasbakken. “Wij maken nu gebruik van restmateriaal dat we via fabrieken krijgen. Eigenlijk zouden we ook meer met gerecycled plastic moeten gaan werken.”

Prachtig
Directeur Koen Verhaert ziet dan ook een glorieuze toekomst voor zich opdoemen. Hij wil binnen enkele jaren de productie verdubbelen en verwacht binnen enkele jaren zelfs zo’n tachtig procent te kunnen herwinnen. Het is mooi dat de aanbodkant gaat groeien, maar ook aan de kant van de vraag zal er iets moeten gebeuren is de conclusie.  De verzamelde designers moeten er voor gaan zorgen dat plastic als circulaire grondstof een meer sexy imago krijgt. “Afval is niet meer het goede woord.”, besluit Verhaert. “Plastic is prachtig.”

De beste recyclende designers op een rij:

Studio Swine
Alexander Groves, ook een van de sprekers in Venetië, is de helft van het Britse ontwerpduo Studio Swine. Alexander ontwikkelde een systeem voor vissersschepen waarbij de plastic bijvangst in de netten direct omgezet kon worden in plastic afgietsels. Daarbij lieten ze zich inspireren door walvisvaarders die tijdens het lange verblijf op zee miniatuurgravures maakten in opgeviste tanden.
 

Dirk Vander Kooij
Runt samen met zijn broer Willem (die de zakelijke kant voor zijn rekening neemt) een internationaal succesvol ontwerpbedrijf vanuit een loods op een oud industrieterrein in Zaandam. Naast onverwoestbare tafels en stoelen maakt Dirk ook speakers die dankzij de dikke plastic behuizing niet mee resoneren en daardoor volkomen ‘droog’ klinken. Kan naar hartenlust experimenteren. Alle ontwerpen die mislukt uit de 3D-printer komen, gaan de shredder in en krijgen een herkansing.
 

Dave Hakkens
Ontwerper Hakkens bouwde een machine die hij de Precious Plastic machine heeft gedoopt. Het idee is dat iedereen zijn eigen plastic afval kan recyclen. De machine is gebouwd met onderdelen die volgens Hakkens overal ter wereld verkrijgbaar zijn. De bouwtekening biedt hij aan als ‘open source’ techniek. Het is de bedoeling dat zo veel mogelijk mensen er gebruik van gaan maken. Hakkens is tevens verantwoordelijk voor het modulaire telefoonontwerp Phone Blocks. Ook G-Star Raw (in samenwerking met Pharrell Williams) en Adidas hebben zich al gemeld voor een samenwerking.


Kranen/Gille
Zijn niet met hergebruikt plastic bezig maar recyclen wel weckpotten die ze eigenhandig ophalen bij den menschen thuis. Hiervan worden fraaie Mecklampen van gemaakt. Omdat de donateurs van weckpotten ook vaak kleinere exemplaren aanboden (en waarschijnlijk blij waren dat ze er vanaf waren) zijn Jos Kranen en Johannes Gille ook de kleine potjes gaan hergebruiken. Hoewel ze na tien jaar werk net hun eerste grote overzichtstentoonstelling achter de rug hebben, kiest het duo er bewust voor om de prijzen relatief betaalbaar te houden. Onder het mom: hoe meer zielen, hoe meer vreugd.
 

Christien Meindertsma
Meindertsma, bekend dankzij de veel geïmiteerde gebreide poefen van haar hand, ontwikkelde vorig jaar de Flax-stoel. De stoel  is gemaakt van mais en suikerriet en is na gebruik in z’n geheel afbreekbaar. Het ontwerp van Meindertsma won vorig jaar de Dutch Design Award en een Future Award. Volgens de ontwerpster is het belangrijk dat designers wat meer gaan nadenken over de impact van hun werk. Ze pleit er voor dat producten vaker onderdeel zijn van een circulair systeem waar ze kunnen worden afgebroken of hergebruikt.

Plastic soep: wat was het probleem ook al weer?

Bij plastic soep denken de meeste mensen aan een eiland in zee waar alle plastic tasjes samenkomen om een zompig eiland te vormen, maar zo werkt het niet. Er zijn wereldwijd zes hotspots aan te wijzen waar de plastic soep zich concentreert onder invloed van de zeestromen. Dit zijn plekken waar op iedere zes opgeviste deeltjes er vijf uit plankton en een deel uit plastic bestaat. De kleine korreltjes verspreiden zich over enorme oppervlakten en dringen binnen in het zeeleven. Het afbreken van plastic in de natuur is een bijna onbegonnen zaak. Een fles van het massaal toegepaste polyethyleen (PET) doet er bijvoorbeeld vijfhonderd jaar over om af te breken.

Mee op de Golfstroom

Iedere maand maakt Z Magazine redacteur Matthijs van der Pol een roadtrip met een elektrische auto. Dit keer de populairste compacte middenklasser van Nederland, nu uitgevoerd als EV.

Met de Volkswagen Golf is het zoals met Spa, Asperine en Luxaflex. Of je nou een Astra, Focus, C4, Megane of BMW 1-serie rijdt, alles wordt ingedeeld in wat de ‘Golf-klasse’ wordt genoemd. Typisch geval van een merknaam die een soortnaam is geworden.


Die dominante positie van de Golf is niet zo vreemd. Sinds 1974 zijn er meer dan dertig miljoen exemplaren verkocht. De Golf is de op twee na meest gebouwde auto ter wereld. De geteste versie die wij uitprobeerden behoort al weer tot de zevende generatie Golfjes dat hier op de markt komt. Het is voor Volkswagen een belangrijke release, niet alleen omdat het Duitse concern de komende jaren volop in gaat zetten op ‘elektrisch’. Over enkele jaren moet één op de acht auto’s van VW elektrisch zijn. Maar vooral omdat Dieselgate nog steeds na-ijlt op de kantoren in Wolfsburg. Voor het eerst in jaren is de Golf van de eerste plek in de verkooplijstjes verdrongen door de Ford Focus. Een nieuw elektrisch model komt goed uit. Het kan bijdragen aan het oppoetsen van het gehavende blazoen.

De auto
Even een disclaimer: in geen enkel type auto heb ik zo veel rondgereden als in de Golf. Bij het instappen voelt de auto dan ook gelijk als thuis. Wat erg knap is van Volkswagen is dat de binnenruimte, ondanks het aanbrengen van de accu’s, gelijk is gelijk gebleven in vergelijk met een reguliere benzine of dieseluitvoering. Die accu’s zitten bovendien precies waar ze moeten zitten, laag en in het midden zodat ze het rijgedrag minimaal beïnvloeden. 

De techniek
Bij Volkswagenimporteur Pon dringen ze erg aan op het uitproberen van de app, VW Car-Net Connect. Hiermee kan van een afstandje de stand van de batterij worden gecontroleerd, de auto kan worden opgewarmd zodat er op koude dagen warm ingestapt mag worden en meer van dat soort handigs.
Het accupakket is niet misselijk, zo blijkt wel uit de range die met gemak de 250 kilometer overschrijdt. Fijn, na al die elektrische exemplaren die in goede beloftes aan de kant bleven staan. 
Ook mooi is de soepele uitwisseling tussen het display waarop de snelheid wordt aangegeven, achter het stuur en goed zichtbaar, en de visuals op het aanraakscherm in het midden van het dashboard. De GPS-begeleiding helpt bij het besparen van energie tijdens lange ritten door de batterij bij te laden op routes die naar beneden lopen.​



 

De rijervaring
Reactief. Soepel. Pittig. Wakker bij het stoplicht en scherp in de bochten. De nieuwe Golf is een heerlijk overzichtelijke wagen met fijne rijeigenschappen en een goed design. Binnen is de auto meer dan compleet. De rem-assistentie voorkomt dat je op stilstaande objecten knalt en de niet standaard aanwezige parkeerassistentie -met camera- doet hetzelfde.

