We zien dat je waarschijnlijk onze advertenties blokkeert. RTLZ.nl heeft de inkomsten uit advertenties nodig om goede, onafhankelijke verhalen te blijven maken. Ook kan het zijn dat door het gebruik van een adblocker bepaalde functies op de website niet goed werken. Maak je een uitzondering voor onze pagina's? Voor meer informatie, klik hier.
Opinie

Waarom het wél goed gaat met de integratie in Nederland

Robin Fransman • 24 december 2016 08:00

Waarom het wél goed gaat met de integratie in Nederland

Het lijkt soms wel hoofdpijndossier nummer 1 in Nederland: de ‘mislukte’ integratie van migranten. Maar met die integratie gaat het veel beter dan we denken, analyseert politicoloog Robin Fransman.

Dit is een verkorte versie van een artikel op CBS.nl. Robin Fransman is de eerste in een reeks gast-analisten van het Centraal Bureau van de Statistiek, die aan de hand van data ontwikkelingen in de samenleving analyseren. Het is nadrukkelijk zijn visie, niet (per se) die van het CBS.

Google ‘Integratie mislukt’ en je krijgt 105.000 hits. Wie de afgelopen jaren de media heeft gevolgd kan zomaar de indruk de krijgen dat de integratie van minderheden eh… mislukt is. Maar is dat wel de goede vraag? Het is niet alsof integratie iets is als het beklimmen van de Mount Everest of zoiets. Keihard je best doen, net de top niet halen en dan zeggen ‘oh, mislukt’. En het dan een jaar later nog een keer proberen.

Nederland heeft een eeuwenlange historie van migratie. Hugenoten en Joden in de 17de eeuw in Nederland, of bijvoorbeeld Italianen en Ieren in de Verenigde Staten in de 19de eeuw. Die geschiedenis leert ons dat integratie niet zozeer mislukt of slaagt, maar wel dat het sneller of langzamer kan gaan, met meer of minder fricties gepaard kan gaan. ‘Is het gelukt’ is dan ook een slechte vraag. Beter is: hoe staat het eigenlijk met de integratie van migranten in Nederland?

Wat we altijd doen: kijken naar wat er fout gaat

Vorig jaar was er een debat over de relatief hoge criminaliteitscijfers onder Marokkaanse jongeren. Onmiddellijk ging het debat daarmee over ‘mislukte integratie’. Is dat dan hoe je integratie meet? Lijkt me niet. Ten eerste is criminaliteit een mannending, en zegt dus weinig over de integratie van meisjes. En criminaliteit is ook nog eens een jonge-mannending, als de leeftijd van 35 gepasseerd is, dan neemt de criminaliteit sterk af.

Tenslotte zijn de criminaliteitscijfers ook nog altijd relatief laag. Op elke 10.000 personen van niet-westerse herkomst waren 300 mensen verdacht van een misdrijf in 2013. Dat zegt dus weinig over die overige 9700. En dan heb ik het nog niet gehad over de invloed van opleiding en inkomen op criminaliteit. Als je gaat kijken naar oorzaken dan hebben een laag inkomen en een lage opleiding veel meer invloed op criminaliteit dan afkomst. Het is een zeer beperkte indicator van integratie. Criminaliteit zegt misschien wel iets over waar de integratie soms faalt, maar niet over waar die goed gaat.

Hetzelfde gebeurt als je kijkt naar uitkeringen. Ja, uitkeringsafhankelijkheid is groter onder migranten. Maar dan kijk je naar de huidige status. Je kijkt dan niet naar de ontwikkeling door de jaren heen en je kijkt niet waar de integratie slaagt.

Wat we (ook) moeten doen: kijken wat er goed gaat

Laten we daarom ook naar de successen kijken. Om Mark Rutte te citeren: ‘Integreren is meedoen’. Meedoen in de samenleving. Dat betekent primair naar school gaan en werken. Andere zaken zoals wonen en inkomen zijn daar meestal een afgeleide van.

