Marlise Hamaker

Marlise Hamaker

@Mhamak

Marlise Hamaker is eigenaar van communicatietraining- en adviesbureau Listen Up, dat zich in het bijzonder op (top)vrouwen richt. Ze schrijft over haar werk en over de gender gap. 

Opinie

Aan de top, óók omdat ze een vrouw is

03 mei 2019 06:26

Het gaat toch om kwaliteit? Je wil toch niet een bepaalde functie krijgen omdat je een vrouw bent? Het zijn stellingen verkapt als vragen die je steevast hoort zodra het over het vrouwenquotum gaat, of over überhaupt werk maken van de benoeming van meer vrouwen in bepaalde functies.

Zoals mijn zus. Hoogleraar. Vrouw. En hoogleraar omdat ze een vrouw is.

Vorige maand hield ze haar oratie, haar inaugurele rede over haar vakgebied: Longitudinal Data Analysis. Voor de liefhebber is haar knappe verhaal hier terug te lezen. Ze stond op de plek waar ruim een eeuw geleden de eerste vrouwelijke hoogleraar van Nederland haar oratie hield.

Johanna Westerdijk werd op 10 februari 1917 buitengewoon hoogleraar in de Plantenziektenkunde, en voegde zich zo als eerste vrouw bij dit mannengenootschap.

Precies 100 jaar later, op de minuut af, stond toenmalig minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Jet Bussemaker op dezelfde plek in het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht. Op dat moment was nog altijd slechts 18 procent van de Nederlandse hoogleraren vrouw.

"Dat is echt veel te weinig", zei Bussemaker. "We doen het in Europa ronduit slecht. Terwijl er ondertussen wel meer vrouwen dan mannen naar de universiteit gaan. En terwijl vrouwen doorgaans ook beter presteren op de universiteit." 

En dus stelde Bussemaker 5 miljoen euro beschikbaar om 100 extra vrouwelijke hoogleraren te benoemen, bovenop de quota die de universiteiten al hadden. Westerdijk-hoogleraren werden ze genoemd, en mijn zus werd een van hen.

Inmiddels staat de teller op 20,9 procent. Daarmee is nog steeds slechts 1 op de 5 Nederlandse hoogleraren vrouw, maar na jaren van tegen die 20 procent aan hikken is dat toch wel een lichtpuntje. Al is niet iedereen enthousiast over de Westerdijk-leerstoelen, die in de wetenschappelijke wereld ook wel 'roze leerstoelen' worden genoemd.

"Daar wordt soms wat besmuikt over gedaan, en dat vind ik jammer", zei mijn zus in haar oratie. "Ik ben juist erg trots - en dankbaar - in een land te leven waarin wij ons inzetten om mannen en vrouwen gelijke kansen te bieden. Dat is nog steeds hard nodig, en geen vanzelfsprekendheid, ook niet in onze westerse wereld."

Mijn zus werd niet alléén hoogleraar omdat ze een vrouw is. Ze werd hoogleraar door haar onderzoek en publicaties, door het onderwijs dat ze geeft, door het binnenhalen van prestigieuze beurzen, door de unieke kennis en kunde die zij toevoegt aan haar vakgebied. En óók omdat ze een vrouw is.

Een vrouwenquotum gaat niet over het bevoordelen van vrouwen die het niet verdienen, of vrouwen benoemen die minder geschikt zijn dan hun mannelijke collega's. Het gaat over het creëren van een eerlijker en gelijker speelveld.

Maar daarvoor moet je eerst erkennen dat zo'n eerlijk en gelijk speelveld er nu nog niet is. Dat is best pijnlijk, want het betekent bijvoorbeeld dat de top van het bedrijfsleven, de politiek en de wetenschap niet overwegend mannelijk is omdat mannen toevallig nou eenmaal meestal de beste persoon voor de topfunctie zijn. Maar dat ze er zitten omdat ze een man zijn. Niet alléén omdat ze een man zijn. Oók omdat ze een man zijn.

'De beste' is per definitie subjectief, afhankelijk van heel veel factoren, waaronder de vooroordelen die we over mannen en vrouwen hebben. In de regel beoordelen we mannen positiever dan vrouwen, zonder dat mannen daarvoor betere prestaties leveren. Blijkt uit verschillende publicaties en onderzoeken.

Daarvan hoeven we niemand de schuld te geven, maar het is wel relevant dat we ons van die vooroordelen bewust zijn. Nog altijd halen veel minder vrouwen dan mannen de top van het bedrijfsleven, de politiek en de wetenschap. En dat is doodzonde, want daarmee blijft veel kwaliteit en potentieel onbenut.

Dit jaar beslist het kabinet over de invoering van een verplicht vrouwenquotum, de SER werkt nu aan een advies daarover. Los van zo'n quotum hoop ik dat de komende jaren sowieso veel vaker vrouwen benoemd worden omdat ze een vrouw zijn. Niet alléén omdat ze een vrouw zijn. Oók omdat ze een vrouw zijn.

En dat we daar - net als mijn zus - niet beschroomd, beschaamd of besmuikt over doen. Maar dat we er juist trots op zijn. Ongelofelijk trots.