Tech

De hackers van IS: hoe gevaarlijk is het Cyber Kalifaat?

Daniël Verlaan • 18 november 2015 17:08 @danielverlaan

Beeld © Getty

Een Britse minister waarschuwt voor online dreigingen van IS. Er wordt daarom meer geïnvesteerd in inlichtingendiensten om potentiële 'cyberterroristen' in de gaten te houden. Hoe reëel is het dat de terreurgroep ook online iets gaat opblazen?

Online aanslagen kunnen enorm veel impact hebben. Denk aan een aanval op de interne systemen van ziekenhuizen of vliegvelden. Precies voor die aanvallen waarschuwt George Osborne, de Britse minister van Financiën: "Laten we duidelijk zijn: IS gebruikt het internet al voor het verspreiden van propaganda, radicaliseren van moslims en het plannen van operaties. Ze zijn er echter nog niet in geslaagd om mensen te doden door vitale infrastructuren aan te vallen."

Hoe reëel zijn dergelijke online aanvallen van IS op belangrijke infrastructuren? Vier vragen over de online dreigingen van het zogeheten Cyber Kalifaat.

1. Hoe gebruikt IS het internet?
IS zet het internet op drie manieren in: het verspreiden van propaganda, radicaliseren van moslims en plannen van operaties. Propaganda wordt onder andere verspreid middels een eigen online magazine Dabiq (ook beschikbaar in het Engels en Frans), openbare Telegram-kanalen (zoals Khilafah News) en Twitter-profielen. Er zou zelfs een online helpdesk voor jihadisten zijn die 24/7 beschikbaar is.

Thumbnail

Het radicaliseren van moslims en plannen van operaties is lastiger waar te nemen. IS gebruikt allerlei kanalen om met elkaar te communiceren, van de PlayStation 4 en Telegram tot allerlei andere kanalen. Daarnaast speelt 'offline communiceren' ook nog steeds een grote rol. De AIVD zegt de komende jaren juist veel te verwachten van human intelligence, waarbij spionnen infiltreren in de wereld van radicaliserende moslims. Communicatie tussen terroristen zou steeds vaker offline plaatsvinden.

2. Welke 'online aanslagen' heeft IS tot nu toe gepleegd?
IS heeft vooralsnog weinig online aanvallen van betekenis uitgevoerd. Het Cyber Kalifaat, de hackersdivisie van de terreurgroep, heeft meerdere keren lijsten vrijgegeven met inloggegevens en persoonlijke gegevens van (meestal willekeurige) Twitter-gebruikers. Dit gebeurde ook bij medewerkers van de CIA, FBI en het Amerikaanse leger. Deze lijsten bleken echter veel oude informatie te bevatten, waardoor het lijkt alsof IS informatie die is buitgemaakt bij hacks in het verleden als nieuwe hacks presenteert.

Een geslaagde internetaanval lukte op de website, Facebook-pagina en zenders van de Franse televisiezender TV Monde. De aanval kwam na de aanslag op Charlie Hebdo, waarbij de hackers een foto plaatsten met de tekst 'Je suis IS' - een verwijzing naar de steunbetuiging 'Je suis Charlie'. De zenders gingen voor zelfs even op zwart. 

Thumbnail

Na een korte tijd werden de zenders, website en Facebook-pagina weer hersteld.

3. Waarom waarschuwt een Britse minister voor internetaanvallen door IS?
De uitspraken van Osborne kun je op twee manieren interpreteren. Aan de ene kant wil de minister burgers waarschuwen voor de online gevaren van IS. "Ze hebben nog niet de capaciteit, maar we weten dat ze het [online aanvallen, red.] willen en dat ze hun best doen om daaraan te werken", aldus Osborne. Het Verenigd Koninkrijk investeert in de inlichtingendiensten, waaronder 1900 extra werknemers voor de geheime dienst GCHQ. Volgens de minister is dit nodig om het Verenigd Koninkrijk online te bewapenen tegen dreigingen van IS,  samen met het in de gaten houden van enkele duizenden potentiële IS-sympathisanten.

De uitspraken vallen politiek gezien precies op het juiste moment. Aan het begin van de maand heeft Theresa May, de Britse minister van Binnenlandse Zaken, een conceptwetsvoorstel ingediend om de afluisterwet te herzien. Hierin wordt duidelijker uitgelegd wat de Britse inlichtingen allemaal mogen, en wanneer er rechterlijke toetsing nodig is. Volgens privacyexperts maakt de nieuwe wet opnieuw grote inbreuk op de privacy van zowel Britse als internationale burgers. Het verbod op end-to-end-encryptie, wat heel lastig door de inlichtingendiensten te kraken is, heeft het conceptwetsvoorstel niet gehaald.

Door de online dreigingen van IS te benoemen, is het aannemelijk dat een dergelijke wet en extra investeringen in de inlichtingendiensten sneller worden geaccepteerd - zowel door de politiek als burgers. Dit zou mogelijk een strategie achter de uitspraken kunnen zijn.

4. Hoe reëel is de online dreiging van IS?
Volgens Pim Volkers, vicepresident van het Nederlandse beveiligingsbedrijf Fox-IT, zijn er op dit moment geen duidelijke aanwijzingen voor grootschalige jihadistische online aanvallen. "Maar dat betekent niet dat het niet kan gebeuren. Je ziet dat er tussen de Franse en Britse Syriëgangers ook hoogopgeleiden zitten, en er hoeft er maar één een achtergrond in IT te hebben. Als zo'n slim persoon al jaren bezig is met computers en hij toegang krijgt tot het kapitaal van IS, zou dat wel degelijk dreigingen kunnen opleveren." De vermeende leider van het Cyber Kalifaat, Junaid Hussein, is in augustus van dit jaar omgekomen.

De online aanvallen hoeven niet per se door IS te worden uitgevoerd. "Dat kan ook door een huurling worden gedaan", zo legt Volkers uit. "IS heeft enorm veel geld. Je ziet in het Oostblok soortgelijke situaties, waar hackers worden ingehuurd om online aanvallen uit te voeren. In veel gevallen houden dergelijke criminelen geen rekening met wie hen betaalt en voeren ze gewoon de opdracht uit. Als IS zich dan richt op vitale infrastructuren, zoals banken, kerncentrales en andere nutsbedrijven, dan kunnen ze vanuit Raqqa met een online aanval belangrijke onderdelen van de samenleving ontwrichten."

Bron • RTL Z / Daniël Verlaan