Leo Lucassen

Leo Lucassen

@Leolucassen

Leo Lucassen is hoogleraar arbeids- en migratiegeschiedenis en Directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.

Opinie

Exodus als chantagemiddel

18 november 2019 06:12

In het vroege voorjaar van 2016 sloot de Europese Unie een overeenkomst met Turkije, waarbij dat land zich verplichtte om in ruil voor miljarden euro’s vluchtelingen tegen te houden die op irreguliere wijze probeerden de Europese Unie te bereiken, vooral via de nabij gelegen Griekse eilanden. Na de bijna 1 miljoen asielzoekers in 2015 en de duizenden mensen die daarbij de dood vonden, beschouwden veel politici deze ‘deal’ als een godsgeschenk dat hen in staat stelde om rechtse populistische partijen de wind uit de zeilen te nemen.

Feit is dat de aantallen Syriërs, Afghanen en Irakezen die in 2014 en 2015 voor veel geld de oversteek waagden sinds 2016 drastisch afnamen. Een daling die overigens al was ingezet enkele maanden voor de Turkijedeal

Er kwam onmiddellijk ook veel kritiek. Niet alleen omdat het twijfelachtig was of Turkije wel als een veilig ‘derde land’ beschouwd kan worden, maar ook omdat de EU zich hiermee chantabel maakte.

Want met name West-Europese landen zijn als de dood dat Erdogan op enigerlei moment de grensbewaking weer zal opheffen als de EU hem te veel onder druk zet met kritiek op het schenden van de mensenrechten of het optreden tegen Koerden. Erdogan weet dit als geen ander en heeft al herhaaldelijk, ook zeer onlangs nog, gedreigd ‘de poorten naar Europa’ weer te openen

De afgelopen week was ik op uitnodiging van de Nederlandse ambassade aldaar in Istanbul en Ankara en had daar een aantal verhelderende gesprekken met vertegenwoordigers van NGO's en migratie-experts. En daarin kwam naar voren dat het zeer de vraag is of het opzeggen van de deal inderdaad tot die gevreesde exodus zal leiden. Nog afgezien van de vraag of Erdogan dit belangrijke chantagemiddel uit handen zou willen geven.

Naast vluchtelingen uit Irak, Afghanistan, Pakistan en Bangladesh, en recentelijk ook een toenemend aantal uit Afrika, gaat het in Turkije hoofdzakelijk om Syriërs. Een groep die sinds 2011 is aangegroeid tot zo’n 4 miljoen mensen, oftewel 5% van de Turkse bevolking. In de eerste jaren werden zij met name door de conservatieve AKP partij als Soenitische broeders met open armen ontvangen. Had Mohammed niet ook ooit moeten vluchten uit Mekka naar Medina? Deze nadruk op de gemeenschappelijke religieuze identiteit zorgde aanvankelijk voor een relatief breed draagvlak. Maar met het verslechteren van de economie (momenteel bedraagt de werkloosheid 14%), nam de kritiek toe en worden vooral de verschillen benadrukt, met een zekere ‘arabofobische’ stemming in de publieke opinie als gevolg. Hierin past de voorstelling door het regime dat met de inval in Noord-Syrië een ‘safe zone’ wordt gecreëerd die de terugkeer van wellicht wel twee miljoen Syriërs mogelijk zou maken.  

Deze officiële terugkeer-retoriek ontneemt echter het zich op een heel andere werkelijkheid die zich in de afgelopen acht jaar in honderden Turkse steden voltrekt. Waar veel Syriërs aanvankelijk nog hoopten op een snelle val van het Assadregime, vervliegt de hoop op terugkeer met de dag en richten de meesten zich steeds meer op een permanent  verblijf in het buurland. Een land waar inmiddels honderdduizenden kinderen naar school gaan, de taal leren en een deel werk heeft gevonden. Ook al is dat vaak in de informele sector – net als veel Turken trouwens - en als zelfstandig ondernemer. Dat velen worden uitgebuit en kinderarbeid wijd verbreid is, nemen velen op de koop toe. Uit recent onderzoek van het International Migration Institute (verbonden aan de Universiteit van Amsterdam) blijkt dat zo’n 60% van de ondervraagde Syrische vluchtelingen in Turkije, ook als ze de benodigde papieren zouden krijgen om naar de EU te reizen, verklaart in Turkije te zullen blijven. 

Een uitkomst die onderzoekers van de vooraanstaande denktank TEPAV uit Ankara zeer plausibel achten.

Bovendien blijkt de Turkse overheid zich ondanks de retoriek van terugkeer en poorten openen in te stellen op een langdurig of zelfs permanent verblijf van de deze nieuwkomers. Zo heeft het vorig jaar uit de grond gestampte directoraat-generaal voor migratie een ‘harmonisatiebeleid’ ontworpen, dat sterke overeenkomsten vertoont met het West-Europese integratiebeleid uit de jaren tachtig. 

Uit angst voor negatieve reacties is dit document bewust niet openbaar gemaakt, maar volgens experts laat het zien dat de centrale overheid achter de schermen uitgaat van de permanente vestiging in Turkije van miljoenen Syriërs.

Resteert nog altijd een aanzienlijk deel van bijna 2 miljoen Syriërs die wellicht wel de sprong naar Europa zou willen maken. Ook voor die groep is het de vraag of ze dat werkelijk zouden doen. Als Erdogan werkelijk de poorten zou openen, stuiten zij – en anderen – immers onmiddellijk op een landschap van grenshekken in de Balkan of op een tamelijk uitzichtloze situatie op de Griekse eilanden, waar al bijna 4 jaar tienduizenden in mensonterende omstandigheden bivakkeren, zonder veel perspectief op een nieuw leven.

Dat grote aantallen vluchtelingen in Turkije bereid zijn daar veel geld voor te betalen, lijkt mij niet erg waarschijnlijk.

Leo Lucassen (Directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en hoogleraar aan de Universiteit Leiden)