Conclusie
Het was vervelend om ‘m weer in te leveren. Dat zegt wel genoeg: vijf boompjes.

Leren spreken als een TEDx-er

Sommige sprekers lijken voor het podium geboren. Maar wie succesvol zijn of haar publiek wil leren overtuigen, wordt eerst door de mangel gehaald, zo ondervindt RTL Z-redacteur Rachel van de Pol. 'Ook de grote sprekers hebben geblunderd op het podium.'

Vind jij het moeilijk om voor een grote groep mensen te spreken? Buikpijn, zwetende handen, adem in je keel, 'uhm, eigenlijk, dus, uhm', stem die overslaat, te snel praten? Gefeliciteerd! Je bent niet de enige. Ik worstel er ook mee en de laatste paar maanden in het bijzonder. Door het uitbrengen van een boek (Het hedendaagse heldenboek, red.) heb ik mijn rol als journalist regelmatig moeten inruilen voor die van spreker. Denk hierbij aan radio-interviews, tv-optredens en presentaties. In de grote achter-af-show weet ik spitsvondig mijn publiek en interviewer te bespelen. In de realiteitsshow praat ik als een meisje van negen. En wat doet die rare grijns de hele tijd op mijn gezicht? Ik heb het geluk dat dit voor enthousiasme wordt gehouden, maar ik weet wel beter. 

"Wat doet die rare grijns de hele tijd op mijn gezicht?"

Ik wilde hier iets aan doen. Daarom ben ik in de wereld van public speaking gedoken om te onderzoeken of ook ik kan leren spreken als een TEDx-er: een species die ontspannen op een podium een verhaal kan vertellen dat beklijft. Er zijn in Nederland tal van trainingsbureaus die claimen je hierbij te kunnen helpen. Ik heb aangeklopt bij Great Communicators, een trainingsbureau in Amsterdam. Verhalenbevrijders noemen ze zichzelf. Ze zijn de vaste trainingspartner van TEDx Amsterdam, TEDx AmsterdamED en TEDx Utrecht en hebben onder anderen Lodewijk Asscher, Katja Schuurman en David Allen (Getting Things Done) klaargestoomd voor hun TedTalk.
In overleg met Joni Bais, co-founder van Great Communicators, besluit ik de Power Course te volgen, een versnelde versie van hun spreekopleiding voor mensen met weinig tijd -denk CEO's en ondernemers. Verdeeld over twee blokken van twee dagen leer je in hoog tempo de kunst van spreken met impact. Daarvoor trek ik mij, samen met acht andere professionals en twee trainers, Katinka Toet en Bais zelf, terug in het idyllische Samayaklooster in Werkhoven. Afgezien van gekwetter van vogels en geruis van fruitboomgaarden, is het er stil. Bellen in het gebouw is niet toegestaan. Iedere ochtend, middag en avond krijgen we biologische, vegetarische maaltijden voorgeschoteld. Aan de setting zal het slagen van mijn missie niet liggen. 

Zeg meer met minder
De eerste twee dagen van de opleiding ligt de nadruk op ‘Performance’. Het tweede blok gaat over 'Psychologie' en 'Presence': hoe denk je over jezelf, je onderwerp en het publiek? En wat staat jou in de weg om de beste versie van jezelf te zijn op het podium? 
Onder 'Performance' verstaan we stemgebruik, pauzes inzetten, lichaamshouding, ademhaling, storytelling. Door middel van het analyseren van grote sprekers als Barack Obama, Brene Brown of Sir Ken Robinson leren we dat onder hun ogenschijnlijke magie gedegen methodes en technieken liggen om je publiek naar meer te laten smachten. Zo krijgen de opdracht een zin voor te dragen waarin je een pauze laat vallen die voor jouw gevoel ongemakkelijk lang is. Wat blijkt: niet één pauze voelt als aanhoorder te lang. Het publiek krijgt een moment om de gegeven informatie te verwerken en jij komt bedachtzaam over. Win-win.

De tips die we aangereikt krijgen, zijn niet alleen voor mij maar voor alle deelnemers een eyeopener. ‘Ik dacht dat het om mijn verhaal draaide, maar dat is slechts een stuk in een hele grote puzzel’, zegt ondernemer Wouter Neijndorff. 'Juist door elementen die daarbuiten vallen, kun je zoveel meer indruk maken met je verhaal.'

7 TIPS VOOR NON-VERBALE IMPACT

1. Sta rechtop, borst open, voeten iets uit elkaar en knieën los. Let hier extra op als je de kern van je verhaal vertelt. Als je naar links of naar rechts leunt, wekt dat een twijfelende of nonchalante indruk.

2. Beweeg je handen ontspannen mee met wat je zegt. Dit brengt leven in je verhaal.

3. Houd je hoofd niet te hoog en niet te laag. Te hoog komt arrogant over, te laag wekt een dienende indruk.

4. Kijk rond en glimlach; emoties zijn besmettelijk. Als jij glimlachend het publiek inkijkt, is de kans groot dat ze terug glimlachen. Let wel: een neplach werkt niet. Zorg dat je de emotie die je wilt overbrengen ook voelt!

5. Houd je armen voor je en draai ze open, zodat het publiek je polsen ziet. Dat versterkt een open indruk.

6. Houd de ademhaling laag en voel je voeten, dit houdt je stem laag en rustig. Begin hier al mee vóór je het podium op moet.

7. Zit er een tijdslijn in je verhaal? Zet dan ‘spatial anchoring' in. Een voorbeeld: ‘als kind was ik een bezig bijtje’ stap naar rechts, ‘Maar nu’, stap naar links, ‘is dat anders.’

Black out
Op dag twee krijgen we de opdracht een speech van twee minuten te houden waarin we een of twee elementen van wat we geleerd hebben, proberen te integreren. Het is de speech die ons was gevraagd voor de opleiding uit te schrijven. Een kwartier voor mijn toespraak besluit ik iets totaal anders te vertellen. Want ik heb iets veel beters bedacht! Een waarschuwing voor alle onervaren sprekers met perfectionistische neigingen die dit lezen: doe dit nooit. Slecht idee.

"Het publiek heeft geen idee wat er in mijn hoofd afspeelt"

Na een halve minuut raak ik de draad van mijn verhaal kwijt en slaat de paniek toe. Het gaat niet zoals ik vind dat het moet gaan: perfect. Mijn ademhaling zit in mijn keel en ik weet niet waar ik de woorden vandaan moet halen. 'Gewoon doorgaan', zegt Bais. Maar ik wil helemaal niet doorgaan. Ik kan dit geklungel van mezelf niet accepteren, dus loop ik weg van het podium.
Daarna moet ik toch voor de groep voor feedback, waar ik een belangrijke les leer. Het publiek heeft geen idee wat er in mijn hoofd afspeelt of wat ik wil gaan zeggen. Van alle deelnemers krijg ik te horen dat ze tot het laatste moment benieuwd waren naar mijn verhaal. Pas toen ik wegliep, hadden ze door dat er iets mis was.
Het besef daagt dat ik veel vrijer ben op het podium dan ik dacht. Daarbij zegt Bais troostend: ‘Zelfs de grote sprekers hebben geblunderd op het podium. Maak je daar geen illusies over. Wat ze goed maakt, is dat ze zichzelf bij elkaar rapen, van hun ervaring leren en niet opgeven.’  


Een speech voorbereiden doe je in de tuin van een klooster

Ook krijgen we een tip voor als we onze tekst kwijtraken: ga bewegen. 'Een black out is eigenlijk een freeze-reactie, waardoor je niet bij je kortetermijngeheugen kunt. En daar zit juist je verhaal opgeslagen. Neem een slokje water, beweeg met je ogen (wel met je rug naar het publiek) of klap in je handen alsof je iets gaat aankondigen. Je zult zien dat de woorden weer terugkomen.'

