Pieter Klein

Pieter Klein

@pieterkleinrtl

Pieter Klein over wat hem bezighoudt in zijn werk en privéleven.

Opinie

Kijken, zwijgen en beter luisteren

20 augustus 2019 06:09

De nekharen van Sammie gingen overeind staan. Ze stond opeens stil, op het donkere grindpad naast het spoor, richting hei, bijna middernacht. Ik hoorde een zacht grommen. Gek, dat doet ze - bijna - nooit, en ik kreeg kippenvel. Welk onraad zag ik over het hoofd? Onze goudblonde golden retriever, ruim een jaar oud, is altijd blij, ontwapenend dom en sprint met een aanstekelijk, onbevangen enthousiasme af op ieder wezen op dit ondermaanse. Kwispelend. Sammie is het grote, nieuwe geluk in het gezin.

Sammie piept of gromt eigenlijk alleen als ze iets ziet wat ze niet snapt. Een jongen die 's avonds laat aan de bosrand met spookachtig licht en netje vlinders vangt. Een onverwachtse beweging of een geluid in een leegstaand kantoorpand. Soms als ze een mens en zijn of haar bewegingen of voorkomen niet kan plaatsen. Iemand waar iets mee is. Ik zag niets aan het grindpad en zei: "Kom, gekkie, niets aan de hand in het land." Sammie luisterde, maar bleef heel dicht bij me lopen.

Als mensen een groet niet beantwoorden mompel ik soms zachtjes: "Dan niet." Of soms zeg ik stilletjes in mezelf: "Val dood."

Een paar meter verderop stond een roerloze gestalte naast een hek. Hij keek naar niets. Een man, in de tweede helft van z'n leven. Hij zag er verfomfaaid en in zichzelf gekeerd uit. Ik schrok toch. Wat doet die man hier? Het was niet onze 'huiszwerver' die vaak in het park om de hoek bivakkeerde. Omdat ik de hond had beloofd dat er niets aan de hand was, liep ik quasinonchalant door. Ik schraapte m'n keel en zei met iets zwaardere stem dan normaal – alsof het doodnormaal was dat daar 's nachts een man stond te staan: "Goedenavond." De man zei niets. Keek dwars door me heen. Als mensen een groet niet beantwoorden, mompel ik soms zachtjes: "Dan niet." Of soms zeg ik stilletjes in mezelf: "Val dood."

Nu liep ik door, stond stil en keerde terug. Sammie bleef veilig enkele meters achter me. "Excuus dat ik u lastigval, maar mag ik vragen waarom u hier staat?" De man keek me aan, verrast. Zag ik pret in zijn donkerbruine ogen? Was ik de eerste die dit vroeg? Hoe lang stond hij er al? Hij keek even langs me heen, alsof hij nadacht of hij zich zou verwaardigen antwoord te geven. Toen, nadrukkelijk: "Ik kijk. Ik zwijg. En ik luister." Ik wilde cynisch zeggen: ja, dat zie ik, bedacht me, vroeg me toen af: waarom hier? Waarom nu? Maar opeens leken die vragen volstrekt overbodig.

Ik vroeg de man: "Wat vindt u in het zwijgen?" Ontwapenend zei hij: "Dat weet ik niet. Ik weet wel dat alles begint met kijken. En met zwijgen. Dan kun je beter luisteren."

Ik knikte, liet een stilte vallen, keek naar de hemel en zei: "Herkenbaar." Een lichtgekleurde vlinder zwierde voorbij – 'hallo mam', dacht ik intuïtief. Sinds mijn moeder vorig jaar overleed komt op de gekste momenten altijd een vlinder voorbij. Niet om me te bewaken, of om op me te passen, maar om me te bemoedigen. Sammie opende vergeefs de jacht op de vlinder. Ik vroeg de man: "Wat vindt u in het zwijgen?" Ontwapenend zei hij: "Dat weet ik niet. Ik weet wel: alles begint met kijken. En met zwijgen. Dan kun je beter luisteren. Beter zien, voelen, waarnemen."

Misschien denk je: koekoek, 1 + 1 = 2, logisch. Maar het trof me op dat moment als een haast onbenoembare, onmetelijke wijsheid. Het leek opeens zelfs logisch om daar, op die plek, op dat moment, stilletjes te staan. Ik had zelfs bijna geen vragen meer. Ik vroeg nog: "Wat hoopt u te vinden?" Ik meende iets van verdriet en weemoed te zien toen hij antwoordde: "Ik hoop te ontdekken waar ik vandaan kom en waar ik naartoe ga, en waarom. Waar wij allemaal naartoe gaan."  Alles was daarmee wel gezegd. Hij vroeg me een sigaret, en toen ik een vuurtje gaf en in zijn ogen keek, glimlachte hij en zei: "Dank. Goedenavond."

