We zien dat je waarschijnlijk onze advertenties blokkeert. RTLZ.nl heeft de inkomsten uit advertenties nodig om goede, onafhankelijke verhalen te blijven maken. Ook kan het zijn dat door het gebruik van een adblocker bepaalde functies op de website niet goed werken. Maak je een uitzondering voor onze pagina's? Voor meer informatie, klik hier.

Van onze partner Robeco

Robeco

Blokland's grafiek van de dag: hoera, inflatie!

Jeroen Blokland • 02 februari 2017 10:48

Blokland's grafiek van de dag: hoera, inflatie!

De inflatie in de Eurozone is opgelopen tot 1.8%. Het hoogste niveau in bijna vier jaar, en, jawel, bovenop de doelstelling van de Europese Centrale Bank van in de buurt van, maar net onder de 2%. Een mooi moment om met kwantitatieve verruiming te stoppen, denkt Jeroen Blokland van Robeco.


Helaas. Zoals de ECB in december van vorig jaar bij monde van president Draghi aangaf, gaat de bank ook dit jaar vrolijk door met het opkopen van massale hoeveelheden obligaties. Tot zeker eind 2017 blaast de ECB zijn balans verder op, met als enige nuance dat zij vanaf maart ‘maar’ EUR 60 miljard per maand koopt, in plaats van de huidige EUR 80 miljard. De kans dat de ECB daarna in één klap stopt met kwantitative verruiming, is bovendien ook gering.

Is al dat opkopen nu echt nog wel nodig? Ik ben geneigd om te zeggen van niet. Eén van de genoemde argumenten om door te gaan, is dat de opleving van de inflatie tijdelijk is als gevolg van de sterk gestegen olieprijs. Klopt, de stijgende inflatie wordt in belangrijke mate veroorzaakt door de olieprijs. De grafiek hieronder laat mooi zien dat de recente piek in inflatie samenvalt met een piek in de jaar-op-jaar verandering van de olieprijs van 60%. En dat de inflatie weer zakt als de olieprijs vanaf nu gelijk blijft. Maar omgekeerd geldt dan natuurlijk ook, dat de inflatie ook slechts tijdelijk onder nul werd getrokken door een massale daling van de olieprijs in de periode daarvoor.

Om de verstorende werking van olieprijzen op de inflatie ‘uit te zetten’, wordt vaak gekeken naar de kerninflatie, zonder olie en voedsel, een andere, notoir volatiele, inflatiecomponent. Voordat ik de kerninflatie erbij haal, wil ik even benadrukken dat de ECB zelf de headline-inflatie als haar doelstelling heeft gekozen. Dus focussen op de kerninflatie is eigenlijk een beetje valsspelen, maar goed.

De kerninflatie is afgerond 1% en ligt daarmee dus een behoorlijk eind verwijderd van de ECB-doelstelling. Daarentegen, een niveau van 1% lijkt me niet meteen reden voor paniek. Eind jaren ’90 lag de kerninflatie ook al eens onder de 1%, al was dat toen van korte duur. Van kwantitatieve verruiming heeft toen niemand iets gehoord. Belangrijker nog, wie zich een beetje heeft ingelezen in de nasleep van financiële crises weet dat er in de jaren daarna vaak sprake is lage inflatie, of zelfs deflatie. Tel daar de almaar dalende grondstoffenprijzen, die uiteindelijk voor een deel terugkomen in de kerninflatie, bij op en die 1% kerninflatie is nog best te billijken.

Een derde argument zijn inflatieverwachtingen. Wanneer de inflatieverwachtingen door hun hoeven zakken, en mensen gaan geloven dat de inflatie voor langere tijd laag blijft, of zelfs negatief wordt, is dat slecht voor de economie. Prima, inflatieverwachtingen zijn sowieso een betere indicator voor de ECB om op te sturen, dan het ‘twaalf-maanden-in-de-achteruitkijkspiegel-kijkende’, gerealizeerde inflatiecijfer. Maar ook op dit front lijkt te noodzaak voor grootschalige kwantitatieve verruiming beperkt. In de afgelopen maanden zijn de inflatieverwachtingen (hieronder weergegeven met inflatieswaps) zelfs in de Eurozone, flink opgelopen. Niet alleen vanwege stijgende olieprijzen, ook vanwege sterkere economische groei, lagere werkloosheid, stijgende lonen en stijgende huizenprijzen.


Dat roept natuurlijk de vraag op waarom de ECB nog zo hard doortrekt. Omdat Draghi een Italiaan is natuurlijk. ‘Nee’, waarschijnlijk niet, al heeft Italië er zeker mee te maken. Als de geschiedenis van de Eurozone ons iets heeft geleerd is het-dat één monetair beleid voor alle  Eurolanden een uiterst onhandige constructie is. Met als gevolg dat het beleid minimaal passend moet zijn voor de zwakste landen. En in dat rijtje hoort Italië uiteraard thuis. Geen groei, bijna geen inflatie, hoge werkloosheid en veel, heel veel schulden. En dus trapt de ECB, onder het mom van ‘better safe than sorry’ het gaspedaal ook dit jaar volledig in. De noodzaak op geaggregeerd Eurozone niveau is echter een stuk minder eenduidig. Waar voor Italië het ECB-beleid een reddingsboei is, is het voor Duitsland totaal overbodig. Hier is het laatste woord nog niet over gezegd.  

 

Gerelateerde artikelen

Robeco

Meer Robeco