René Cuperus

René Cuperus

René Cuperus is historicus en publicist.

Opinie

Wie bestuurt eigenlijk het land?

28 februari 2020 06:05

Afgelopen weekend had NRC Handelsblad een spectaculaire onderzoeksreportage over de manier waarop ons land bestuurd wordt door de Haagse ministeries. Men had bijna 20 (voormalige) topambtenaren, (oud) politici en bestuurders van uitvoeringsorganisaties gesproken. Conclusie: ’Topambtenaren op de departementen zijn vaker loyaal dan deskundig. Niet het algemeen belang staat voorop, maar de bescherming van het imago van de minister’.

Het motto in de Haagse ambtenarentorens zou zijn: ’Zolang de minister maar niet struikelt’.

Voor wie nog dacht dat de vierde macht in Nederland de dienst uitmaakt, was dit even onthullend als schokkend nieuws. Er blijkt niet langer een inhoudelijk-professioneel gedreven, zelfbewuste ambtenarij te bestaan. Nee, ook de bureaucratie is onderdeel geworden van het vluchtige politiek-mediale complex van Den Haag. Wat een drama.

We dachten dat, daar waar politici druk in de weer zijn met de ‘waan van de dag’ - met beeldvorming en risicobeheersing in de media; met andere politici vliegen afvangen; met onderonsjes met journalisten en lobbyisten -, dat dan ondertussen het land bestuurd wordt door de ambtenaren.

Dat het echte werk gedaan wordt door deskundige, neutrale ambtenaren, die gepokt en gemazeld zijn op hun terrein, en de lange termijn continuïteit en bestuurbaarheid van Nederland op hun radar hebben staan. Dat blijkt een misverstand. Of beter: die situatie blijkt achterhaald te zijn. Is iets uit het verleden.

Zonder dat we er erg in hadden (en dat zegt op zich al genoeg over de afstand van de ambtenarentorens tot de samenleving), heeft zich een politiek-ambtelijke omwenteling voorgedaan in Den Haag. De politiek heeft de vierde macht gebroken. Men had blijkbaar iets te vaak naar Ýes, Minister gekeken. De Britse tv-serie waarin topambtenaren hun ministers als een soort stagiair kleineren en manipuleren.

Politici hadden genoeg van ambtenaren die machtiger waren dan zijzelf, die vergroeid en verkokerd waren geraakt met hun ministerie. En dus heeft men een roulatiesysteem bedacht, waarbij topambtenaren permanent switchen tussen de departementen.

Men zit vaak zo niet langer dan 5 jaar op zijn post, is niet langer verbonden aan een ministerie en haar werkveld, maar in dienst bij de Algemene Bestuursdienst (ABD). Die wordt oneerbiedig de banencarrousel genoemd, omdat ook voor zwaar blunderende topambtenaren (Belastingdienst, Justitie) bij de ABD altijd nog wel een consultancy-baan klaar staat.

Eens topambtenaar, altijd topambtenaar. We zorgen goed voor onszelf.

Soms is dat overigens te billijken, want ambtenaren falen niet altijd door eigen onkunde. Vaak zijn het mission impossible-opdrachten van de politiek die ambtenaren laten struikelen, al zijn ze dan vaak zelf niet mans genoeg geweest om tegengas te geven.

Dat raakt aan een kernprobleem. De cultuur van risicobeheersing (bewindslieden uit de wind houden) en permanente roulatie bevoordeelt topambtenaren van het type procesmanager met een dedain voor inhoudelijke expertise (men fabuleert immers dat men overal even goed inzetbaar is) en voor de uitvoering van beleid.

Topambtenaren worden net zulke passanten en ‘politiek-sensitieve’ generalisten als de ministers. Verkrampt door Kamervragen en beeldvorming in de media. Het historisch geheugen en de ervaringskennis van een ministerie verdampen.

Er is geen tijd voor het opbouwen van cruciale netwerk-verbindingen met de samenleving, met uitvoeringsorganisaties en het werkveld. De Haagse torens raken autistisch naar binnen gekeerd. Druk met zichzelf en met elkaar. De horizon reikt niet verder dan de vierkante kilometer rond het Binnenhof.

Wat zo dreigt is een riskante vorm van schijn-bestuur van ons land. De kloof tussen de Haagse beleidswerkelijkheid en de maatschappelijke, door burgers ervaren, werkelijkheid is schier onoverbrugbaar. Grote fouten liggen dan op de loer. Zie de horror van de Belastingtoeslagen.

Ik loop zelf wel eens in de hoge torens bij het Centraal Station in Den Haag rond. Over het algemeen zijn de daar werkende ambtenaren zeer deskundige, professionele, integere mensen. Daar zit niet het probleem. Maar allemaal hebben ze wel last van de systeemkramp die op de departementen heerst als het Coronavirus.

Er bestaat een grote angst voor de buitenwereld. Angst voor fouten en risico’s. Joekels van communicatieafdelingen voeren daarom een waar schrikbewind en controleren elke externe uiting.  

Ik ben al bijna zover dat er wat mij betreft een paar verdiepingen van die Haagse ambtenarentorens af mogen. Stuur een flink aantal van die goede, professionele ambtenaren (met voldoende middelen) naar het bestuursniveau waarop er geen dedain bestaat voor uitvoering en kennis. En waar niet imagovorming, maar hands-on pragmatisme doorslaggevend is.

Stuur die ambtenaren naar de grote stadsregio’s van ons land (Amsterdam, Eindhoven, Enschede/Hengelo, Groningen/Assen). Laat hen die ondersteunen bij de moeizame decentralisaties en energietransitie.

En stuur ze naar de provincies zodat die het resterende gebied buiten de stedelijke agglomeraties beter kunnen besturen. We hebben geen ABD nodig, geen Algemene Bestuursdienst, maar een Lokale Bestuursdienst. Een LBD.