Geheim wapen: visualisatie
Een black out is dus op te lossen, maar je wilt ‘m liever voorkomen. Een voor de hand liggende manier hiervoor is tekstvastheid. Hoe logisch dat ook klinkt, toch is ook dit weer een aha-moment. Want als ik heel eerlijk ben, heb ik mijn interviews en presentaties nog nooit op zo’n manier voorbereid dat ik mijn antwoorden kan dromen. Er heerste een soort naïef geloof dat ik de kern van mijn verhaal op miraculeuze wijze uit mijn mouw wist te schudden. 'Voor een presentatie van tien minuten, staat gemiddeld zo’n vijf uur tijd om je tekst uit je hoofd te leren', zegt Bais.

"Door visualisatie snappen je hersenen al wat er moet gebeuren"

Een ander, minder voor de hand liggend hulpmiddel om ontspannen op het podium te staan, is visualisatie. We krijgen de opdracht een script te schrijven waarbij we onze beste performance ooit voorstellen. Voor een effectieve visualisatie maak je gebruik van alle zintuigen. Wat voel je, wat zie je, wat ruik je? Een voorbeeld:

Ik stap het podium op en loop richting de plek waar ik zo dadelijk mijn eerste woorden zal gaan spreken. Mijn voeten staan sterk, mijn ademhaling is rustig en ik voel mij heerlijk. Ik kijk het publiek vriendelijk aan en ontvang vriendelijke blikken terug.

'Voor jouw brein maakt het niet uit of iets echt gebeurt', legt Bais uit. ‘Dus wanneer jij een paar maanden voor je presentatie al bent begonnen met visualiseren, zul je op het podium ook die rust en zelfverzekerdheid op kunnen roepen. Je hersenen snappen al wat er moet gebeuren.’  

3 TIPS VOOR EEN AANSTEKELIJKE SPEECH:

1. Houd je verhaal bij één kerngedachte. 'Ondernemers en wetenschappers zijn vaak zo vol van hun bedrijf of hun onderzoek dat ze veel te veel willen vertellen', zegt sprekerscoach Katinka Toet. 'Bedenk welke eindzinnen je wilt laten hangen bij je publiek, en werk dan van achter naar voor.

2. Roep emotie op. Dat werkt als superlijm in het geheugen, zegt Toet. Toehoorders zullen zich altijd herinneren welk gevoel ze bij jouw betoog hadden. Om dat op te wekken, zul je zelf moeten voorgaan in die emotie. Voel zelf wat je wilt overbrengen.

3. Praat in beelden. Mensen denken in beelden, dus zorg dat ze voor zich kunnen zien wat je vertelt. Denk je dat iemand de speech van J.F. Kennedy had onthouden als die hem in vakjargon had verteld?

Our mission is to be the international leader in the space industry with the best innovations, connecting our efforts in the aerospace industry and strategically important initiatives.

Maak het concreet:

I believe that this nation should be committed of landing a man on the moon and return him safely to the earth

Publiek houdt niet van pleasers
Tijdens het tweede deel van de opleiding voelt het klooster inmiddels vertrouwd en de deelnemers ook. Tijd om een stukje dieper te gaan. Bais: 'Deelnemers verwachten niet dat ze hier een spiegel worden voorgehouden, maar dat is wel nodig als je sterk op een podium wil kunnen staan. De zaal voelt direct wanneer een spreker niet zichzelf is.' Door middel van interventies sporen Bais en Toet op waar twijfel zit en wat nodig is die weg te halen.

"Hoe meer je gaat pleasen, hoe meer het publiek achterover leunt"

Er wordt ons gevraagd één minuut te spreken over wat ons uniek maakt. Ik sta al een stuk relaxter te spreken, maar nog steeds zit die eeuwige glimlach en hoge ademhaling me in de weg. Na een minuut komt Bais naast me staan. Na wat vragen en feedback van de zaal komt de aap uit de mouw: ik geef te veel. 'Hoe meer je gaat pleasen, hoe meer het publiek achterover leunt. Geef ze een beetje, dan buigen ze naar je toe voor meer', zegt Bais. Ik krijg de opdracht mijn verhaal nog een keer te vertellen, maar dan zo stoïcijns mogelijk. 'Zorg dat het publiek je niet aardig vindt', zegt Bais.

Het motto van de opleiding is: feel the fear and do it anyway. Dus doe ik fonetisch wat me gevraagd wordt, al snap ik geen snars wat ik aan het doen ben. Maar verrek. Het werkt. Mijn stem zakt, mijn gezicht ontspant en ik sta gegrond. Deze ervaring is op zijn zachtst gezegd wonderlijk te noemen, alsof ik voor het eerst zonder wieltjes fiets: ik voel me euforisch omdat ik iets nieuws blijkt te kunnen, en tegelijkertijd ongemakkelijk omdat ik een gewoonte doorbreek die mij niet hielp maar wel comfortabel was. Van deelnemers krijg ik te horen dat mijn verhaal nu wél binnenkwam. Ik hoor zelfs het woord 'kippenvel' vallen.

Tijdens mijn eindpresentatie voel ik me een ander persoon. Wat een verademing om niet zo hard te hoeven zwoegen op het podium. Mijn glimlach komt alleen nog tevoorschijn als die het verhaal dient of na een dik applaus, en niet meer om te pleasen. Het voelt als een overwinning op mezelf. Ik zie het ook bij de andere deelnemers die een enorme transformatie hebben doorgemaakt. Maakt dit mij een volleerd TEDx-er? Nee. Maar ik heb wel het rijbewijs om naar een podium te rijden. Nu nog vlieguren maken. 

Door Rachel van de Pol

Professioneel pokeraar wordt sapbareigenaar

Noah Boeken (36) kon uitstekend leven van het geld dat hij met pokeren verdiende. Hij reisde heel de wereld over en 'werkte' af en toe een paar weken lekker niet. Toch gaf dit leven hem geen voldoening. Hij stopte met pokeren en begon samen met twee compagnons JuiceBrothers.

Noah was 19 en zat nog op het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam toen hij ontdekte dat het pokerspel hem goed afgaat. In eerste instantie speelde hij online en puur voor de lol. "Ik ben nooit goed in sport geweest maar wel in spelletjes waarbij je moet nadenken en rekenen. Pokeren is bij uitstek zo'n

"Ik ben nooit goed in sport geweest, wel in spelletjes"

spel." Het online pokeren ging steeds beter en Noah verdiende er een leuk zakcentje mee. Nadenken over een vervolgstudie na zijn eindexamen was dan ook niet aan de orde.

Op zijn 21ste speelde Noah zijn eerste internationale toernooi in Engeland en won meteen 20 duizend euro. Er volgende meerdere internationale successen en Noah wist zelfs een sponsor aan zich te binden. Wat begon als een lolletje nam steeds professionelere vormen aan. Dit beroepsgrapje duurde een aantal jaar waarin Noah heel de wereld over reisde. Tot het in 2012 begon te wringen. "Pokeren doe jij uiteindelijk echt in je eentje en alleen voor jezelf, dat gaf me geen voldoening meer." Bovendien werd pokeren in die tijd (2012) steeds populairder waardoor het wereldje erg veranderde. 


De eerste winkel in de Van Woustraat

Noah en zijn goede vriend Guus Benning waren aan het varen toen ze op het idee kwamen om een cold pressed juice bar te beginnen. "We hadden in New York gezien dat op elke straathoek zo'n bar zit en vroegen ons af waarom dat in Amsterdam nog niet het geval was." Guus was op dat moment net klaar met zijn studie en Noah had een leuk startkapitaal bij elkaar gepokerd. "We zijn op 'studiereis' naar Amerika gegaan en vervolgens gewoon begonnen." Ze startten met een productieruimte en een eerste winkel in de Van Woustraat in Amsterdam. Inmiddels hebben zeven winkels verspreid

"We hebben nu zeven winkels en zelfs een franchise in New York"

over Amsterdam, Amstelveen en Haarlem en zelfs een franchisenemer in New York. "Vorige week zijn we naar een grotere productieruimte gegaan, we hadden 80 m2, nu 400 m2." 

