Leo Lucassen

Leo Lucassen

@Leolucassen

Leo Lucassen is hoogleraar arbeids- en migratiegeschiedenis en Directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.

Opinie

Europa moet zich voorbereiden op de niet-Europese arbeidsmigrant

20 januari 2020 06:20

Vergeleken met andere continenten heeft Europa niet alleen met afstand de oudste bevolking, maar ook de vergrijzing slaat er de komende jaren het hardst toe. De Financial Times heeft vorige week onze demografische ontwikkeling goed op een rij gezet. Was in 1950 nog maar 1 op de 13 Europeanen ouder dan 65, over vijftien jaar is dat maar liefst 1 op de 4.

Verder zal de bevolking vanaf 2021 gaan krimpen, vooral in Zuid- en Oost-Europa, maar ook elders. Zo is het Nederlandse bevolkingsoverschot (geboortes minus overlijdens) teruggelopen van 66.000 in 2000 naar 18.000 in 2019 en naar verwachting zal dit nog magere positieve saldo de komende jaren in zijn tegendeel omslaan.

Deze ontwikkeling heeft uiteraard gevolgen voor het aantal Europeanen dat beschikbaar is voor de arbeidsmarkt. In vergelijking met 2010 zijn dat er dit jaar al 12 miljoen minder, oplopend naar maar liefst 50 miljoen over vijftien jaar. Economen van het IMF verwachten dat dit een substantieel negatief effect zal hebben op het beschikbare overheidsbudget en op economische groei. Vooral de kosten van de vergrijzing zullen aanzienlijk stijgen.

Tegelijkertijd woedt er een discussie in Nederland over overbevolking als gevolg van het in de laatste jaren stijgende migratiesaldo (immigranten minus emigranten): 54.000 in 2000 tegenover 114.000 in het afgelopen jaar. Daarbij gaat het – naast tienduizenden Nederlanders die vertrekken en terugkeren - vooral om arbeidsmigranten uit de Europese Unie, studenten en hoger opgeleiden uit de rest van de wereld.

Hoe en of deze trend zich zal doorzetten is onzeker en zal sterk afhangen van hoe de Nederlandse arbeidsmarkt zich in de komende jaren ontwikkelt.

Waar menig werkgever vanwege de krappe arbeidsmarkt gebaat is bij de vrijheid van migratie binnen Europa en bij een ruimhartig visumbeleid, zijn vooral lager opgeleiden en ouderen negatief over diversiteit, de mate van integratie en de kosten van migratie. Anderen, ook ter linkerzijde, maken zich zorgen over de gevolgen van migratie voor het milieu door voortgaande verstedelijking en verkeersintensiteit.

Wat betekent dit alles voor heen te voeren migratiebeleid? Anders dan vaak wordt gesuggereerd, wordt migratie al in hoge mate gereguleerd. Dat geldt met name voor de arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie, die alleen een visum krijgen wanneer hun expertise van toegevoegde waarde is. Die regulering ontbreekt bij EU-burgers. Net als Nederlanders elders hebben die namelijk het recht hier te wonen en te werken. Alleen als zij een beroep doen op bijstand, kan het verblijf worden beëindigd.

Hoewel door deze migratievrijheid de arbeidsmigratie van oost naar west in het afgelopen decennium aanzienlijk is toegenomen en een deel van deze arbeidsmigranten, met name Polen, zich permanent in Nederland heeft gevestigd, is er geen sprake van een leegloop van Oost-Europa.

Sterker nog, mede door de stijgende lonen in landen als Polen, Hongarije en Roemenië en de sterke demografische krimp van de bevolking is het aanbod van Oost-Europese arbeiders in Nederland en Duitsland al enigszins aan het opdrogen. Gezien de verwachte verdere krimp en vergrijzing in Europa, zou de Nederlandse arbeidsmarkt de komende jaren nog wel eens veel krapper kunnen worden. Duitse werkgevers wijzen hier al jaren op.

Dit betekent dat als de huidige demografische trends in Europa zich voortzetten (vergrijzing en krimp) en er geen grote economische crisis uitbreekt, er een punt komt waarop er ook voor lager geschoold werk migranten van buiten de EU – zoals dat nu al gebeurt voor hoger geschoolden – moeten worden aangetrokken.

Door premies te betalen bouwen deze migranten sociale rechten op en, afhankelijk van de lengte van verblijf en de verrichte arbeid, zouden ze in aanmerking kunnen komen voor een permanente verblijfsvergunning. De afgedragen sociale premies kunnen op EU-niveau geadministreerd worden, waardoor het niet uitmaakt in welk EU-land men werkt.

Een dergelijk systeem zou een uitkomst kunnen zijn voor lager en middelbaar opgeleide arbeidsmigranten uit Afrika die nu noodgedwongen gebruik maken van zeer riskante en zeer dure diensten van mensensmokkelaars in de Middellandse Zee-regio.

EU-migratieagentschappen in de grensregio's van Europa zouden arbeidsmigranten kunnen selecteren, registreren en monitoren. Afgezien van het welbegrepen economische eigenbelang van Europese landen, dragen dergelijke legal migration pathways bij aan een effectieve bestrijding van mensensmokkel, illegaliteit, en kan het bijdragen aan ontwikkeling in de regio's van herkomst.

Hoe het systeem er ook uit gaat zien, het wordt tijd dat Europa een nieuw arbeidsmigratiebeleid gaat ontwikkelen.