Cody Hochstenbach

Cody Hochstenbach

@CodyHochstenB

Cody Hochstenbach is stadsgeograaf en werkzaam als postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. 

Opinie

Arme wijken: de slechtste oplossingen liggen al klaar

10 februari 2020 06:03

"Toenemende verloedering arme wijken". "Arme wijken gaan hard achteruit". Zo openden afgelopen week verschillende kranten op de voorpagina. Aanleiding was een nieuw rapport in opdracht van Aedes, de vereniging van woningcorporaties. De conclusie was alarmerend: achterstandswijken zijn dichterbij dan ooit, en 'veel buurten staan op het punt te veranderen in probleemgebieden als we nu niet ingrijpen'.

Uit het rapport blijkt dat de ruimtelijke concentraties van armoede en sociale achterstanden de afgelopen jaren flink zijn toegenomen. In de zwakste buurten concentreren zich meer en meer mensen met een laag inkomen én met allerlei sociale en psychische problemen. Als gevolg zouden de verloedering toeslaan, de leefbaarheid achteruit hollen, de veiligheid afnemen, en de sociale orde in het geding zijn.

Het is opvallend hoeveel aandacht het rapport kreeg. We zagen de trend van toenemende armoedeconcentraties zich namelijk al geruime tijd aftekenen. Het is geen enkele verrassing. Vanuit alle hoeken is gewaarschuwd dat het huidige woonbeleid segregatie in de hand werkt.

Nederland kende voorheen bijzonder ambitieus stedelijk vernieuwingsbeleid. Alleen al de dreiging van oplopende achterstanden in wijken was voldoende reden om alle registers open te trekken en hele buurten op de schop te gooien. Sociale huurblokken werden gesloopt en vervangen door nieuwbouw, niet zozeer om de fysieke woningkwaliteit te verbeteren maar om een ander soort mensen te lokken. Woningcorporaties waren er bovendien nog voor mensen met een laag en middeninkomen, waardoor het bewonersbestand vanzelf gemengd was.

Dit is niet meer. Met het bezuinigingsbeleid van de regeringen Rutte zijn de investeringen in zwakke buurten teruggeschroefd. Onder bewind van voormalig Minister Wonen Stef Blok zijn woningcorporaties bovendien flink beperkt in hun speelruimte. Zij moesten zich bijna uitsluitend toeleggen op het huisvesten van de laagste inkomens, ten koste van het huisvesten van middengroepen en het investeren in de leefbaarheid in de wijk. Het beleid van 'passend toewijzen' (de goedkoopste woningen gaan naar de laagste inkomens) en 'extramuralisering van de zorg' (zorgbehoevenden blijven vaker zelfstandig wonen) gaven het laatste zetje. Het logische gevolg van dit alles is dat de buurten met de goedkoopste corporatiewoningen in toenemende mate de meest gemarginaliseerde groepen in de samenleving huisvesten.

De eerste reflex van bestuurders en politici is te schreeuwen om het daadkrachtig aanpakken van deze nieuwe achterstandswijken. Ga weer goedkope woningen slopen en dure woningen terugbouwen, zoals vroeger. Een risicovolle strategie waar heel wat op aan te merken valt.

De uitdaging is allereerst vast te stellen wanneer de concentratie van achterstanden werkelijk problematisch is. Een betaalbare buurt waar huishoudens met een bescheiden inkomen prettig kunnen wonen is goud waard en moeten we koesteren. Ingrijpen in zulke buurten is pure geldverspilling en doorbreekt lokale sociale netwerken. Pas wanneer de leefbaarheid in buurten echt onder druk staat, is ingrijpen gerechtvaardigd. Dat is nog niet zo makkelijk vast te stellen, en doorgaans blijven de negatieve effecten van armoedeconcentraties gering.

Sensatiezuchtige media berichten bovendien al te graag over gettovorming, hoewel daar geen sprake van is. Stigmatisering van al gemarginaliseerde bevolkingsgroepen ligt dan op de loer. Die stigmatisering plaveit vervolgens de weg voor stevig ingrijpen en agressief gentrificatiebeleid (het aantrekken van inwoners met hogere inkomens, ten koste van inwoners met lagere inkomens).

De standaardoplossing heeft bovendien flinke bijeffecten en kan problemen uiteindelijk zelfs vergroten. Door sociale huurwoningen te vervangen door dure marktwoningen komen de sociale huurvoorraad en haar bewoners alleen maar meer in de verdrukking. Lage inkomens betalen de prijs voor sociale menging in de vorm van verminderde woonkansen. Er blijven simpelweg minder betaalbare woningen over, waar de achterstanden verder zullen toenemen.

Armoedeconcentraties worden niet opgelost, maar verschuiven zich enkel naar andere zwakke buurten. Een waterbedeffect. Stedelijk beleid nieuwe stijl zal zich daarom moeten richten op het verbeteren van de leefkwaliteit van de zittende bewoners, in plaats van hen weg te jagen. Investeer bijvoorbeeld in aantrekkelijke buurtvoorzieningen en sociale programma's.

Een interessante optie is daarnaast de sterkst gesegregeerde en minst besproken wijken van het land eindelijk eens aan te pakken: de door en door gesegregeerde villawijken waar de hoogste inkomens zich afzonderen. Daar ingrijpen is lastig – de grondprijzen liggen er hoog en je stuit op invloedrijk verzet – maar pakt ruimtelijke segregatie bij de bron aan. 

Dit neemt allemaal niet weg dat sommige concentraties van achterstanden wel degelijk problematisch kunnen zijn. Het mengen van buurten sluit daarnaast aan op idealen van kansengelijkheid en sociale rechtvaardigheid. Maar laat de zwakste mensen niet het slachtoffer worden van deze goede bedoelingen.