Als grootste verschil tussen zijn pokerbestaan en het leven als ondernemer noemt Noah dat het werk nu non-stop doorgaat. "Toen ik pokerde kon ik prima af en toe een paar weken niks doen, dat is er nu niet meer bij." Maar Noah heeft het er graag voor over. "Dit werk geeft zoveel meer voldoening, dat voelde ik meteen de eerste dag in de winkel al. Ik maak nu mooie producten waar mensen blij van worden en werk bovendien met een fantastisch team." Pokeren doet Noah heel af en toe nog. "Eén of twee keer per jaar speel ik nog een toernooi, maar alleen als dit op een mooie bestemming is. Dan maak ik er leuk tripje van."

Levendig Leipzig

Ondanks dat de geschiedenis nooit ver weg is in Leipzig, doet de snelst groeiende stad van Duitsland er alles aan om te voorkomen dat het een ingeslapen openluchtmuseum wordt. Met succes.

Het bijzondere aan Leipzig, zo vertelt Steffi Gretschel van het plaatselijke toerismebureau tijdens een lunch boven in het hoogste gebouw van de stad, is dat er zo véél verhaallijnen zijn waar je uit kunt kiezen om de stad te beschrijven. 

Handel- en boekdrukstad
Zo is de kreisfreie stad al sinds de stichting in de elfde eeuw een kruispunt voor de handel. Strategisch gelegen op twee belangrijke, middeleeuwse doorvoerwegen van oost naar west. In de vele voormalige beursgebouwen (hofen) waar ooit pelsen, wol of edelmetalen werden verhandeld, zijn nu winkelcentra en hotels gevestigd. De stad was tevens de belangrijkste boekdrukstad met duizenden drukkerijen en uitgeverijen.

Bach
Leipzig is ook de geboortestad van Bach. Door zijn verzamelwoede van muziekinstrumenten en een gezin van tien kinderen uit twee huwelijken verkeerde hij in permanente geldnood. Het barst van de standbeelden, praalgraven (Thomaskirche) en gedenkstenen die aan Bach herinneren. Dit geldt ook voor Goethe overigens wiens studietijd in de stad volop herdacht wordt met beelden en dergelijke.

1989
Recenter staat de messestadt bekend als de plek van de vreedzame revolutie die leidde tot de val van de muur en de hereniging van de twee Duitslanden. Wat met enkele tientallen mensen begon met een bescheiden maandagavondprotest, groeide uiteindelijk uit tot een massabijeenkomst van zeventigduizend man. Voor de Nikolaikerk, brandpunt van het verzet in 1989, staat een krachtig aandenken in de vorm van een steen waar het water non-stop over de rand stroomt. Als symbool voor wat er gebeurt als de maat vol is.

Het nieuwe Berlijn
Maar vandaag de dag is Leipzig vooral een moderne, dynamische stad. Dankzij de vooraanstaande universiteit, waar Angela Merkel studeerde, en een beroemd conservatorium wordt het straatbeeld bepaald door rondfietsende studenten met een vioolkoffer of laptoptas op de rug. Leipzig is de snelst groeiende stad van Duitsland met een jaarlijkse aanwas van zo’n tienduizend, vooral jonge, inwoners. 

En hoewel er iets onmiskenbaar treurigs zit aan het feit dat die Leipzigers na de oorlog als toetje de DDR op hun bord kregen, is die erfenis nu ook een soort van meevaller. De stad dankt aan de communistische spilzucht de vele overbodige fabrieksterreinen die leeg kwamen te staan na de val van de muur. Voor jonge start-ups en creatievelingen is er volop woonruimte te vinden en plek om innovatieve bedrijfjes op te zetten. Leipzig wordt daarom ook wel het nieuwe Berlijn genoemd, al is de stad qua schaal onvergelijkbaar. Steffi van het toerismebureau beaamt dat: Leipzig is voor Duitse begrippen een boomtown, maar wel op haar eigen tempo.

Cultuur
In het oude raadhuis op de Markt is een museum te vinden met de geschiedenis van de stad. Er is ook een Kindermuseum. En een museum voor wie gek is op Bach. Wie iets moderners wil, dient naar  het Museum der bildenden Künste te gaan. Van buiten ziet het gebouw eruit als een betonnen sarcofaag. Maar eenmaal binnen ontvouwt zich een van de mooiste moderne musea die Duitsland rijk is. In de ruim opgezette zalen is de collectie met oude meesters en hypermodern werk speels door mekaar opgesteld. 
Wie geluk heeft, krijgt als soundtrack de repetitie van het wereldberoemde meisjeskoor dat wekelijks bijeenkomt in het auditorium op de begane grond van het museum. Het geluid van ijl gezang dat weerkaatst in het open houten trappenhuis laat zelfs het hart van de meest geharde technoliefhebber ontdooien.

Kunst
De voormalige Leipziger baumwollspinnerei biedt nu onderdak aan kunst en cultuur. In de oude gebouwen op het industrieterrein zijn gallery’s met beeldende kunst, ambachtswerk zoals keramiek en horeca neergestreken. Hoogtepunt vormt Halle 14, een hal van giga-afmetingen met een podium, enorme kunstwerken, videoprojecties, installaties en een boekhandel. Houdt bij binnenkomst wel even de adem in. De geur van de oude katoenweverij kan behoorlijk adembenemend zijn. Even verderop zit het Kunstkraftwerk, een fantastisch audiovisueel spektakel met videokunst, ondergebracht in een voormalige energiecentrale.

Kerk
In de Thomaskirche wordt Bach geëerd en in de Nikolaikirche mogen de Leipzigers zichzelf eren, al zijn ze daar veel te introvert en bescheiden voor. De Nikolaikirche vormde het brandpunt van de protesten die begonnen in de herfst van 1989. Het motto van die demonstraties hangt nog steeds in de kerk: ‘offen für alle’. Ook wie niks met kerken heeft moet even naar binnen stappen. Het classicistische interieur in crèmekleurige en pasteltinten is totaal het tegenovergestelde van wat je in een strenge protestantse omgeving verwacht. Iedere Leipziger begint als het om deze kerk gaat trouwens over de renovatie van het orgel. Het kostte anderhalf miljoen en werd betaald door autobouwer Porsche dat nabij Leipzig een fabriek heeft. De toetsen zijn van mammoetivoor. Degenen die het je vertellen kijken er bij alsof ze dat ook allemaal een zu viel vinden.

Eten 
Het eten van worst is een serieuze zaak. Bratwursten en currywursten eet je bij Curry Cult op de Markt. Of bij een van de vele straatverkopers. Met die curryworsten is wel iets vreemds aan de hand. De bleke worst zelf is tot de toevoeging van currypoeder en currysaus vrijwel smakeloos. Voor het serveren gaat het geval in een snijmachine die –oh horror- de worst volautomatisch in hapklare stukjes hakt. Eet ‘m staand op straat van een kartonnen schaaltje mit einem brötchen dabei​. Schnitzels eten kan ook, bijvoorbeeld bij Schnitzel Culture. Echt leuk eten doe je bij Pilot in de Bosestraße waar nog veel meer boeiende restaurants zitten.

IJs
San Remo is gezien de enorme rijen waarschijnlijk de populairste ijszaak van de stad. Het is niet makkelijk om er zonder al te grove beledigingen mee weg te komen, maar laten we zeggen dat Leipzig een tamelijk stimulerende omgeving is als het om het nuttigen van een snelle hap gaat. IJs, worst, schnitzel en alle andere vormen van fastfood zijn in zeldzame hoeveelheden beschikbaar. De permanente verleiding van al dat fastfood  is sommige inwoners niet in de koude kleren gaan zitten.

