Het zoontje van de baas

28 juni 2018 14:12

Beeld ©

Rozen verwelken, schepen vergaan, maar familiebedrijven blijven altijd bestaan. Reuzehandig immers voor een directeur, een opvolger met dezelfde genen. Maar wordt junior wel geaccepteerd door de medewerkers? En hoe is het voor de ‘zoon of dochter van’ om in de voetsporen van zo’n vertrouwde voorganger te treden? Bas van der Veldt volgde in 2008 zijn vader op als CEO van software-ontwikkelaar AFAS. Bas was nog maar 31 toen Van der Veldt senior het stokje overdroeg. “Het was nooit een uitgemaakte zaak.”

“Mijn vader en ik zijn twee handen op één buik en hebben dezelfde afwijking: we houden van software én van mensen. In 1996 begon ik aan een studie Bedrijfsinformatiesystemen, precies op het moment dat mijn vader Ton van der Veldt samen met zakenpartner Piet Mars AFAS oprichtte. Ik vond het machtig interessant wat mijn vader allemaal deed. Al tijdens mijn studie werd ik ingezet als manusje van alles, ik heb bijvoorbeeld de allereerste homepage en mailadressen aangemaakt. Heel natuurlijk groeide ik in het bedrijf en al snel werd ik eindverantwoordelijk voor de Amsterdamse vestiging. In 2000 studeerde ik af en verhuisde naar het hoofdkantoor in Leusden, waar ik manager Product Management werd.

Uitgemaakte zaak
Mijn vader deed mijn functioneringsgesprekken. Als hij vroeg naar mijn ambities, antwoordde ik steevast: “Ik wil doen wat jij doet”. Hij hoorde mijn ambitie aan, maar liet nooit doorschemeren dat het een serieuze optie was dat ik hem zou opvolgen. “Voorlopig zit ik hier nog goed, en als het aan de orde komt, kijken we op dat moment wie de beste kandidaat is” zei hij altijd. Het was nooit een uitgemaakte zaak.

Daarom kwam het toch onverwacht toen Piet en mijn vader aan Arnold Mars (de zoon van Piet) en mij aankondigden dat ze in 2008 het stokje aan ons gingen overdragen. Vooral omdat het moment vrij vroeg kwam: mijn vader was pas 53 en ik nog maar 31. Maar ik dacht meteen: geweldig, dit gaan we doen!

Bewijsdrang
We hebben onze benoeming eerst aan alle medewerkers verteld en pas een jaar later ook extern bekend gemaakt. Omdat ik altijd al een vrij publieke functie heb gehad - ik deed veel presentaties, interviews en woordvoering- kenden de meeste klanten mij al. Voor de medewerkers kwam het ook niet echt als een verrassing, hooguit dat het nu al zover was. Voor één van onze andere directieleden was het wel even slikken, omdat deze zichzelf ook graag in de rol van algemeen directeur had gezien. Dat blijft natuurlijk altijd een lastig punt als je zo nauw met elkaar samenwerkt. Achteraf gezien had ik daar meer oog voor moeten hebben realiseer ik me nu, dat is wel een leermoment geweest.

Ik had geen last van bewijsdrang, die had ik al gehad toen ik in 2000 begon in Leusden en uit alle macht wilde laten zien dat ik geen wormvormig aanhangsel was van mijn vader. Ik was me er enorm van bewust dat mensen me konden zien als het zoontje van de baas, dat hier alleen maar rondliep vanwege zijn achternaam. Gelukkig ging die bewijsdrang over toen ik kon laten zien dat ik ook als mezelf van waarde was voor het bedrijf.

Ziel
Natuurlijk heb ik dingen veranderd na het vertrek van mijn vader, maar dat is heel organisch gebeurd. Langzamerhand hebben Arnold en ik onze eigen schwung gegeven aan de organisatie. Wat AFAS zo bijzonder maakt, is dat ons bedrijf een ziel heeft. De leiding kun je niet zomaar overdragen aan iemand van buiten, die er een paar jaar als een vogel overheen schijt en dan weer verder vliegt. De AFAS-cultuur zit in mijn DNA zit en ik ken iedere medewerker en veel van onze 11.000 klanten persoonlijk. Arnold en ik staan heel dichtbij onze mensen en hechten ongelooflijk veel waarde aan maximale transparantie. Ik durf wel te zeggen dat we onze plek als directie inmiddels wel veroverd hebben. Ik ben ook niet meer de ‘zoon van’, mijn vader is nu de ‘vader van’.

Piet en mijn vader zitten nog in de Raad van Bestuur van AFAS en we hebben regelmatig met z’n vieren aandeelhoudersoverleg. Mijn vader houdt zich nu ook weer bezig met de huidige nieuwbouw. En ook privé praten we - helaas - heel veel over het bedrijf, we kunnen het allebei gewoon niet loslaten. We hebben ooit op vakantie vier dagen niet over AFAS gesproken, dat was een record.

Ballerina
Ik zou het oprecht geweldig vinden als mijn dochters van nu 3 en 8 later ook in de zaak komen. We hebben nu al vaak mooie gesprekken over mijn werk en ik geef ze veel mee over wat het is om ondernemer te mogen zijn. Als de oudste is afgestudeerd, ben ik 55, dan zit ik hier nog wel. Maar we zien wel hoe het loopt. Als ze liever ballerina wil worden, moet ze dat zeker doen.”

Bekijk de inspiratiebox van AFAS Software voor nog meer tips en inspiratie van Bas van der Veldt. AFAS Software. Inspireert beter ondernemen.

Tekst: Ronne Theunis