Leo Lucassen

Leo Lucassen

@Leolucassen

Leo Lucassen is hoogleraar arbeids- en migratiegeschiedenis en Directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.

Opinie

Migratieplan van D66 is stap in goede richting

17 februari 2020 06:16

Uit de reacties op het D66 plan om arbeidsmigranten uit Afrika toe te laten tot de arbeidsmarkt blijkt voor de zoveelste keer hoe moeilijk het is om een nuchter debat over migratie te voeren. Wilders noemde het, uiteraard, 'knettergek', terwijl linkse partijen D66 verweten mensen tot handelswaar te degraderen door hun maximale verblijfsduur tot vier jaar te beperken.

Voordat we nader op de haken en ogen van het D66 plan ingaan, is het goed even stil te staan bij het probleem dat arbeidsmigratie van buiten de EU zou moeten oplossen.

Kern is dat er in de meeste EU-staten een grote krapte heerst op de arbeidsmarkt, zowel voor hoger als voor lager geschoold werk. Met als gevolg dat het aantal (tijdelijke) verblijfsvergunningen voor niet EU-burgers om te werken tussen 2012 en 2018 is verdubbeld van een half naar bijna een miljoen.

De grootste vraag zien we in Oost-Europa, met meer dan 300.000 arbeidsmigranten in Polen. Door de vrije arbeidsmigratie naar West-Europa, lopen de tekorten in het Oosten snel op, maar ondanks de komst van al die Polen en Roemenen blijven ook in landen als Nederland, Duitsland en België de tekorten in allerlei sectoren oplopen. Denk aan de landbouw, de zorg en de logistiek.

Kortom, ook als iedereen in de EU in zijn eigen land zou blijven, blijft er een gapend gat tussen vraag en aanbod en dat zal de komende jaren alleen maar groter worden. De vergrijzing en de te lage vruchtbaarheid zorgen er namelijk voor dat zonder migratie van buiten de EU niet alleen de bevolking zal krimpen, maar ook het aandeel werkenden.

De vraag is hoe we die migratie het beste kunnen regelen, waarbij we zowel rekening houden met de belangen van de nieuwkomers als van de ingezetenen. Het belangrijkste instrument is het verstrekken van werkvergunningen aan niet EU-burgers. Momenteel beperkt zich dat vrijwel geheel tot hoger geschoolden.

In Nederland ging het in 2018 om bijna 21.000 mensen, vooral afkomstig uit China, India en de VS. Het is echter niet alleen ASML in Veldhoven die om personeel staat te springen, ook sectoren waarvoor een minder hoge opleiding nodig is weten niet waar ze het personeel vandaan moeten halen. En dat is het segment van de arbeidsmarkt waar het D66-plan, met een sterke focus op Afrikaanse landen, op is gericht.

Het is dus heel verstandig om na te gaan denken over legale mogelijkheden voor lager geschoolden uit Azië en Afrika om in Nederland, of andere EU-landen, te kunnen werken. Alleen zijn er twee belangrijke bedenkingen bij het plan zoals het nu is gepresenteerd. Ten eerste gaat het voorbij aan een onbenut arbeidspotentieel binnen de EU, namelijk erkende vluchtelingen. Hoewel de aantallen asielzoekers sinds 2015 zijn gehalveerd, werd in 2018 ongeveer een vijfde van het aantal verblijfsvergunningen afgegeven aan vluchtelingen en hun familieleden.

Nu is het Vluchtelingenverdrag niet bedacht om er geld aan te verdienen, maar het is in ieders belang dat zij hun menselijk kapitaal zo snel mogelijk kunnen benutten. Alleen zijn het integratiebeleid en wettelijke regelingen in Nederland daar maar zeer ten dele op toegesneden. Het duurt te lang voordat ze überhaupt mogen werken, maar belangrijker nog is dat zij veel te veel aan hun lot worden overgelaten en het schort aan een effectief beleid om hen aan werk te helpen.

Uiteindelijk komen verreweg de meeste vluchtelingen wel aan een baan, maar dat is meer ondanks dan dankzij beleid. Duitsland doet dat bijvoorbeeld veel beter. Van de vluchtelingen die zich daar vanaf 2015 vestigden is de helft al aan het werk. Daar blijft Nederland ver bij achter. Het is dus niet vreemd dat de SER vorig jaar aandrong op meer geld voor het zoeken naar werk.

Maar ook als Nederland er in slaagt vluchtelingen sneller aan werk te helpen, is het structurele probleem niet opgelost. Het D66-plan is een stap in de goede richting, maar de beperking tot vier jaar is onverstandig. Niet alleen creëert het tweedeklas burgers en zal een aantal in de praktijk proberen hun verblijf te verlengen, maar belangrijker is dat er veel voor te zeggen is als degenen die hier aarden zich blijvend kunnen vestigen. De demografische tekorten zijn immers geen tijdelijk fenomeen.

Het valt dan ook te hopen dat de discussie zich de komende tijd aan de wurggreep van het migratiepessimisme weet te ontworstelen.