Trekken migranten en hun kinderen op het gebied van onderwijs en werk meer naar de gemiddeldes voor heel Nederland toe? Dat is dan de vraag. De vraag is dan dus niet of de integratie gelukt is of mislukt, maar of er vooruitgang inzit.

Vooruitgang 1: Onderwijs


De cijfers spreken redelijk voor zich. Als meer hoger onderwijs ook meer integratie betekent, dan gaat met de integratie het vrij aardig. Het aantal studenten aan hbo en universiteit is tussen 1995 en 2015 ruim verdubbeld. De invoering van het sociaal leenstelsel lijkt wat vertraging op te leveren, maar de crisis heeft er ook toe geleidt dat mensen na 2008 wat langer bleven studeren.

En met succes, ook de diploma's verdubbelen ruim:


En als we nog iets ruimer kijken, naar de hele populatie niet-westerse migranten, dan zie je ook een stijging van het opleidingsniveau. In de groep van 25 tot 35 jaar oud steeg het aandeel met een hogere opleiding van 22 procent in 2001 naar 33 procent in 2012. Min of meer gelijk als Nederland als geheel.

 

Vooruitgang 2: werk & inkomen

Bij werk zie je een vergelijkbaar patroon, al is de verbetering duidelijk kleiner. Steeds meer migranten hebben een betaalde baan, migranten met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond, vooral de mannen, benaderen de niveaus van autochtonen. Maar Nederlanders met een migratieachtergrond zijn wel duidelijker kwetsbaarder op de arbeidsmarkt. Ze verliezen in de crisis sneller hun baan, schoolverlaters met een migrantenachtergrond vinden in de crisis minder snel een baan.

Er is een duidelijk stijgende lijn in de arbeidsdeelname van de genoemde groepen migranten in de periode 2003–2009, maar de crisis hakt erin. Er volgt een forse terugval die groter is dan bij autochtonen. Daarna is er herstel tot niveaus die vooral bij Marokkanen boven die van 2003 liggen. Overigens komt een belangrijk deel van de achterstand op het gemiddelde in Nederland van vrouwen met een migrantenachtergrond. De participatie van mannen met een migratieachtergrond ligt iets achter, van vrouwen verschilt de participatie nog fors.

Wat verder opvalt is het ondernemerschap. Bij migranten met een Turkse achtergrond lag dat altijd al hoger dan bij autochtonen, bij migranten met een Marokkaanse achtergrond is het heel erg gegroeid. Het aandeel zelfstandigen met personeel steeg van 0,9 procent in 2003 naar 3 procent in 2016 (4 procent voor autochtonen). Ook bij zzp’ers zie je een sterke groei.

De hogere arbeidsparticipatie en de hogere opleidingen zie je ook terug in de besteedbare inkomens van Nederlanders met een migrantenachtergrond. Die relatieve inkomens gingen van 68 procent van het Nederlandse gemiddelde in 2000, naar 72 procent in 2014. De inkomensstijging moet vooral van de tweede generatie komen, vooral zij hebben een hogere opleiding en die zou tot hogere inkomens moeten leiden. Maar het aantal huishoudens is daar nog klein.
 

Vooruitgang 3: Vrouwen en emancipatie

Integratie is toch niet alleen werk en inkomen? Is integratie dan alleen het ‘meedoen’ van Mark Rutte? Of is er nog meer? Wat dacht je van waarden. Het denken over gelijkheid van man en vrouw, over homoseksualiteit, over de rol van religie in de politiek of in het openbare leven? Vind daar integratie plaats?

Op het gebied van vrouwen en emancipatie gaat de ontwikkeling snel. Op alle fronten zie je dat migranten en hun kinderen steeds meer lijken op autochtonen. De tweede generatie is geëmancipeerder dan de eerste generatie en zelfs in de vijf jaar tussen 2006 en 2011 laat ook de eerste generatie een vrij forse modernisering zien. Her en der is het verschil tussen autochtoon en migrant al nagenoeg verdwenen.

