Leo Lucassen

Leo Lucassen

@Leolucassen

Leo Lucassen is hoogleraar arbeids- en migratiegeschiedenis en Directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.

Opinie

Rutte moet zich niet verbergen maar normen stellen

02 december 2019 06:38

Het duurde bijna twee dagen voordat minister-president Rutte zich uitliet over de onversneden racistische spreekkoren van Den Bosch supporters tegen de Excelsior-speler Mendes Moreira. In plaats van een klip en klare veroordeling luidde zijn boodschap 'dat de politiek dit niet in zijn eentje kan oplossen'. Een week later kwam hij nog steeds niet verder dan: "Je wordt er hopeloos van."

Mensen moeten vooral elkaar aanspreken op onacceptabel gedrag, was zijn boodschap. Acht dagen eerder, na de gewelddadige aanval van hooligans op een vreedzame vergadering van de actiegroep 'Kick out Zwarte Piet' in de Haagse Schilderswijk, bleef het zelfs helemaal stil in het torentje.

De passieve houding van de premier als het gaat om racisme wordt in ieder geval niet verklaard door zijn terughoudende karakter. Zo was hij er in september 2016 als de kippen bij om een groepje Turkse Nederlanders die een journalist het werk onmogelijk maakte na de mislukte staatsgreep in Turkije te veroordelen met de woorden 'pleur op'. Daarmee implicerend dat zij hier niet thuis horen.

In de Tweede Kamer verdedigde hij zich met het argument dat de kritiek op zijn 'pleur op' uitspraak typisch was voor de manier waarop de discussie over normen in Nederland wordt gevoerd. Volgens Rutte gaat het altijd over de 'toonhoogte', terwijl volgens hem juist politici de norm duidelijk zouden moeten maken.

Deze verschillende reacties laten zien hoezeer 's lands liberale partij in de afgelopen decennia in cultureel opzicht naar rechts is opgeschoven. Begonnen als strategie om Wilders wind uit de zeilen te halen, vindt het radicaal-rechtse populisme steeds meer vaste bodem. Bang om de witte 'bezorgde burger' tegen de haren in te strijken neemt men steeds openlijker uitingen van racisme voor lief. De geschiedenis kent echter tal van voorbeelden die laten zien hoe belangrijk een ferme houding van gezichtsbepalende autoriteiten is. En als die, de minister-president voorop, halfslachtig reageren, krijgen racisten – bedoeld of onbedoeld – de boodschap dat hun gedrag blijkbaar door de beugel kan. Daarmee is niet gezegd dat een ferme opstelling het probleem oplost, maar een heldere boodschap is wel degelijk belangrijk.

Dat dit inzicht achter de horizon is verdwenen, bewijst hoe diep de lessen van de Tweede Wereldoorlog zijn weggezakt. Vooral na de publicatie van het indrukwekkende boek 'De Ondergang' in 1965 van de historicus en overlevende van de Holocaust Jacques Presser, werd voor velen duidelijk welke verschrikkelijke gevolgen racisme en stigmatisering konden hebben en hoe belangrijk de rol van autoriteiten was als moreel kompas tegen uitsluiting.

Het was dat inzicht dat vooral vanaf de jaren zestig de aanzet gaf tot een 'ethische revolutie' met als kern dat grote voorzichtigheid geboden was als het ging om negatieve stereotypen over minderheden, zoals gastarbeiders, Turken, Marokkanen, Molukkers, Surinamers, maar ook Italianen en Spanjaarden.

Het was ook de tijd dat het officiële standpunt van VVD luidde: "Dat de overheid aan culturele minderheden een zo groot mogelijke gelegenheid moet bieden tot integratie in de Nederlandse samenleving." (Liberaal manifest 1981). Daar kunnen we nu lacherig over doen, maar deze visie kwam direct voort uit een diepgevoelde angst voor een mogelijke nieuwe opkomst van fascistische bewegingen met racisme en discriminatie als gevolg.

Zo probeerde de Nederlandse Volksunie onder leiding van Joop Glimmerveen onvrede over immigranten bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1974 te mobiliseren met de leus 'Den Haag moet blank en veilig blijven'. Dit als reactie op de vestiging van migranten uit Suriname. Diezelfde Glimmerveen hield zijn volgelingen voor 'de strijd op leven en dood tegen de vijanden van ons volk' te voeren.

De politieke correctheid mag destijds zo nu en dan zijn doorgeschoten, de uitsluitingsmechanismen zijn bepaald niet verdwenen. Of racisme nu wijdverbreider is dan in de tijd van Glimmerveen en Janmaat, is de vraag. Maar het is wel duidelijk dat een aantal mensen zich veel minder geremd voelt om die gevoelens te uiten. Daartoe gestimuleerd door politici als Thierry Baudet, Geert Wilders en Martin Bosma die zonder enige schaamte 'omvolkingstheorieën' propageren. Of door initiatiefnemers van 'Ongehoord Nederland', zoals Haye van der Heyden, die gisteren in het programma 'De Perstribune' doodleuk beweerde dat ook Holocaustontkenners een platform moeten krijgen.

Juist in de huidige tijdgeest komt het aan op politieke moed. Of, om de uitspraak van onze premier uit 2016 aan te halen, moeten er heldere normen worden gesteld. Het zou Rutte sieren als hij eigen advies in de praktijk zou brengen, waarbij hij een voorbeeld kan nemen aan zijn Duitse ambtgenoot Merkel. Die schrikt er namelijk niet voor terug om man en paard te noemen en vormt daarmee een eenzaam baken in een tijd dat de in de Grondwet vastgelegde waarden steeds meer onder druk komen te staan.

Leo Lucassen (Directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en hoogleraar aan de Universiteit Leiden)