Vega
Of het een tegenreactie is op het onvermijdelijke voedselaanbod van vet, dierlijk en zoet of het gevolg van de fanatieke linkse scene (neuspiercings, blauw haar) die Leipzig rijk is, is onbekend. Feit is dat er in Leipzig flink wat vegetarische en veganistische alternatieven voorhanden zijn, met name langs de Karl-Liebknechtstrasse, door de lokalen hip tot Ka-Lieb afgekort. Op uitgaansavonden vindt hier op de binnenplaats van een oude fabrieksterrein een mini streetfood festival plaats. Een dj draait klassieke houseplaatjes terwijl er bij standjes groene fruit juices (met alcohol-shot) worden geperst en vega-burgers gebakken. In de open lucht. Supergemutlich.

Drinken
Net als de geschiedenis is ook bier nooit ver weg. Leipzigers (maar eigenlijk alle Duitsers) houden er van om hun flessen bier wandelend op straat te nuttigen, onderwijl kletsend met vrienden of een geliefde. Naast de grote, bekende pilsners is er ook in Leipzig sprake van de craftbiertrend, al gaat het nog voorzichtig. Bij Bier Freunde zijn ze gespecialiseerd in speciaalbiertjes, ook uit onze contreien gezien het plankje met Jopen Bier uit Haarlem. Volgens de uitbater is er een duidelijke biergrens. Boven de veertig zweert men bij de klassieke pilsners. Daaronder staat men open voor exotischer biertjes.

Mode & Design
Het centrum is vrij compact en overzichtelijk voor een stad met meer dan een half miljoen inwoners. De grote winkelstraten zijn gelardeerd met generieke winkels die je in iedere Europese winkelstraat aantreft, dan wel een Duitse variant daarvan. Interessanter wordt het in de zijstraatjes en in de hofen, de voormalige handelsplaatsen. In de fraaie conceptstore Stil van Stefanie Buschmann vind je design spullen voor interieur, ook van lokale ontwerpers. Ze serveert ook koffie en taart. Dames- en herenmodewinkel Bazar is gevestigd in de Madlerpassage. Naast het Nederlandse Denham (en een heleboel andere merken) verkopen ze ook kleding van het Duitse Du4 dat een beetje doet denken aan Hans Ubbink in z’n jonge jaren.

Buurt
Hip and happening buurt in opkomst is Plagwitz, doorsneden door de Karl-Heine Strasse en bereikbaar met tram veertien. Zodra de graffitti op de gevels verschijnt, is het tijd om uit te stappen. Waar de buurt rond de Ka-Lieb al uitgegentrificeert is, staat Plagwitz en de omgeving van Karl-Heine Strasse nog aan het begin van de upgrade. Het is voor wie wel eens vaker een grote stad bezoekt een bekend beeld: koffietenten, alternatieve kappers, huisgemaakte organic hamburgers en hotdogs en natuurlijk veel gallerietjes waar zelf ontworpen kleding en sieraden worden verkocht. Bij Brühbar Kaffeerösterei branden ze hun koffie zelf in de werkplaats die naast de winkel en koffiebar zit.


Actief
Leipzig beschikt over een uitgebreid waternetwerk dat naar verluid meer dan tweehonderdvijftig kilometer beslaat. Dat is te veel om in een dagje te doen. Wat wel mogelijk is, is een kano huren in de Stadthafen, en een tochtje maken van de buurt Plagwitz richting de stad. Onderweg kan er aangemeerd worden bij een stadsstrand met barbecue- en beachvolleybalgelegenheid. Vanaf het water zijn de stadsvilla’s goed zichtbaar. Men is erg dol op een romantische gazebo in de tuin.

Slapen
Het Fregehaus in het centrum is een vintage ingericht boutique hotel. Vroeger was het een woonhuis van een rijke handelaar die een hekel had aan de protestantse revolutionair Luther. De gevelsteen waarin Luther vertrapt wordt door twee kerkvorsten, hangt nog steeds op de binnenplaats. Even verderop is het Grand Hotel Handelshof gevestigd waar limousines in couture geklede dames en strak bepakte heren oppikken en afzetten. Verder hebben veel grote ketens zoals Marriot de gebruikelijke fantasieloze vestigingen in en om de binnenstad. Ibis adverteert met scherpe aanbiedingen.

Geschiedenis
Je moet ervoor in de stemming zijn maar bij het Zeitgeschichtliches Forum wordt een overzicht gepresenteerd van de moderne geschiedenis van Leipzig. Naast de oorlogsjaren komt natuurlijk de DDR-periode aan de orde en de val van de muur. Huiveringwekkend is de opstelling met monitors, gebruikt door de Stasi-veiligheidsdienst om de DDR-burger te bespioneren. Das leben der anderen, maar dan echt. Bij bezoek was het forum op een schoolklasje en wat verveelde suppoosten na volledig uitgestorven.

Winkelen
De regel is grofweg: in het centrum de ketens, daarbuiten allerhande speciaalzaken. Het belangrijkste winkelcentrum is Höfe am Brühl​, een enorme mall met internationale winkelmerken. Opvallend is dat op de bovenste etage als een soort vreemde eend in de bijt de Starter Space is ingericht. In deze winkel kunnen tal van, jawel, start-ups hun nieuwe producten aan de man brengen. Modern aardewerk, ergonomische krukjes, een do-it-yourself boombox; voor wie op zoek is naar het betere souvenir. Een van de fraaiere straten is de Katharinenstrasse met speciaalzaken zoals streetwearwinkel Freezone en interessante gevelstenen. De Madlerpassage is de chique winkelpassage. Hier vind je tassen, design, kleding en een gevaarlijke cocktailbar die Mephisto heet. Goethe ging er tijdens zijn studietijd altijd drinken in kelderbar.

Antwoorden vinden bij God in plaats van Google

Tussen alle #fitgirls, #lovemyjob en #yoga duikt steeds vaker #church op in de timelines van werkend Nederland. Kloppen we – in een tijd van quarterlife crises en burnouts - weer vaker bij de kerk aan in onze zoektocht naar spiritualiteit en zingeving?

Na de ontzuiling zijn we een stuk individualistischer gaan leven en het lijkt erop dat met die vrijheid ook een ontheemdheid is meegegroeid. We kijken niet alleen meer naar het gras van de buren, maar loeren op social media diep in elkaars leven. Allemaal vanuit onze eigen woonkamer. En waar horen we echt nog bij? Wie zit er op ons te wachten? Voor je het weet wordt je weggeswiped op iemands beeldscherm, maar de behoefte om ertoe te doen blijft overeind.

"Voor je het weet wordt je weggeswiped"

Onderzoek van het CBS laat zien dat het aantal gelovige jongeren al jaren afneemt, In 2010 zei 49 procent van de twintigers dat ze bij een bepaalde godsdienst of levensbeschouwing hoorden, in 2015 was dat nog 41 procent. En toch trekken sommige kerken nog wekelijks honderden enthousiastelingen aan. Hoe komt dat?

Klazina Miedema (22) is zo’n enthousiasteling. Ze woont in Drachten maar loopt nu stage bij een hotel in Zandvoort en gaat het liefst elk weekend naar de kerk. Van huis uit is dat de Bethelkerk, een progressief gereformeerde kerk met een focus op positiviteit.  Eenmaal ver van moeders nest zocht ze naar een geloofshuis voor leeftijdsgenoten. Het werd Hillsong (grote afbeelding), de Fit-for-Free onder de kerken. “Ik kwam Hillsong Church tegen in Londen, en kende de muziek al wel via mijn vader. Omdat ik niet elk weekend naar Drachten terug ga, zocht ik naar een plek waar ik me welkom voelde en waar ik mezelf kan onderbouwen. Want zo voelt het, iedere keer als ik een dienst bijwoon. Mensen leggen meteen een hand op je en bidden voor je. Deze community zit vol passie, net zoals ik.” 

