Henri Bontenbal

Henri Bontenbal

@Henribontenbal

Henri Bontenbal is energie-expert bij Stedin.

Opinie

Vijf zaken om het klimaatdebat naar een hoger niveau te tillen

14 januari 2019 06:18

Het debat over de energietransitie eindigde in 2018 in mineur. Nadat het Klimaatakkoord werd gepresenteerd, kwam er veel onvrede naar boven over de daarin beschreven maatregelen.

Op Twitter en in de kranten werd het ongenoegen in ruime mate geventileerd, in meer of minder genuanceerde bewoordingen. De Telegraaf ging meteen vol op het klimaatsceptische orgel en pakte groot uit met een pamflet van een aantal – veelal gepensioneerde – 'experts' die verkondigden dat het klimaatbeleid Nederland tot derde wereldland zou degraderen. "Armoede en kou dreigen!" Complete onzin, maar de toon was gezet. 

Uit deze onvrede blijkt dat we nog niet genoeg in staat zijn met elkaar een gebalanceerd maatschappelijk en politiek debat te voeren over het huidige en toekomstige klimaat- en energiebeleid. En draagvlak voor het beleid blijkt allerminst een gelopen race. Maar wat niet is, kan nog komen.

Laten we in ieder geval de hoop niet opgeven dat een genuanceerd, respectvol debat over de energietransitie mogelijk is. En laten we daar in 2019 een begin mee maken. Ik denk dat we met de volgende 5 punten het debat naar een hoger niveau kunnen tillen.

1. We hebben high politics in plaats van low politics nodig.

Voor de jaarwisseling plaatste de Volkskrant een mooi interview met Ko Colijn, oud-directeur van Clingendael. Hij maakt daarin een onderscheid tussen low en high politics

Low politics is op een goedkope manier electoraal willen scoren door het onbehagen een stem te geven en kiezers naar de mond te praten. High politics luistert, duidt het onbehagen en toont leiderschap door er daadwerkelijk een oplossing te formuleren die bijdraagt aan het algemeen belang. Dit onderscheid lijkt me ook in het klimaatdebat relevant. Laten we streven naar high politics, ook in het klimaatdebat. 

2. De regie over het klimaatbeleid moet terug naar de politiek.

2019 is een goed moment om de verantwoordelijkheden voor het klimaatbeleid weer terug te leggen op de plek waar ze hoort: de regering regeert en de Tweede Kamer controleert.

Wat de polder heeft aangedragen, moet als een dringend advies aan de regering beschouwd worden, maar de voorzitters van de klimaattafels besturen dit land niet. Dat doet het kabinet. Het kabinet verantwoordt haar beleid aan de burgers van dit land, maar via onze volksvertegenwoordiging: de Tweede Kamer.

3. Middenpartijen moeten zorgen voor verbinding.

Wat voor veel andere beleidsterreinen geldt, geldt ook voor klimaatbeleid: leiderschap vanuit het politieke midden is hard nodig. Minister De Jonge zei daarover onlangs in het Nederlands Dagblad: "Het midden is voor mij geen keuze uit verlegenheid, maar uit overtuiging. Daar worden de verschillen overbrugd. De boodschap van de flanken - 'tegen!', 'schande!' - komt makkelijker over dan een afgewogen verhaal. (...) Voor mij is politiek bestuur dat je telkens het belang van het grotere geheel voor ogen houdt." 

Meer dan ooit is het daarom nodig dat de middenpartijen de verbinding gaan leggen tussen de verschillende groepen en sectoren in de samenleving, om met elkaar op zoek te gaan naar klimaatbeleid dat werkt voor iedereen. En dat politieke midden mag groter worden dan ze nu is!

4. Onzekerheid moet een plek krijgen in het klimaatbeleid. 

Het huidige klimaatbeleid loopt het risico te veel dichtgetimmerd te worden. Maar we werken aan een energietransitie die een aantal decennia gaat duren. Dan is het onvermijdelijk dat we over een paar jaar constateren dat een aantal zaken anders zijn gelopen dan we vooraf dachten.

Wat dus nodig is, is een energiebeleid dat enerzijds investeringszekerheid biedt voor het bedrijfsleven om te kunnen investeren en anderzijds genoeg ruimte om steeds een beetje te kunnen bijsturen. We weten bijvoorbeeld nu nog niet precies welke rol waterstof in de energievoorziening van de toekomst gaat spelen, hoe snel onze mobiliteit elektrificeert of welke ontwikkelingen plaatsvinden op het gebied van kernenergie. Dus moeten we ons energiebeleid niet zodanig dichttimmeren dat er geen ruimte is voor bijsturing. 

5. We moeten praten over de doelen van het energiebeleid. 

Het maatschappelijk en politieke debat over klimaat- en energiebeleid is op dit moment erg mager. Zo is er weinig debat geweest over de focus van dit kabinet op slechts een doel: CO2-reductie tegen de laagste kosten ('tonnenjacht', zoals minister Wiebes zegt).

Maar waarom zouden we als samenleving niet meer dan één doel met ons klimaatbeleid nastreven? Andere doelen kunnen zijn: nieuwe bedrijvigheid creëren door een groene industriepolitiek, onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen uit schurkenstaten verkleinen en maatschappelijk initiatief een nieuwe impuls geven.

Ook de samenhang tussen klimaatbeleid en innovatiebeleid is onvoldoende doordacht, evenals de samenhang tussen Nederlands en Europees klimaatbeleid. 

Laten we in 2019 zoeken naar nieuwe verbindingen tussen groepen in de samenleving die onvoldoende met elkaar praten, naar een respectvol debat over het energiebeleid en vooral veel daadkracht tonen. Want de klimaatcrisis verdwijnt niet door haar te ontkennen of alleen maar te blijven praten. We moeten de vaart erin krijgen, leiderschap tonen en intussen respectvol met elkaar blijven praten over wat in ons aller belang is.