Leo Lucassen

Leo Lucassen

@Leolucassen

Leo Lucassen is hoogleraar arbeids- en migratiegeschiedenis en Directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.

Opinie

Links moet de lager geschoolde kiezer serieuzer nemen

16 december 2019 06:15

Afgelopen donderdag behaalden de Britse conservatieven onder leiding van Boris Johnson, dankzij het districtenstelsel, een overweldigende meerderheid. Een belangrijke drijfveer voor veel kiezers is het idee dat de Britse identiteit wordt bedreigd door grootschalige immigratie, met name uit Oost-Europese lidstaten. 

Nu is het een feit dat het aandeel migranten op de beroepsbevolking tussen 1995 en 2014 is verdubbeld (van 8 procen naar 17 procent). Daarbij gaat het niet alleen om laaggeschoolden. Immigranten zijn naar verhouding zelfs beter opgeleid (en jonger), met name degenen uit West en Zuid-Europa (de EU-15). Met de uitbreiding van de EU in 2004 nam ook het aantal lager opgeleiden snel toe, met als gevolg dat immigranten zowel in hoger als lager geschoolde beroepen relatief oververtegenwoordigd zijn. 

Naast de culturele angst voor het verlies van identiteit menen veel 'leave' stemmers dat nieuwkomers uit Polen en Roemenië, werkzaam in sectoren als de landbouw, distributie, en de bouw, onevenredig profiteren van de sociale voorzieningen, een beslag leggen op de gezondheidszorg (de NHS), lonen omlaag drijven en de woningnood verergeren.

"En het zijn vooral de conservatieven die dit – deels door racisme gekruide - onbehagen met succes mobiliseren."

Zoals allerlei onderzoek aantoont, is er over het geheel genomen echter geen sprake van verdringing of het drukken van de lonen, noch van een onevenredig beslag op de verzorgingsstaat. Niet alleen zijn arbeidsmigranten vaak slecht op de hoogte van hun rechten, de belangrijkste reden voor hun aanwezigheid is juist dat veel Britten dit soort werk, en de arbeidsomstandighden, onaantrekkelijk vinden en er van verdringing dus nauwelijks sprake is.

Ondanks deze feiten stemde bijna de helft van alle Britse kiezers voor pro-Brexit partijen en daarmee voor het terugdringen van immigratie. Een niet onbelangrijk deel betrof voormalige Labour-stemmers. Hun anti-immigratie houding en de wens 'to take back control' is om te beginnen in hoge mate gestimuleerd door de Britse tabloids die al jaren desinformatie verspreiden over de vermeend negatieve sociale en economische impact van immigratie en migranten als profiteurs en criminelen afschilderen.

Dat stimuleerde in hoge mate de angst voor het vreemde. En het zijn vooral de conservatieven die dit – deels door racisme gekruide - onbehagen met succes mobiliseren. Net als Trump dat doet in zijn talrijke rally's in regio's met veel laag-opgeleide blanke kiezers. De politicoloog Eric Kaufman meent zelfs dat deze nieuwe autochtonen versus immigranten tegenstelling de oude links-rechts verdeling in de schaduw stelt. En dat is volgens hem de reden dat veel 'Small-c conservative working-class voters' hun stem aan de conservatieven geven.

"Feit is dat linkse partijen in veel landen geen goed antwoord hebben op de radicaal-rechtse concurrentie."

Hoe het ook zij, feit is dat linkse partijen in veel landen geen goed antwoord hebben op de radicaal-rechtse concurrentie. Met name groene en sociaalliberale partijen (zoals D66) zijn geneigd om op de feiten te wijzen (er is nauwelijks verdringing etc.) en daarnaast de zegeningen van diversiteit te benadrukken. De aantrekkingskracht van Trump en Johnson laat echter zien dat er naast een inclusief en feitelijk verhaal meer aandacht moeten komen voor de oorzaak van het gevoel er niet meer toe te doen, vooral bij lager opgeleiden.

Het appelleren aan racistische gevoelens is overigens niet nieuw. Zo bestookte de conservatieve politicus Peter Griffiths de kiezers al in 1964 met de slogan "If you want a nigger for a neighbour - vote Labour" en waarschuwde zijn partijgenoot Enoch Powell in Birmingham vier jaar later voor 'rivers of blood' als de immigratie door zou gaan.

Maar vatbaarheid voor racisme of 'nativisme' is maar een deel van het verhaal. Minstens zo belangrijk is het gevoel in de steek gelaten te zijn door hun natuurlijke politieke vertegenwoordigers. Niet helemaal ten onrechte achten zij hen, in de jaren negentig vertegenwoordigd door 'derde-weg politici' als Blair en Clinton, verantwoordelijk voor de blootstelling aan de gure neoliberale wind.

Denk aan het groeiend aantal banen dat via platform-constructies wordt gecreëerd en die risico's als ziekte en de oude dag bij de (schijn)zelfstandige leggen. Waar dit toe kan leiden en hoe het ingrijpt in zowel het werkzame als privéleven van werkenden werd onlangs schrijnend in beeld gebracht door Ken Loach in zijn film 'Sorry we missed you'.

En die 'precarisering' van de arbeidsmarkt is een belangrijke oorzaak voor de ineenstorting afgelopen donderdag van de 'Red Wall', een brede band van traditionele Labour-districten in het Noorden van Engeland.

Een werkelijk effectief antwoord op radicaal-rechts zal dit probleem van een gebroken sociaal contract serieuzer moeten nemen en een principieel anti-racisme koppelen aan de strijd tegen sociale ongelijkheid en de uitholling van de verzorgingsstaat.

Kortom, als links meer lager en middelbaar geschoolde kiezers (waaronder ook veel migranten overigens) aan zich wil binden, dan moet het die precarisering serieuzer nemen. Niet door het overnemen van een etnocentrisch wij-zij frame, maar door een inclusief sociaaleconomisch perspectief. Hoe dat er in de praktijk precies zou moeten zien, is een open vraag, maar een ding is zeker: deze kiezers afdoen als 'deplorables' of 'racisten' is niet alleen strategisch dom, maar gaat voorbij aan hun steeds kwetsbaarder sociale positie.