Van onze partner Robeco

Robeco

Grafiek van de dag: zestien dagen!

Lukas Daalder • 26 oktober 2017 10:06

Grafiek van de dag: zestien dagen!

Maar liefst 16 dagen op rij wist de Nikkei hoger te sluiten. Is dat knap, of niet? Lukas Daalder van Robeco geeft antwoord.

Onder de beleggers bestond de afgelopen dagen enige opwinding over de aanhoudende rally in Japanse aandelen. Goede economische cijfers, een verzwakkende yen, de verkiezingswinst van Abe, goede winstcijfers: alles werkte in het voordeel van de Nikkei.

Met de 16 plusdagen op rij hadden we de langstdurende rally on-record te pakken voor de Nikkei, waarbij overigens wel gelijk moet worden aangemerkt dat die record niet verder teruggaat tot 1970. Even leek het er op dat het record zelfs naar 17 dagen getild zou worden, maar de middaghandel op woensdag de 25ste doorkruiste dat plan. De teller is daarmee weer terug naar nul.

Best uitzonderlijk

Maar hoe uitzonderlijk is dat nou, zestien positieve handelsdagen op rij? Als ik me beperk tot de bredere, lokale aandelenindices, blijkt het inderdaad best uitzonderlijk te zijn. Met de zestien positieve handelsdagen op rij bevindt de Nikkei zich in de selecte groep van slechts tien indices die een dergelijke sterk staaltje heeft weten volbrengen, van circa veertig indices die ik sinds de 1970 bekeken heb.

Wat daarbij gelijk opvalt is dat waar de Nikkei zestien dagen op rij hoger sloot, de teller voor de Japanse Topix op ‘slechts’ twaalf dagen staat. Het verschil tussen de Nikkei en de Topix is min of meer vergelijkbaar met het verschil van de Dow Jones Index en de S&P500 in de VS: de eerste is een beetje een Mickey Mouse index, die andere geeft een veel beter beeld van de brede aandelenmarkt weer. Wat dat betreft moeten we dus ook niet overdrijven.

16 dagen winst op rij levert je een plek in de top 10 op


Bron: Bloomberg, Robeco

Maar toch: zestien dagen is best knap. Het absolute record staat op naam van de Shanghai index die in 1991-1992 naar verluid 99 dagen op rij hoger sloot. Ik zeg hierbij ‘naar verluid’ omdat de koersbeweging die ik op Bloomberg zie verdacht weinig op een normale beursbeweging lijkt. Gedurende deze rally werd de opwaartse koersbeweging per dag gelimiteerd tot een maximum van 1% en pas toen men die restrictie in februari 1992 losliet, kwamen ook de mindagen om de hoek kijken.

Zeer gereguleerd allemaal, dus van een echte ‘marktbeweging’ kun je moeilijk spreken. De nummer twee staat eveneens op naam van de Shanghai, maar is even verdacht. De nummer drie, de beurs van Saudi-Arabië die in september 2003 maar liefst 20 dagen omhoog ging, is de volgende op de lijst. Zonder de term Mickey mouse nou twee keer te willen gebruiken, maar pas op de vierde plaats vinden we een echte beurs: de Nasdaq steeg in 1979 in totaal 19 dagen, zonder verlies.

Zegt niets

Nou zegt dit uiteraard allemaal niets. Zo bedroeg de winst van de Nikkei op 11 oktober slechts 0,06%, terwijl de teller op 12 oktober zelfs niet verder kwam dan een 0,01% stijging: een tikje lager in het slot en niemand had het vervolgens over een record gehad. Andersom, als we een daling van 0.1% als foutenmarge beschouwen (en dus niet meetellen als correctie), hield de opmars van de Nikkei in 1971 maar liefst 22 dagen aan: weg record.

Aardig is ook om te kijken welke van deze plusdagenrecords de belegger de meeste winst opleverde. Als ik die vreemde Shanghai beweging even buiten beschouwing laat (de rally van 99 dagen leverde wel zeer toevallig een winst van 99% op…), en alleen de records bekijk waarop een beurs veertien dagen op rij een plus wist neer te zetten, kom ik op het volgende overzicht.

Winst per rally verschilt sterk


Bron: Bloomberg, Robeco

De 7% winst die de Nikkei de afgelopen 16 dagen bij elkaar gesprokkeld is in historisch opzicht niet bijster bijzonder. Ook hier kan je gelijk het een en ander op afdingen. Zo is de beste score van koerswinst-per-plusdag die van de Braziliaanse Bovespa, die in 1994 respectievelijk 19 en 15 dagen achter elkaar in waarde steeg en daarbij een imposante winst van 86% wist te boeken.

Als je bedenkt dat de Braziliaanse inflatie in 1994 een piek van bijna 5000% bereikte, snap je echter wel dat het hier niet om een normale rally ging. Sterker nog, de Bovespa steeg in 1994 met slecht 1000%, dus in reële termen incasseerde beleggers gedurende dat jaar juist forse verliezen. De zwakste koerswinst-per-plusdag staat in dit overzicht op naam van de Nasdaq: in de 14 plusdagen van 1987 werd een schamele 3,8% bij elkaar gesprokkeld.

De echte hamvraag is uiteraard wat er over het algemeen volgt op zo’n lengterecord: is het optimisme een opmaat voor een keiharde afstraffing, of volgt na een enkel mindagje vervolgens nog een sterke rally?

Als ik de vreemde uitschieters van de Bovespa en de Shanghai index er even tussen uit filter en kijk wat het rendement was in de drie weken die volgde op het beëindigen van de recordreeks, dan kom ik op een gemiddeld rendement van 1,8%. De grootste negatieve uitschieter (-4.6%) komt op het conto van in Saudi-Arabië, de grootse positieve uitschieter (13,3%) is voor de Nasdaq.

En Japan? Gemiddeld stond de Japanse beurs na drie weken 2,5% hoger. Let echter wel op: dit positieve beeld wordt sterk beïnvloed door de positieve uitschieters die van de Japanse beurs in de jaren ’70. De Topix dus, niet de Nikkei.

Gerelateerde artikelen

Robeco

Meer Robeco