Vooruitgang 5: Homoseksualiteit

Bij de opvattingen over homoseksualiteit zijn de afstanden relatief groter. Wel is ook hier een modernisering zichtbaar van de tweede ten opzichte van de eerste generatie.

Op dit vlak is er ook recenter onderzoek, van de Rutgers Stichting uit 2012 naar opvattingen onder jongeren en van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit 2014. Die cijfers laten zien dat migranten met een islamitische achtergrond inmiddels hierover nagenoeg hetzelfde denken als streng christelijke of gereformeerde autochtonen, maar de vraag is dan of deze laatste groepen wel volledig geïntegreerd zijn.
 

Vooruitgang 6: Ethiek


Hetzelfde patroon zie je bij ethische kwesties over leven en dood. Opvallend is dat bij migranten met een Turkse of Marokkaanse achtergrond minder steun is voor de doodstraf dan bij autochtonen.

Vooruitgang 7: Religie

Hetzelfde patroon is zichtbaar: de tweede generatie lijkt meer op autochtonen dan op hun ouders. Qua kerk- en moskeebezoek is er nauwelijks nog verschil.

Vooruitgang 8: Mediagebruik

Mediagebruik Overdracht van kennis en waarden loopt voor een deel via de media. Ook daar zien we een sterke verschuiving. De tweede generatie leest veel meer Nederlandse (dag)bladen en kijkt meer Nederlandse TV en minder TV uit het land van herkomst.


Vooruitgang 9: Sociale interactie


Tenslotte vindt waardeoverdracht, maar bijvoorbeeld ook advies over werk en opleiding plaats in de vriendenkring. Zijn de sociale contacten tussen autochtonen en Nederlanders met een migrantenachtergrond toe- of afgenomen is dan de vraag. U raadt het al, ook daar is groei zichtbaar, al leven de groepen in de privésfeer nog veelal langs elkaar heen.

Conclusie

Nu heeft u alle feiten. Ja, criminaliteit en uitkeringsafhankelijkheid zijn groter onder Nederlanders met een migrantenachtergrond. Het gaat met een deel van hen niet goed. Maar het gaat met een enorm deel wel goed en ook steeds beter. We gaan daadwerkelijk meer op elkaar lijken. Welk waardeoordeel moeten we daar nu op plakken? Dat is aan u.

Maar voordat u daar over gaat oordelen nog dit. Tussen 2006 en 2011 is er nog iets veranderd. Nederlanders met een migrantenachtergrond zijn zich aanmerkelijk minder thuis gaan voelen in Nederland. Niet alleen Turken en Marrokkanen, maar ook Surinamers en Antillianen. Ze zijn zich ook meer gaan identificeren met het thuisland. Ondanks het maatschappelijke succes op werk en op school, ondanks de verschuiving in waarden naar meer Westerse of Nederlandse waarden, is er iets gebeurd tussen 2006 en 2011 dat maakt dat migranten meer afstand tot Nederland zijn gaan voelen.

De vraag is natuurlijk hoe dat komt. Zou het kunnen komen omdat wij het debat over integratie zijn gaan voeren louter op basis van individuen en plekken waar de integratie niet goed gaat? Moeten we niet ook af en toe aandacht hebben voor de honderdduizenden mensen met wie het wel goed gaat? Zou dat niet beter zijn voor de integratie? Zou dat niet een beter voorbeeld zijn voor hen met wie het niet goed gaat, voor hen die niet willen deugen? Is dat niet de norm die we willen stellen?

Integratie is in ieder geval niet de afwezigheid van criminaliteit. We hebben allemaal de plicht om de wet te volgen en niemand heeft recht op het veroorzaken van overlast. Integratie is meedoen. Integratie is bijdragen. Integratie is elkaar aanspreken op fouten en integratie is ook elkaar waarderen voor het goede.

Een aardige gedachte voor Kerst, lijkt me.

Robin Fransman is bereikbaar op Twitter: @RF_HFC