Hans Stegeman

Hans Stegeman

@hanswstegeman

Hans Stegeman is econoom en werkt bij Triodos Investment Management. 

Opinie

Als het geen pijn doet, werkt het niet, zo'n klimaatbeleid

12 april 2019 06:17

Wist u dat we eigenlijk een heel fossiel land zijn? De uitstoot van onze industrie is veel hoger dan gemiddeld in Europa. Dat feit maakt een duurzame transitie natuurlijk veel moeilijker. En de weerstand tegen zoiets als een CO2-belasting des te groter.

We staan daarom voor een belangrijke keuze in het klimaatbeleid: een duurzame toekomst voor Nederland of de meest verduurzaamde stranded asset van Europa worden. En dat moet pijn doen, anders werkt het niet.

Fossiele economie

Goedkope fossiele brandstof en een gunstige fiscale behandeling voor vooral het grootbedrijf hebben van Nederland een aantrekkelijke vestigingsplaats voor CO2-intensieve industrie gemaakt. De Nederlandse economie is hierdoor nog steeds een van de meest fossiele en vervuilende economieën in Europa; het West-Europese weglekputje van de energie-intensieve industrie.

De uitstoot van de Nederlandse industrie ligt 50 procent hoger dan het Europese gemiddelde. Als de energietransitie in Nederland niet snel genoeg gaat, lopen we het risico dat de Nederlandse industrie de stranded asset van Europa wordt. Op korte termijn slagen we er dan wellicht in banen te behouden, maar op de langere termijn, in de duurzame toekomst, zullen onze bedrijven ernstig verouderd en onrendabel zijn.

Om dit te voorkomen is een zorgvuldig maar wel daadkrachtig beleid nodig. Beprijzen van uitstoot is een zeer effectief en efficiënt instrument waardoor een transitie tegen de laagste kosten kan worden gerealiseerd. De vorm moet daarbij, zoals het kabinet het zegt 'verstandig en objectief' zijn. Maar, hoort daarbij, als het helemaal geen pijn doet, verandert er ook niets.

Het meest doorslaggevende argument om uitstoot te beprijzen is dat het de last daar legt waar ook de beslissingen worden genomen: bij de vervuiler zelf.

Een CO2-belasting voor meest efficiënte pijn 

Nagenoeg de hele Nederlandse economengemeenschap riep al dat een heffing op koolstof de meest efficiënte manier is om het doel, een forse reductie van de CO2-uitstoot, te bereiken. Na de doorrekening van de plannen van de klimaattafels heeft ook het kabinet dat ingezien.

Maar waarom is CO2-beprijzing dan de beste optie? Het meest doorslaggevende argument om uitstoot te beprijzen is dat het de last daar legt waar ook de beslissingen worden genomen: bij de vervuiler zelf. En die vervuiler kan dus ook zelf beslissen om minder te vervuilen, door te investeren in andere technologie, andere productiewijzen en maatregelen om de energie-efficiëntie te vergroten. Dit is de meeste kostenefficiënte manier om de economie te verduurzamen.

Een ander argument is ook belangrijk: de overheid hoeft zich in deze opzet niet te bemoeien met afwegingen van bedrijven waar te investeren en wat haalbaar is, en hoeft ook zelf geen visie te hebben op wat een 'haalbare' norm is voor CO2-uitstoot of verschillen tussen bedrijven in te schatten.

Er zijn natuurlijk ook beperkingen. De belangrijkste daarvan is het zogenaamde weglek-effect: als de prijs op uitstoot hoger is dan in andere landen, bestaat de kans dat bedrijvigheid wordt verplaatst en dat mondiaal de uitstoot van broeikasgassen uiteindelijk dus helemaal niet wordt verminderd. En dit kost banen.

Volgens VNO-NCW gaat het om 50.000 banen. Onderzoek laat echter zien dat dat effect slechts beperkt is.  Bedrijven wisselen niet zo snel van vestigingsplaats. Daarnaast betaalt de Nederlandse energie-intensieve industrie nu in internationaal opzicht een erg lage belasting. Hierdoor zal het invoeren van een CO2-prijs eerder leiden tot een vermindering van de aantrekkingskracht van Nederland dan een weglek van Nederlandse industrie naar het buitenland. Ook levert verduurzaming naar verwachting op langere termijn meer groene banen op dan aan fossiele banen verloren gaat.

Maar dat blijft pijn doen bij energie-intensieve bedrijven. En dat moet ook. Want anders gebeurt er niets. En natuurlijk zijn er dan nog tal van manieren om die pijn te verzachten. Door bedrijven bijvoorbeeld in de eerste periode een gedeeltelijke vrijstelling te geven of door subsidies te geven op verduurzaming vanuit de opbrengst van de heffing.

Simpele keuze

Nederlandse bedrijven betalen niet alleen in internationaal perspectief weinig per ton CO2-uitstoot, ook in vergelijking met huishoudens betalen ze weinig. Waar huishoudens nu ongeveer 100 euro per ton CO2 op gas en 200 euro per ton CO2 op elektriciteit betalen, is dat voor bedrijven die onder het Europese systeem van emissierechten (ETS) vallen niet meer dan 20 euro per ton CO2. Sterker nog, ze betalen vaak nog minder omdat ze gratis rechten hebben gekregen. Dit alleen al pleit voor het invoeren van een hogere broeikasgasprijs.

De keuze is simpel: willen onze economie verduurzamen en vervuilers stimuleren hieraan mee te werken, of gaan we met man en macht proberen het onverenigbare te verenigen: het 'verduurzamen' van fossiele stranded assets? Voor mij is de keuze duidelijk.