Hillsong Church is een Australisch concept, dat zich inmiddels over verschillende landen heeft verspreid. Het draait vooral om liefde, en dat vieren ze met muziek. Bezoekers zingen voor God, met hun handen in de lucht. In Amsterdam houden ze elke zondag diensten in de Escape, in Rotterdam bijvoorbeeld in de Maassilo. Een mooi contrast, een kerkdienst na een hele avond house of techno. Honderd millennials per dienst is geen

"Honderd millennials per dienst is geen uitzondering"

uitzondering.

Wat jongeren écht willen
Ook bij Klazina’s thuiskerk is het elke zondag druk. Zo’n 1500 mensen komen er elk weekend, waarvan ook veel jongeren. Jonge gezinnen en oppas voor de kleintjes, en ook hier is veel aandacht voor positiviteit en muziek. Dat is ook de truc, volgens Jan Verduijn van Youth for Christ. “De warmte van een huiskamer bieden in de kerk, dat is waar jongeren behoefte aan hebben. Warme relaties, gezien worden en gekend worden. Niet als bezoeker, maar een liefdevolle sociale kerkcultuur, waarbij de hele gemeente voelt als een thuis, een huiskamer. Liefde is het dna van de kerkelijke familie. Jongeren zijn op zoek naar de warmte van een gemeenschap.”

Volgens Rikko Voorberg, ‘popup dominee’, theoloog en oprichter van de Popupkerk, is het inderdaad die behoefte aan een community die mensen samenbrengt in allerlei nieuwe vormen van kerk. “Kunstenaars, ondernemers en dertigers zoeken naar het gebied of het moment waar hemel en aarde elkaar weer even raken. Daarbij gaat het soms meer om de christelijke gedachte dan om religiositeit. Zo is de Popup kerk ontstaan. Ik wilde met mensen aan tafel zitten en praten over wat we voor de wereld en voor elkaar kunnen doen. Niet in de preekstoel de waarheid verkondigen, maar juist samen in gesprek. We zitten daarom ook nooit in een kerk, maar in een buurthuis bijvoorbeeld. We betalen ook niet voor een locatie, want we willen

"Ik wil in gesprek in plaats van preken"

zelf waarde toevoegen. Geld is zo’n armzalig middel. Elke zondag eten we samen met een club van zo’n 20 man. Het draait niet meer alleen om God en om het geloof als doel op zich, maar om hoe we samen met God en met elkaar de weg naar een mooiere wereld kunnen vinden.” 

Wie gelooft wat?
Van de religieuze stromingen is het christendom het populairst: 28 procent van de jongeren rekent zich tot deze geloofsovertuiging. 8 procent is moslim.

Van de gelovige jongeren bezoeken protestanten relatief het vaakst een religieuze bijeenkomst. 56 procent van de protestantse jongeren gaat regelmatig naar de kerk. Van de islamitische jongeren bezoekt 36 procent geregeld een moskee. 

Katholieke jongeren hebben het minst met religieuze bijeenkomsten: 6 procent van hen bezoekt de kerk minstens een keer per maand. 

“Weggaan scheelt meteen twee procent”
Jennifer Delano (33) is PR-professional en bezoekt de gereformeerde kerk én de doopsgezinde kerk. “Dat komt vooral omdat ik verhuisd ben. Ik kan gewoon geen afscheid nemen van de mensen in mijn oude buurt, bij de doopsgezinde kerk. Als je daar weggaat wordt de kerk meteen 2 procent kleiner. Op een goede dag komt er 35 man. Ik ga wel elke week naar de kerk. Ik vind het fijn om iedereen te zien en het is heerlijk om te zingen en na te denken.”
Ook hier gaat het dus meer om de mens dan om de Heer. Jennifer: “We helpen elkaar. Toen ik zwanger was, kwam er een heel team van de lokale kerk om de babykamer te schilderen. En daar hoefde ik niet eens om te vragen. Andersom werkt het ook zo. Bij de doop van mijn dochter had ik mijn hele netwerk uitgenodigd en zat de kerk bomvol. De dienst was zo vrolijk en muzikaal dat er nog best wat mensen zijn blijven plakken.” 

Meer geld aan koffie dan aan jeugd
En in de kerk zelf? “De dominee ziet de wereld anders dan ik. Dat vind ik interessant en daar denk ik graag over na,” vertelt

"De dominee ziet de wereld anders dan ik, dat vind ik interessant"

Jennifer. Jongeren zijn volgens Jan Verduijn bij uitstek bezig met levensvragen. Wie ben ik? Waar hoor ik bij? Ben ik belangrijk? “Kerken met impact zijn kerken die jongeren prioriteit geven. Niet alleen maar zeggen dat jeugd belangrijk is, maar dit ook dagelijks in praktijk brengen. Ze zetten jongeren centraal in hun kerkdienst, centraal in hun visie en beleidsplannen, in het onderwijs, aanbidding en muziek, in het bezetten van functies in de kerk. Daarbij geven ze ook prioriteit aan het financieel ondersteunen van jongeren en gezinnen. In een gemiddelde kerk wordt wekelijks meer geld besteed aan koffie dan aan jeugdwerk en daarmee kom je er dus niet.” “Wij doen binnenkort een survival in de bossen van Harderberg,” vertelt Jennifer. Zo’n nacht met je vrienden samenwerken in het donker, daar heb je het over vijf jaar nog over. Het zijn de excessen die verbinden en herinneringen maken, niet alleen maar de diensten op zondag.”

De Amerikaanse Cristina Cecon (28) werkt sinds een paar maanden als au-pair in Nederland en werd via een Braziliaanse vriendin gewezen op Hillsong Church. “Ik zocht naar een plek om me welkom te voelen. Wonen in het buitenland levert je kennis en plezier op, maar het kan je ook losweken van je overtuigingen. Ik wilde me graag weer even thuis voelen, ook in het huis van God. Bij Hillsong werd ik meteen met open armen ontvangen en voelde ik me direct op mijn plaats. Ik ben God zo dankbaar dat ik deze plek heb ontdekt. Elke maand ga ik wel een paar keer en nu probeer ik ook in andere steden te gaan. Zo maak ik vrienden op verschillende plekken. Ideaal, voor iemand die zo verlegen is als ik.”

Ambassadeurs bij de Appie
Volgens VU-theologe Miranda Klaver is een moderne kerk niet automatisch een versimpelde versie van het geloof. Hillsong Church is bijvoorbeeld best orthodox, vertelt ze in Metro. En toch trekt de kerk met hippe dominees wereldwijd zo’n honderdduizend bezoekers, waaronder Justin Bieber. "De

"De boodschap is: You can do it. Met God."

boodschap van Hillsong is heel positief. Het helpt je in het dagelijks leven, in een fase dat je het nodig hebt. De boodschap is: You can do it. Met God."

Monique Terlouw is inmiddels 41 en gaat al jaren met plezier naar de kerk. Ze zag het de laatste jaren steeds drukker worden. “Er komen steeds meer jongeren en jonge gezinnen bij. Ik heb toen ik naar Hoofddorp verhuisde een nieuwe kerk gezocht, die echt bij mij en mijn gezin past. Ik vind het belangrijk dat de kinderen ook aansluiting vinden. We gaan elke zondag, ’s ochtends en ’s middags. We zingen veel, en lezen en bidden. Naast verdieping is het ook echt gezellig, we delen het geloof maar ook veel andere dingen. Elk weekend zitten er wel 300 mensen. In de diensten letten we goed op wat mensen nodig hebben. Suggesties zijn welkom, het is niet zo statisch allemaal. Jongeren steken elkaar aan en bespreken soms bij hun bijbaantje bij de Appie dat ze dit weekend naar Club gaan, dat is een jongerenavond. Het is vooral leuk, niks moet. Eigenlijk zijn onze enthousiaste mensen gewoon onze ambassadeurs. Vaak neemt iemand een vriend of vriendin mee. Dat is toch mooi? Soms kijk ik naar andere mensen in mijn omgeving en dan vraag ik me af: hoe doen zij dat toch, zonder God? Ik zie ze zo worstelen en ben dan zo dankbaar dat ik de zin van het leven gevonden heb. De kerk brengt zoveel. Niet alle antwoorden, maar wel rust.”

