Hans Stegeman

Hans Stegeman

@hanswstegeman

Hans Stegeman is econoom en werkt bij Triodos Investment Management. 

Opinie

Is die mondiale armoede nu wel zo hard gedaald?

12 februari 2019 13:55

Als een van de successen van onze tijd wordt vaak verwezen naar een grafiek die laat zien dat de armoede in de wereld zo ontzettend veel lager is dan in het begin van de industriële revolutie. Ook Bill Gates roept het regelmatig, zoals in deze tweet.

Beeld © RTL Z

Wie dan nog durft te zeggen dat ons economisch systeem niet functioneert, wordt voor gek verklaard. A rising tide lift all boats, is dan wat je te horen krijgt. Zelfs de wrakke bootjes van de extreem minder bedeelden. Einde discussie. Er is geen beter systeem dan onze markteconomie om iedereen te laten mee profiteren.

Maar klopt dit eigenlijk wel? Er is reden genoeg om aan te nemen dat de cijfers over echte armoede anders zijn, nog los van de vraag of de gangbare manier van armoede meten überhaupt wel de juiste is. En we wellicht dus nog meer reden hebben om armoede te lijf te gaan. Als we dat tenminste willen.

Met dit in het achterhoofd maakt de Wereldbank ook andere statistieken, met grenzen van 3,20 dollar en 5,50 dollar. Wat dan opvalt is dat de armoede als percentage van de wereldbevolking minder hard daalt als de hogere grens als uitgangspunt wordt genomen.

Zo is op basis van 1,90 dollar in 2015 de armoede 32 procentpunt lager dan in 1981, maar op basis van de 5,50-dollargrens slechts 20 procentpunt.

Beeld © RTL Z

Het plaatje wordt nog iets minder rooskleurig als we naar absolute aantallen kijken. Op basis van 1,90 dollar zijn er 1,1 miljard mensen minder arm geworden sinds begin jaren tachtig. Op basis van 5,50 dollar zijn het er echter bijna 400 miljard méér!

Met zulke uitkomsten is het toch moeilijk vol te houden dat een gemiddelde stijging van de welvaart in de afgelopen veertig jaar voor iedereen gunstig heeft uitgepakt.

Beeld © RTL Z

Verdelingsprobleem

De armoede - hoe we 'm ook definiëren - is nog steeds groot en neemt in absolute aantallen ook zeker niet af. In het geval van armoede moeten wij in aantallen mensen tellen en in een percentage van de wereldbevolking.

Ook gaat elk jaar maar een zeer klein deel van de mondiale economische groei naar de armste helft van de wereldbevolking. Hierdoor is de groei van de totale welvaart al decennialang groter dan het aandeel mensen dat aan armoede ontsnapt.

En alleen maar kijken naar de extreme armoede ontneemt het zicht aan die ontwikkeling. Ons marktsysteem blijkt dus voor velen bepaald niet de 'rising tide' die hen meeneemt op de golven van de welvaart.

Eens temeer blijkt het ware probleem niet welvaart 'an sich', maar een rechtvaardiger verdeling ervan.

Doorslaand succes

De figuur hierboven zou het bewijs van het grote succes in de strijd tegen armoede moeten zijn. Van 94 procent van de bevolking in armoede in 1820 tot nog geen 10 procent van de wereldbevolking in 2015. Valt weinig op af te dingen, zou je zeggen.

In zijn boek Enlightment now concludeert Steven Pinker op basis van deze figuur dat de markteconomie in die afgelopen 200 jaar toch maar mooi een einde aan de armoede heeft weten te maken. Globalisering, de val van het communisme; alles heeft volgens deze redenering bijgedragen aan dit overweldigende succes. Ik heb hier zo mijn bedenkingen bij.

Betrouwbare cijfers

Nog even los van het feit dat armoede natuurlijk veel breder is dan een besteedbaar dagelijks inkomen, maar bijvoorbeeld ook een kwestie van ongelijke verdeling van kansen, is het maar zeer de vraag of de gehanteerde cijfers wel kloppen.

Om te beginnen waren er voor 1950 nauwelijks bronnen beschikbaar om überhaupt vast te kunnen stellen wat de inkomensverdeling is in verschillende landen, laat staan voor de hele wereld.

Ook zijn belangrijke effecten van industrialisatie op het leven van mensen niet meegenomen. Velen waren zelfvoorzienend door bijvoorbeeld eigen voedsel te verbouwen op gemeenschappelijke gronden, de commons. Dit zien we dus niet terug in de statistieken.

De fabrieksarbeid waar de industriële revolutie voor zorgde telt wel mee, maar de inperking van de mogelijkheden om zelfvoorzienend te zijn dan weer niet. Hierdoor kan de armoede aan het begin van de industriële revolutie zijn overschat, maar kan ook de daling ervan het gevolg zijn van diezelfde revolutie. Pas vanaf het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft de Wereldbank systematisch enigszins betrouwbare cijfers verzameld.

Wat is echte armoede?

Extreme armoede begint volgens de de statistieken van de Wereldbank onder de 1,90 dollar per dag. Dat is echt heel erg weinig en ook de Wereldbank geeft aan dat deze grens eigenlijk te laag is om als beleidsdoelstelling te hanteren. Die 1,90 dollar is niet genoeg om voldoende van te kunnen eten.

Volgens voedsel- en landbouworganisatie FAO krijgen 820 miljoen mensen niet genoeg calorieën binnen voor minimale menselijke activiteit, dus om te blijven leven. Het aantal mensen dat onder de absolute armoedegrens van 1,90 dollar leeft is 700 miljoen.

Daarnaast krijgen 1,5 miljard mensen regelmatig te weinig voeding, waardoor ze te weinig calorieën binnen krijgen voor normale menselijke activiteit en 2,1 miljard mensen krijgen minder binnen dan wenselijk. Over welke armoedegrens hebben we het nu eigenlijk?