Wordt iemand ooit overtuigd door het perpetuum mobile van het eigen gelijk van de ander? Als niemand écht luistert?

Ik slenterde met Sammie via een omweg naar huis, keek nog eenmaal over m'n schouder, maar wist niet zeker of-ie daar nog stond. Had-ie er wel gestaan, of was het allemaal inbeelding? Thuis plofte ik nog even op de bank. De meeste lichten in de straat waren al uit, m'n eigen huis was ook al in ruste. Ik checkte Twitter. Zou iemand gedurende die drie weken vakantie van opvatting veranderd zijn? Ik trof een bonte kakofonie van nieuwsfeiten, meningen, scheldpartijen ook.

Er wordt hier weinig gezwegen en weinig geluisterd, dacht ik. Wordt iemand ooit overtuigd door het perpetuum mobile van het eigen gelijk van de ander? Als niemand écht luistert? En waarom zouden mensen oeverloos en zinloos hun eigen opvatting de wereld in slingeren – omdat ze niet gehoord worden? Iedereen de gevangene van z'n eigen algoritme, en niemand die elkaar hoort.

Gedesoriënteerd werd ik de volgende ochtend wakker. Wat was waar, wat niet? Wat was echt gebeurd, of stond te gebeuren? Leefde ik in een droom? Ik had geen idee...

Ik kroop in bed. Twee weken Normandië achter de rug. Weer de plaatsen bezocht waar onze vrijheid ooit werd heroverd met een krankzinnige, geallieerde militaire operatie. Als het net even anders was gegaan… Ik viel in een diepe, onrustige slaap. Ik droomde over handelsoorlogen van Donald Trump, protesten – ver weg, maar dichtbij, columnisten die ermee ophielden, over pensioenkortingen, negatieve rente, de straat van Hormuz, klimaatverandering, brexitchaos, bootvluchtelingen, een oplaaiend militair conflict tussen India en Pakistan, over economische stagnatie, over recessie. Over m'n oma, de moeder van m'n moeder, die bij het woord recessie altijd bang was voor een spiraal van haat, extreem-nationalisme, onverdraagzaamheid – niet willen luisteren. Bang voor gewapend conflict, voor oorlog. Ik ontmoette een man, in de nacht, langs een grindpad, die zweeg en wilde luisteren.

Gedesoriënteerd werd ik de volgende ochtend wakker. Wat was waar, wat niet? Wat was echt gebeurd, of stond te gebeuren? Leefde ik in een droom? Ik had geen idee – ik moest de grote stapel kranten uit de vakantie nog wegwerken. Ik moest sowieso alles nog ordenen. De gedachten in m'n hoofd. De dingen die ik voor m'n werk weer wil of moet gaan doen. Ik begon aan een to-dolist, maar verdwaalde in overpeinzingen en twijfel. Ik werkte een halve meter kranten weg – veel was waar. Veel ligt in de toekomst verscholen.

Ik luisterde naar een aanstekelijk opgewekte song over hoe alles naar de ratsmodee gaat – we leren niet, we stoppen niet, we luisteren niet.

Ik luisterde naar het aanstekelijk opgewekte 'It’s been a hard day on the planet', van Loudon Wainwright III. Een song over hoe alles naar de ratsmodee gaat – we leren niet, we stoppen niet, we luisteren niet: "It’s getting harder to understand it, things are tough all over on earth." Dat lied eindigt ermee dat iemand misschien de stekker uit planeet aarde moet trekken, zodat de overlevenden opnieuw kunnen beginnen. Maar dan begint de ellende van voren af aan – het eeuwig menselijk tekort.

Ik besloot de zware dagen op de planeet even te negeren. Nog anderhalve dag zorgeloos vakantie. M'n vriendin en ik stortten ons op de grote vakantieschoonmaak: werkkamer, badkamer, zolder, kelder, woonkamer. Stoffen, zuigen, dweilen, schoonmaken en onnodige ballast uit het verleden weggooien. De kinderen namen het geamuseerd en meewarig waar: mafkezen – ben je vrij, ga je lopen buffelen. Maar het ruimde op – ook in het hoofd.

Ik stelde het hebben van meningen nog even uit – eerst maar weer eens een tijdje luisteren en onderzoeken. Misschien dat ik alles dan beter begrijp, wie weet. Aan de slag.