Door Hanneke Mijnster

5 prikkelende vragen aan Timo de Rijk

Steeds meer mensen halen de platenspeler van zolder. Het is dan ook geen toeval dat het Stedelijk Museum in ‘s-Hertogenbosch een tentoonstelling houdt over het platenlabel Factory Records, dat in de jaren zeventig en tachtig grote bekendheid kreeg vanwege de bijzondere platenhoezen. Directeur Timo de Rijk vertelt over de magie van een mooie hoes.


Directeur Timo de Rijk

Jij hebt de jaren tachtig bewust meegemaakt. Heeft dat invloed gehad op jullie keuze voor een tentoonstelling over Factory Records?

De belangrijkste aanleiding is een tentoonstelling van onze buurman, het Noordrabants Museum, over de populaire cultuur in de jaren tachtig. Dan moet je denken aan de Dolly Dots, de Rubiks Kubus en Madonna. Het leek ons leuk om als designmuseum met een aanvullende tegenhanger te komen. Toen lag Factory Records met hun geweldige platenhoezen voor de hand. Het label was bepalend voor de ontwikkeling van Punk en New Wave, muziekstromingen die zich afzetten tegen de mainstream cultuur. En ja, ik was toen ook een van die jongeren die lekker alternatief wilde doen. Ik zat helemaal in de New Wave-scene. Joy Divison is nog steeds een van mijn favoriete bands.

Wat maakt de platenhoezen van Factory Records zo bijzonder?
Het begin van de jaren tachtig waren de laatste jaren dat je leerde ontwerpen zonder computer. Ontwerpers uit die tijd hebben die typische snelle collage-achtige manier van werken. Peter Saville, de grafisch ontwerper van Factory Records was daar meester in en had een carte blanche; hij deed precies waar hij zin in had. Dat zorgde voor onwaarschijnlijke combinaties; donkere meeslepende muziek met een vrolijke puppy op de hoes. Wij hebben in de tentoonstelling 160 platenhoezen hangen en iedere plaat is uniek. Saville heeft met terugwerkende kracht een enorme status gekregen. Bij ontwerpers boven de vijftig jaar staat hij steevast in de top drie beste ontwerpers.



Joy Division, She's lost control

Heeft u een favoriete platenhoes?
Ja, die van Durutti Column. Dat is de naam van de band en de plaat, die van schuurpapier is gemaakt. Het voelt heel ongemakkelijk om zo’n kostbare plaat in een schuurpapieren jasje te schuiven.

Factory Records besteedde ontzettend veel aandacht aan ‘packaging’. Met succes. Wat vindt u van de huidige ‘packaging’ bij platenlabels? 
Dat is wat mij betreft een verloren kunst. Vroeger tourden bands om platen te verkopen; hoe zo’n plaat eruit zag was belangrijk. Tegenwoordig zijn clips de visuele tactiek en brengen mensen muziek uit om geld te verdienen met een concerttour. Het is eigenlijk niet meer met elkaar te vergelijken. Vroeger moest je je best doen om erachter te komen hoe een artiest eruit zag. De enige link met je favoriete band was die plaat of het muziektijdschrift OOR. Muziek staat nu gratis op Spotify en artiesten kun je de hele dag online volgen. Maar er is hoop. Laatst vroeg mijn 14-jarige dochter: hé pap, had jij niet zo’n leuke platenspeler?

Je was hoogleraar Design, Culture en Society. Over welke ontwerper zou je nog een keer college willen geven?
Bart Hess uit Eindhoven. Hij maakte onder andere de slijmjurk voor Lady Gaga (red. videoclip Born This Way). Hij is stylist, materiaalontwerper, beeldkunstenaar; dat multidisciplinaire is echt van nu. Wat hij creëert met beelden, licht en materialen is spannend, ongemakkelijk zelfs. Ik vind dat te gek. Hij laat je iets voelen. Dat is waar design voor mij om draait. Volgende maand houden we een tentoonstelling over Bart Hess.

De tentoonstelling Factory Records loopt van 20 mei t/m 5 november 2017.

The Wall: kat-en-muisspel met sluipschutters

Film: The Wall
Regie: Doug Liman
Met: Aaron Taylor-Johnson, John Cena
Bioscooprelease: 8 juni

Sluipschutters turen door hun vizier, mikken zorgvuldig en lossen vervolgens een dodelijk schot. Dat beeld schotelen filmmakers ons voor. Dat de militairen eerst uren voor dat ogenschijnlijk simpele schot in dezelfde houding liggen, in vaak barre omstandigheden, komt niet aan bod. Dat maakt een film immers niet spannend. Of toch wel? In The Wall zorgt juist de focus op dat ellenlange wachten voor een intens spannende situatie in een al even spannende thriller.

Shane Matthews en zijn spotter Allen Isaac zijn op hun zoveelste missie in Irak. De oorlog is officieel ten einde, maar het gevaar ligt nog overal op de loer. De twee soldaten zijn samen op een noodsignaal afgestuurd. Op een verlaten plek treffen ze een aantal dode beveiligingsagenten aan. Na 22 uur wachten besluit Matthews dat de kust veilig is. Hij stapt op de lichamen, maar wordt direct van afstand neergeschoten. Niet dodelijk, maar wel zwaar gewond.

Isaac raakt in paniek en rent op zijn maatje af. Ook hij wordt beschoten en al bloedend zoekt hij dekking achter een bouwvallig muurtje, terwijl enkele meters verderop Matthews hulpeloos is blijven liggen. Wanneer Isaac via zijn radio om hulp wil vragen, krijgt hij antwoord van de beruchte Iraakse sluipschutter Juba, de man die hen zojuist onder vuur genomen heeft. Juba speelt een venijnig spel met Isaac, die echter niet met zich laat sollen en op zoek gaat naar manier om zichzelf en zijn partner veilig te stellen.

Deze psychologische thriller zit strak in elkaar en ziet er gelikt uit. Dat was ook te verwachten van regisseur Doug Liman, die met de blockbusters The Bourne Identity en Edge of Tomorrow al liet zien wel raad te weten met actie en spanningsopbouw. Vooral in de eerste en laatste akte laat hij ons op het puntje van de stoel zitten zweten. Is het echt veilig? Van welke kant gaat er geschoten worden?

Het enige zwaktebod van de film vormt het gesprek tussen de gewonde militair en zijn onzichtbare vijand. Juba probeert Isaac te breken door hem te vragen naar zijn oorlogstrauma's en doet zelf verslag van de verschrikkingen die de Iraakse bevolking heeft moeten doorstaan. De sniper was ooit leraar, maar door al het oorlogsleed is hij veranderd in een wraakzuchtige moordenaar. De opzichtige boodschap dat geen mens zonder kleerscheuren uit een oorlog komt, had meer geraakt als hij scherper en subtieler was gebracht. Nu hangt de conversatie van clichés aan elkaar.

Dat The Wall ondanks de matige dialogen toch goed overeind blijft, is vooral te danken aan acteur Aaron Taylor-Johnson, die een geweldige one-man-show opvoert en de kijker laat deel maken van een akelig beklemmende gevoel. Angst, wanhoop, maar ook humor en doorzettingsvermogen. Taylor-Johnson toont het allemaal vanachter dat muurtje, dat steeds verder in elkaar stort. Vanaf één en dezelfde locatie en zonder zichtbare tegenspeler trekt hij ons mee in zijn benarde situatie, die van begin tot eind weet te boeien.

Door Kita van Slooten

Lab-44 lokt Amsterdammers naar de Zaanstreek

Wat: Lab-44, een multifunctionele opzet met restaurant, terras, foodlaboratoria en vergaderruimte
Waar: op het Hembrugterrein in Zaandam grenzend aan de Zaan en het Noordzeekanaal
Bereikbaar: via het pontje vanaf Amsterdam CS (20 min) en Station Sloterdijk (5 min). Gratis parkeren.
Open sinds: 12 mei 2017
Keuken: brasserie en pizza
Laboratorium: achter glazen wanden wordt geëxperimenteerd met sambal, bier en rijstepap.

