henri_bontenbal.jpg

Henri Bontenbal

@Henribontenbal

Henri Bontenbal is energie-expert bij Stedin.

Opinie

De eerste man op de maan: 4 lessen voor de energietransitie

De energietransitie is als project vergelijkbaar met de eerste mens op de maan. Je hoort het vaker en het is ook zo. We kunnen veel leren van het Apolloproject. Deze lessen kunnen we trekken:

1. Zorg dat het doel ambitieus, maar realiseerbaar is

"I believe that this nation should commit itself to achieving the goal, before this decade is out, of landing a man on the moon and returning him safely to the earth." In zijn speech voor het Congres in 1961 gaf president J.F. Kennedy het startsein voor het project dat tot de eerste man op de maan zou leiden.

Het doel dat Kennedy in 1961 formuleerde, kwam niet uit de lucht vallen. De VS werkte namelijk al veel langer aan rakettechnologie. Helaas voor de Amerikanen waren het de Russen die als eerste een mens in de ruimte brachten: Joeri Gagarin in 1961. De Amerikanen konden dat maar moeilijk verkroppen en daarom formuleerde Kennedy in hetzelfde jaar de ambitie om als eerste land een mens naar de maan te sturen.

Kennedy wist dat hij de lat hoog legde, maar hij wist ook dat het haalbaar was. Dat is een belangrijke les voor de energietransitie: formuleer een ambitie die tot de verbeelding spreekt, maar die ook redelijkerwijs haalbaar is. Zonder realisme is ambitie gedoemd om in pessimisme om te slaan.

Zonder verbeelding krijgen we mensen niet in beweging. Dat betekent dus dat een doelstelling als 'de opwarming beperken tot maximaal 2 graden' weinig mensen in beweging zet. Anderzijds kan een onrealistische doelstelling zoals 'in 2030 volledig op duurzame energie' ook contraproductief zijn.

2. De energietransitie gaat niet lukken zonder commitment 


In zijn speech was Kennedy heel duidelijk over de consequenties van zijn ambitie: "Let it be clear that I am asking the Congress and the country to accept a firm commitment to a new course of action, a course which will last for many years and carry very heavy costs."

Het Apolloprogramma kostte uiteindelijk zo'n 100 miljard dollar (omgerekend naar nu) en op het hoogtepunt werkten meer dan 400.000 mensen aan het project. De VS besteedden op het hoogtepunt 0,4 procent van het bbp aan het project.

De les is duidelijk: om projecten als het Apolloproject toen, en de energietransitie nu, op te zetten, is langjarige commitment en draagvlak nodig. Minister Wiebes gaf recent aan dat de energietransitie de komende dertig jaar zo'n 1 procent tot 3 procent van het bbp gaat kosten.

Daar moeten we ons bewust van zijn en er transparant over communiceren. Ja, de energietransitie kost veel geld. Maar ook: de kosten van niets doen zijn nog hoger en investeren in de energietransitie levert ook tal van baten op. Zoals nieuwe werkgelegenheid, lagere importen van fossiele energie uit andere landen, gezondheidswinst, energiedemocratie, enzovoorts.

3. In de energietransitie gaan fouten gemaakt worden, we leren door te doen


Aan de reis naar de maan met de Apollo 11 gingen jaren aan voorbereiding vooraf. De Apollo 7 tot en met 10 waren bemande testvluchten waarin steeds een stukje werd bijgeleerd en getraind. Op 16 juli 1969 was het dan daadwerkelijk zover: de Apollo 11 met aan boord Armstrong, Collins en Aldrin werd in een baan om de aarde gebracht en vervolgens in drie dagen in een baan om de maan gebracht, waarna de maanlanding werd ingezet.

In de aanloop naar de Apollo 11 werd niet alleen hard gewerkt aan de benodigde technologie en getraind om de juiste vaardigheden aan te leren, er werden ook pijnlijke fouten gemaakt. Op 27 januari 1967 vloog het ruimtevaartuig dat later de naam Apollo 1 kreeg, in brand.

Niemand had beseft hoe brandgevaarlijk het was om een cabine met zuivere zuurstof te vullen. Een harde les. ook Armstrong zelf ontsnapte tijdens oefeningen op het nippertje aan de dood toen de Lunar Landing Research Vehicle op hol sloeg en hij zich met de schietstoel in veiligheid moest brengen.

De energietransitie volgt ook geen eenduidige blauwdruk. Die is er niet. We leren door te doen, door te innoveren op technologisch, maatschappelijk en financieel gebied. En bij innovatie hoort dat er fouten gemaakt gaan worden.

Waar het om gaat is dat we van deze fouten leren en degenen die benadeeld worden door deze fouten, zo snel en goed mogelijk helpen. Dus als we woonwijken van het aardgas willen halen, zullen we nieuwe concepten moeten uitproberen. We moeten daarbij incalculeren dat in een enkel geval niet het gewenste resultaat wordt bereikt. In een collectieve kramp schieten – 'we hebben nieuwe regels nodig!' – is dan een valkuil waar we niet in moeten stappen. Dit hoort erbij.

4. We moeten constant bijsturen en creatief zijn in lastige situaties

Fouten maken hoort bij innoveren. We moeten constant bijsturen. De maanlanding zelf was ook bloedstollend spannend. De maanlander met Armstrong en Aldrin werd op 20 juli losgekoppeld van het ruimtevaartuig. De hoeveelheid brandstof was beperkt.

Tijdens de afdaling sloeg de boordcomputer op tilt, maar Armstrong die het vaartuig bestuurde, bleef kalm. Toevallig was deze situatie een paar weken voor de lancering in de vluchtsimulator geoefend. Door de problemen met de computer zag Armstrong echter vrij laat dat er teveel rotsblokken lagen op de plek waar het vaartuig zou gaan landen en moest hij dus een stuk verder vliegen.

Dat laatste was niet zonder risico vanwege de kleine hoeveelheid brandstof. Ook de weg terug was niet zonder problemen. De astronauten hadden namelijk per ongeluk de startknop van de maanlander eraf gestoten. Armstrong gebruikte uiteindelijk een plastic pen om de motor te starten.

Wat leren we hiervan? Dit: tijdens de reis zullen we ons steeds aan de nieuwe situatie moeten aanpassen. Nieuwe technologie, een nieuwe politieke situatie en geopolitieke ontwikkelingen kunnen voor een nieuwe situatie zorgen. Energiebeleid moet dus robuust zijn voor nieuwe situaties en moet zich dus niet teveel vastpinnen aan de omstandigheden van het hier en nu.

Beleid moet meebewegen en tegelijkertijd zekerheid bieden voor investeerders. Dat is een lastige opgave, maar er zijn goede voorbeelden van. En voor alle spelers in deze energietransitie komt het aan op creativiteit: nieuwe oplossingen bedenken voor nieuwe situaties. Concreet betekent dit dat we niet bang moeten zijn om beleid aan te passen als technologieën zoals windenergie op zee of elektriciteitsopslag zich sneller ontwikkelen dan verwacht. Dan moeten we beleid maken dat slim gebruik maakt van deze nieuwe situatie.

Meer van Henri Bontenbal

Meer opinie