400x300hans-de-ge.png

Hans de Geus

Opinie

Meer vaste banen bij ASML: wiens gelijk bevestigt dit?

Zie je wel! een vast arbeidscontract is wél goed, roept 'links', want bedrijven als ASML komen er nu zelf mee. Dat klopt. Maar daarmee is de kous nog niet af in de discussie met 'rechts' over versoepeling van het ontslagrecht.

Eerst even een korte voorgeschiedenis van het denken over ontslagrecht, voor wie het heeft gemist:

De visie van 'rechts'...

Voor economische groei en productiviteit is beter wanneer mensen makkelijk ontslagen kunnen worden. Dat is, in het kort, sinds de jaren '80 de gangbare, rechts-liberale consensus onder wetenschappers, politici en pers. Je vergroot de economische koek doordat de muziek bij de stoelendans van vacatures en werkzoekenden sneller draait. 'Meer dynamiek zorgt voor beter allocatie', zeggen economen dan.

Omdat het Centraal Planbureau altijd de economische mode volgt, spoorden ook zíj politieke partijen middels hun beruchte doorrekeningen van de verkiezingsprogramma’s aan om vooral flink te snijden in rechten voor werknemers. Wetenschappelijke justificatie kregen ze binnen Nederland van mensen als Mathijs Bouman, Eric Bartelsman en Jaap Abbring. Pers en politiek namen deze ideologie gretig over met de eufemistisch mantri der 'hervormen' of 'moderniseren'.

(Merk op dat het borreltafelargument - dat je sneller iemand aanneemt als je die makkelijk kunt ontslaan - níet het wetenschappelijke argument is, ook niet volgens 'rechts')

… versus die van 'links'

Vrijwel iedereen onderschreef deze 'rechtse' consensus. Iedereen? Nee, een klein groepje tegendraadse economen verzette zich tegen de gangbare visie. De zogenaamde 'Delftse School' met mensen als Alfred Kleinknecht en Ronald Dekker keken dieper naar de manier hoe innovatie en loyaliteit tot stand komen, en welk type relatie tussen werkgever en werknemer handig is voor een hogere duurzame productiviteit.

Hun conclusie - empirisch onderbouwd: het is juist beter om mensen met langere contracten vast te leggen. Ze investeren dan meer in bedrijfsspecifieke kennis, durven hun nek meer uit te steken en geven loyaal hun slimste ideeën prijs.

Interessant. Maar wie heeft er nu gelijk?

Op het eerste gezicht lijkt de recente beslissing van ASML om meer mensen een vast contract te geven, en zo hun beste talent langer aan zich te binden, het gelijk van 'links' te bewijzen.

Maar eigenlijk klopt dat niet.

Om te begrijpen waarom moeten we iets scherper kijken naar de insteek van 'rechts'. Wij zijn niet zozeer tégen vaste contracten, zeggen ze. Waar het om gaat is dat bedrijven en mensen vrij zijn om te kiezen. Geheel in de geest van hun liberale ideologie geloven ze dat als partijen kunnen afspreken wat ze willen, ze automatisch tot de beste oplossing komen - welke dat ook is. Dus áls het dan zo goed is voor bedrijven om mensen langer vast te leggen, waar 'links' zo over doordramt, dan gaan werkgevers dat vanzelf wel doen.

En voilá: ASML! in die zin is dit dus net zo goed een overwinning voor 'rechtse' arbeidseconomen, als voor linkse - ieder beredeneerd vanuit zijn eigen ideologische achtergrond. En toch... klopt dit niet. Het plaatje is nog niet compleet. De sleutel zit hem in waar je naar kijkt: naar één enkel bedrijf? Of naar het maatschappelijke belang?

It's the society, stupid…

De denkfout die 'rechts' hier maakt is dat het geheel in de economie samenvalt met de som der delen. Anders gezegd: wat goed is voor een enkel bedrijf, of één individuele werknemer, is automatisch goed voor iedereen. En dát klopt niet.

Wie het belang van het land als gehéél, en het welzijn van álle mensen aan het hart gaat, komt tot de conclusie dat het toch goed kan zijn marktpartijen te dwingen tot vastere afspraken over arbeid, om de volgende redenen:

  1. Wat voor land willen we zijn? Moet het geheel lijken op ASML - innovatief en fijn om voor te werken - of liever op de laagwaardige dienstverlener in de schoonmaak, met wegwerpbanen en rottige werkomstandigheden? Door de lat hoog te leggen qua zekerheid van werk, houden we automatisch meer hoogwaardige activiteiten binnen het land.
  2. Wat voor leven, wat voor werk wíllen we? Voor een breed gedeeld welzijn graag méér bedrijven die een vast contract durven uit te delen. Werknemers hoeven dan niet als opgejaagd wild van de ene flexbaan naar de andere te springen. Zodat ze de kans krijgen zich langer bij één baas te ontwikkelen. En zich zekerder voelen om bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid voor een gezin of een hypotheek aan te gaan.

Kortom: we hóeven niet mee te doen met een race naar het putje. Als we laagwaardig, stressvol en onzeker werk moeilijker maken door minimumgrenzen te stellen aan arbeidsvoorwaarden, zal dat soort 'avontuurlijk' (not) werk automatisch minder voorkomen.

Iedereen blij!

Door op een 'linkse' manier voorwaarden te stellen aan kwaliteit van werk en welzijn van mensen, komt op een 'rechtse' manier vanzelf de juiste selectie van bedrijven en vraag naar werk tot stand.

Is dat geen aardige kerstgedachte?

Meer van Hans de Geus

Meer opinie