René Cuperus

René Cuperus

René Cuperus is historicus en publicist.

Opinie

Miscasting in crisissituaties

13 maart 2020 06:11

Wat hebben de coronacrisis en de nieuwe Grieks-Turkse vluchtelingencrisis met elkaar gemeen? Dat ze vanuit de Nederlandse regering allebei geleid worden door - ja, hoe zal ik dat netjes zeggen - de minder competente bewindslieden.

Juist de crises met de grootste maatschappelijke impact moeten het doen met de brekebenen van het kabinet. Dat is niet handig. Minister Bruno Bruins voor Medische Zorg doet erg zijn best, maar biedt het tegenovergestelde van communicatief leiderschap. Hij figureert in de coronapaniek vooral als gerobotiseerde buikspreekpop van RIVM en GGD, zoals Wilders in een Kamerdebat opmerkte.

Staatssecretaris Broekers-Knol is juist wel een goede communicator (die kan je er goed bij hebben op hockey-feestjes), maar straalt uit dat ze totaal geen beheersing heeft over haar terrein. 

Steeds toont ze zich verbaasd, verrast en geschokt door wat ze allemaal op haar departement aantreft. En stamelt dat alles zo complex is dat ze er niets aan kan veranderen. Alsof ze daarna weer door moet naar de volgende hockeyborrel. Totaal onverantwoord vermijdingsgedrag op dit explosieve dossier.

Je merkt aan de hardvochtige toon waarmee deze bewindspersonen in de Tweede Kamer bejegend worden, dat er een verwachtingskloof bestaat tussen het gevraagde leiderschap op deze dossiers en de daadwerkelijk geleverde regie.

Die is bij Bruins en Broekers-Knol onder de maat. Je wilt juist bij ernstige crisissituaties de beste mensen aan het roer. Deskundig, energiek, daadkrachtig, met de goede toon communicerend. Maar nogmaals: juist op deze kerndossiers laat het kabinet miscasting van jewelste zien.

Gelukkig is de coronacrisis inmiddels Chefsache geworden. Bij de persconferentie van gisteren liet premier Rutte zien hoe je wel om moet gaan met zorgen en spanningen in de samenleving. Empathisch en emotioneel. Bruno Bruins stond er als houten klaas naast.

Over miscasting gesproken. Vorige week bij Nieuwsuur zag ik de burgemeester van Leiden. Die hield daar een sympathiek pleidooi om 25 alleenstaande minderjarigen uit de Griekse vluchtelingenkampen in zijn gemeente op te nemen. De mensheid zou toch niet mogen tolereren dat jonge jongens van 14 tot 18 jaar onder deze erbarmelijke omstandigheden moeten leven. Daar zou de wereld toch niet bij mogen wegkijken.

De burgemeester sprak mooie woorden die zijn empathische, humanitaire gebaar moesten ondersteunen. Wie kan nu tegen de opvang van weeskinderen uit de horrorkampen van Lesbos en Samos zijn?

Nieuwsuur-anchor Jeroen Wollaars liet zich, als een soort Frits Huffnagel, niet emotioneel intimideren en stelde kritische vragen. Hoe wist de burgemeester dat dit echte alleenstaande weeskinderen zijn? Had Stichting Vluchtelingenwerk er niet onlangs op gewezen dat een fors aantal van deze jongens door hun familie vooruit wordt gestuurd, in de hoop op een verblijfsvergunning plus gezinshereniging op langere termijn?

Wilde Leiden dan later ook de ouders van deze ‘weeskinderen’ opnemen? En wist de burgemeester dat deze alleenstaande minderjarigen (voor zover ze al niet over hun leeftijd logen) geen vluchtelingenkinderen uit Syrië zijn, maar voor het merendeel afkomstig zijn uit Pakistan en Afghanistan?

Meer gelukzoekers-landen dan asielzoekers-landen. Op al deze vragen moest de burgemeester het antwoord schuldig blijven. Het ging hem vooral om het humanitaire gebaar.

De kritische vragen van Wollaars geven de mood of the country wel goed weer. We vragen door en zijn wantrouwig geworden. Wie zijn ‘echte’ vluchtelingen, op de vlucht voor oorlog of vervolging? En wie zijn mensen die hun dramatisch slecht bestuurde landen willen verlaten op zoek naar een beter bestaan elders? Wie komt naar dat Noorden om zich respectvol aan te passen, en wie komt hier heen met kwade bedoelingen van wangedrag, criminaliteit of terrorisme?

De kater van de vluchtelingencrisis van 2015/2016 heeft diepe sporen achtergelaten. De Europese leiders werden overvallen. Te veel nepvluchtelingen met kwade bedoelingen liepen mee met de grote vluchtelingenstroom naar Duitsland, Zweden en ook Nederland. Dat heeft het draagvlak voor het asielbeleid kapot gemaakt.

Daarom is het zo belangrijk om op het controversiële vluchtelingen- en migratiedossier iemand te hebben die in staat is dat draagvlak te herstellen. Dat lukt niet als overlast veroorzakende ‘veilige landers’ niet teruggestuurd (kunnen) worden naar Marokko, Albanië of Algerije.

En het lukt niet als de Immigratie- en Naturalisatiedienst jaarlijks 70 miljoen euro aan dwangsommen moet uitkeren aan asielzoekers die te lang op wachtlijsten staan. En dat lukt niet als Turkije de grenzen openzet en openlijk dreigt Europa in een nieuwe vluchtelingencrisis te storten.

Ook hier wordt om Chefsache gevraagd. Crises met grote politiek-maatschappelijke impact kunnen niet aan de eersten de besten worden overgelaten. Dat is vragen om moeilijkheden.