Lab-44 Zaandam

Wie zitten er achter Lab-44
Initiatiefnemer van het geheel is Paul Riteco, tevens eigenaar van restaurant Hoop op d’Swarte Walvis in Zaandam en brouwerij Hoop in Zaandijk en Hope Brewery in Ierland. Zijn bedrijfsconcepten vallen in goede aarde. Zo won hij in 2016 de Duurzaan Award voor brouwerij Hoop waarvan de omzet in 2018 op vier miljoen wordt geschat. ‘Ik heb geen verstand van mosterd of pizza, maar ik weet wel hoe ik mensen met verschillende expertises bij elkaar moet brengen waarmee we resultaat kunnen boeken’, zegt Riteco.

Locatie
In een monumentaal industrieel pand grenzend aan de Zaan. Aan de overzijde van het water zie je Amsterdam liggen. De historie van het pand is van lugubere aard. In 1918 werd het opgezet als gifgaslaboratorium, een veelgebruikt wapen in WO I. ‘In de jaren tachtig verloor het pand zijn militaire rol en stond het jaren weg te kwijnen. Dankzij haar monumentale status hebben we het met provinciale subsidie kunnen laten restaureren’, zegt Riteco. De multifunctionele hotspot van totaal 42 hectare wordt omgeven door een zogenaamd ‘plofbos’ en tientallen andere monumentale panden. ‘Het Hembrugterrein heeft een rauw karakter. Het was het hart van de voormalige verdedigingslinie van de Stelling van Amsterdam en is nu een groots binnenstedelijk ontwikkelgebied. De komende jaren gaat hier heel veel gebeuren.’

Lab-44 Zaandam

Interieur
Alles wat oud is en bewaard kon blijven, is bewaard. De rest is vervangen door industrieel design van lokaal talent. ‘Je ziet heel mooi nu en honderd jaar geleden door elkaar heen lopen.’ Riteco’s vrouw, Linda Rijlaarsdam –van huis uit gebiedsontwikkelaar-, hield het samenhangende geheel in het oog. ‘Wanneer je het restaurant inloopt, kijk je door glazen wanden naar de foodlaboratoria. Dat geeft een mooi 3D-effect’, zegt Riteco. Ook is hij trots op de toiletten, ontworpen door Sander Borsje uit de Zaanstreek: ‘die bestaat uit één stuk donkerbruin polyester met afgeronde hoeken. De zitting is van staal. Niet iedereen houdt ervan, maar dat vind ik wel geinig. Het mag best een beetje schuren.’

Keuken
Riteco wilde iemand aan het roer dit het ‘wel snapte’. Dus vroeg hij zijn sous-chef van Hoop op d’Swarte Walvis aan boord te komen. De gast kan kiezen uit brasserie luxe en modaal: van gestoofde kalfswang tot hamburger. Ook is de pizza company van La Lotta aanwezig: winnaar van diverse pizza-awards (ja, die bestaan). ‘We doen veelvuldig aan bier-spijs combinaties’, zegt Riteco. Zijn favoriet? ‘De lamscurry met een Waterwolf, onze frisse Saison.’

Lab-44 Zaandam

Sambal erbij?
Lab-44 doet zijn naam eer aan. Er bevinden zich diverse bedrijven die experimenteren met voeding en drank: een kleine bierbrouwerij van Hoop, de werkplaats van Zaanse Sambal, een ‘Paplab’ waar rijstepap wordt ontwikkeld en een atelier voor de ontwikkeling van voedingsverpakkingen van het Amsterdamse bedrijf House of Proud. ‘We willen bezoekers in toenemende mate kennis laten maken met deze ‘makers’. Denk aan bedrijven die een dagje bier, pizza of sambal gaan maken.’

Van 020 naar 075
Riteco heeft –tot grote ontsteltenis van diverse Zaandammers- een 020-nummer voor zijn Lab-44 aangevraagd. Reden: aan de zuidkant (Amsterdam) wonen zesmaal zoveel mensen als aan de noordkant. De millenials uit Zaandam gaan naar Amsterdam als ze iets bijzonders willen. Riteco wil dit omdraaien en meer. ‘Wat is er nou leuker dat Amsterdammers in Zaamdam hun euro’s gaan uitgeven? Een 020-nummer is natuurlijk kunstmatig, maar het kan net dat zetje geven om mensen het Noordzeekanaal over te lokken.’

Veelzijdig circulair ontworpen kuipje

Oer-Hollandse kantoorinrichter Gispen heeft met het 'zitprogramma' Nomi een nieuw blijvertje in huis. Ontwerper Just Meijer vertelt hoe hij op de valreep van zijn carrière nog een klassieker ontwierp.

Ontwerper Just Meijer en Gispen gaan ver terug in de tijd. De vader van Meijer was compagnon van de oude Gispen, oprichter van het bekende meubelmerk. “Oprichter Willem Gispen was ook mijn achteroom.”, vertelt Meijer. "Na een leven lang zelfstandig meubelontwerper te zijn geweest ben ik erg trots om nu zo’n mooi ontwerp voor het bedrijf Gispen te hebben kunnen maken."

Zijn werkwijze is in de loop der jaren weinig veranderd: “Mijn proces van productontwikkeling bestaat eruit dat ik op een stoel ga zitten met mijn ogen dicht. Dan denk ik na en bedenk ik een vorm waarmee ik aan de slag ga.” In het geval van de Nomi was het vertrekpunt de kuip, het zitgedeelte dat de basis vormt van de stoelenlijn. Meijer: “Het lijkt een overbodige opmerking voor een ontwerper maar ik vind de ergonomie van een zitmeubel heel belangrijk. Hij moet lekker zitten. Daar begint het allemaal mee.”

Voor de Nomi koos Meijer een zitvlak dat aangenaam meebeweegt met de gebruiker. “Het moet niet te stug worden.”, zegt hij. Om deze flexibiliteit te bereiken, bedacht Meijer een oplossing met vier bevestigingspunten die –ongewoon- in het midden van het zitgedeelte worden bevestigd. Daarnaast, en daar ging veel tijd inzitten, wilde hij dat zijn nieuwe reeks stoelen volledig herbruikbaar dan wel hernieuwbaar was, qua materiaalgebruik. “Dat was een voorwaarde bij het ontwerp.”, aldus Meijer.


 

Waarom Meijer voor een circulair ontwerp koos, vindt hij een beetje overbodige  vraag. “Dat is toch logisch in deze tijd?” 

De Nomi, zoals het eindresultaat is gaan heten, is geen vaste stoel in de zin van een identieke uitvoering maar een modulair systeem dat bestaat uit tal van verschillende varianten. Het zitgedeelte blijft telkens gelijk terwijl het onderstel varieert. Volgens Meijer is de veelzijdigheid de kracht: “Deze stoel past in de directiekamer maar ook thuis, aan de eetkamertafel.”

Er zijn Nomi’s met een vierpoot op wieltjes, een buizenframe, gewone metalen poten of houten poten te koop. De kuipjes zijn in tal van kleuren en met of zonder bekleding verkrijgbaar. Zelfs de bekleding is zeer duurzaam door het gebruik van een afneembare hoes. De verschillende lijnen hebben namen als Classic, Wood, Work, Project en Comfort. Meijer is erg tevreden met zijn ontwerp. Maar de drieënzeventigjarige is nog niet van plan om zijn ontwerppraktijk, waarbij zijn zoon de zakelijke kant voor zijn rekening neemt, aan de wilgen te hangen. “Ik ben nu bezig met een aantal nieuwe Nomi varianten en ook met een schommelstoel voor een Amerikaanse partij. Dit werk is veruit het leukste dat ik kan verzinnen.”