Jos_Heymans_transparant.png

Jos Heymans

Politiek columnist Jos Heymans over wat hem opvalt in de Haagse en Europese politiek.

Opinie

In verkiezingstijd lijkt alles geoorloofd

In tijden van oorlog en verkiezingen schijnt alles geoorloofd te zijn. Dat politici elkaar de poten onder de stoel vandaan zagen, ter meerdere eer en glorie van zichzelf, daar kijkt niemand meer van op. Het is net zo vermakelijk als doorzichtig.

Sybrand Buma scoort in tv-debatten en kruipt in de peilingen omhoog. En dus gaan andere partijen, de PvdA voorop, massaal in de aanval. Maar ook de VVD, waarvan lijsttrekker Rutte graag met Buma wil regeren, valt het CDA stevig aan.

Partijen die de wind van voren krijgen, kunnen ook rekenen op de sympathie van een deel van de kiezers. 

Buma vindt het prachtig. Hoe meer kritiek, hoe prettiger hij zich voelt. Want partijen die de wind van voren krijgen, kunnen ook rekenen op de sympathie van een deel van de kiezers. Jan Roos van VNL werd deze week in Pauw&Jinek fors aangepakt, dolf het onderspit, maar verklaarde de volgende dag vrolijk dat het aantal leden dankzij zijn tv-optreden fors gestegen was. Ik weet niet of het waar is, ik heb ernstige bedenkingen, maar bij gebrek aan bewijs van het tegendeel krijgt Roos het voordeel van de twijfel.

We zijn eraan gewend dat partijen alles uit de kast halen om de tegenstander in een kwaad daglicht te plaatsen. Het is aan de journalisten om de verkiezingsretoriek te ontmaskeren en te scheiden van de werkelijkheid. Niet gemakkelijk, want er wordt wat afgelogen in verkiezingstijd.

Het is aan de journalisten om de verkiezingsretoriek te ontmaskeren en te scheiden van de werkelijkheid.

Soms is het lastig om dat aan te tonen. Want liegt Asscher als hij zegt dat de PvdA 26 zetels gaat halen; liegt Rutte als hij 41 zetels voor de VVD voorspelt? Volgens de peilingen zijn dit soort voorspellingen niet realistisch. Ik hoor Jan Peter Balkenende twee dagen voor de verkiezingen in 2010 nog zeggen dat het CDA opnieuw de grootste wordt. In werkelijkheid verloor het CDA 20 van de 41 zetels en eindigde als vierde partij.

Maar hoever mogen media gaan om politici uit hun comfortzone te halen?

Media moeten politici het vuur aan de schenen leggen om leugentjes bloot te leggen, zeker in verkiezingstijd. Maar hoever mogen ze gaan om politici uit hun comfortzone te halen, in verwarring te brengen zodat het standaard-antwoord kan worden voorkomen? De vraag is actueel door de uitzending van Nieuwsuur van donderdag, waarin D66-leider Pechtold werd geconfronteerd met de doodswens van een studiogast.

Nieuwsuur wist van die doodswens, had de man daarom ook uitgenodigd, maar vertelde dat niet aan Pechtold. Die kreeg alleen te horen dat de vragensteller iets wilde zeggen over het D66-standpunt over levensbeëindiging; niet dat de man een einde aan zijn leven wilde maken maar vanwege D66 daar nog 18 jaar mee moet wachten. Pechtold werd erdoor overvallen, maar herstelde snel en reageerde met respect.

Juist vanwege Pechtolds reactie viel de kritiek mee. De D66-leider werd alom geprezen en Nieuwsuur kwam ermee weg. Afwijzende reacties richting Nieuwsuur sneeuwden onder; het optreden van Pechtold overheerste in de reacties.

Maar daarmee is het journalistieke dilemma niet opgehelderd; mag je een politicus informatie onthouden, hem in verwarring brengen in de hoop op een boeiender antwoord? In zijn algemeenheid denk ik dat het mag. Maar mag het ook als het om ethische zaken gaat, zoals euthanasie, abortus, zelfmoord?

Ik vind van niet.

Meer van Jos Heymans

Meer opinie