Pieter Klein

Pieter Klein

@pieterkleinrtl

Pieter Klein over wat hem bezighoudt in zijn werk en privéleven.

Opinie

Een politieke janboel, 25 jaar later

08 januari 2019 06:00

Het aardige van een stevige politieke crisis is dat je er nooit genoeg van krijgt. Althans, ik niet; het blijft fascinerend om via hoofdpersonen terug te blikken op hoe het zand in de machine kwam, en alles begon te haperen en iedereen boven het hoofd groeide. Vooral als het decor er een is van opkomst en ondergang, beschadigde persoonlijke verhoudingen en aanzwellende electorale aardverschuivingen. En het meest fascinerend is dat iedereen zijn eigen geschiedschrijving koestert, met ieder een eigen versie van de werkelijkheid.

Zo'n crisis was de WAO-crisis van het kabinet Lubbers-III in 1993. Die crisis werd 25 jaar geleden op het nippertje afgewend met het zogeheten 'bami-akkoord', vernoemd naar de afhaalchinees in Bergschenhoek, woonplaats van de toenmalige CDA-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Bert de Vries. Bij De Vries – ook wel 'de stofjas' genoemd vanwege z'n wat duffe, saaie boekhouderimago – werd thuis een deal gesloten. De WAO-ingrepen werden aangepast, De Vries en z'n staatssecretaris Ter Veld verbonden er de portefeuillekwestie aan (dreigden dus met opstappen als hun plan niet zou worden geaccepteerd), en de coalitiefracties werden zo twee over twaalf in het gareel gedrongen.

Over die periode zijn nu interessante notulen van de ministerraad vrijgegeven, in te zien bij het Nationaal Archief in Den Haag. Smullen dus, ook omdat ze een ander licht op de zaak werpen – met name op de rol van Ruud Lubbers. Maar eerst nog even terug in de tijd.

Ik herinner me nog goed het bootreisje en de speech van Brinkman op Texel

Ik was een jonge politiek verslaggever aan het Binnenhof en amper bekomen van wat eraan voorafging. Na het aantreden van Lubbers-III, kwam Wim Kok als minister van Financiën in 1991 met een 'tussenbalans': miljarden aan bezuinigingen om de boel financieel op orde te krijgen. Hoogte en duur van de WAO zouden worden beperkt. De PvdA kwam in opstand, een partijvoorzitter sneuvelde en Wim Kok overwoog te stoppen – tot hij z'n eigen partij op een speciaal congres trotseerde. In mei 1992 concludeerde de PvdA-fractie dat alle bestaande gevallen (alsnog) moesten worden ontzien; zo ontstond er een parlementaire meerderheid, want de grootste oppositiepartij (VVD) steunde dit, tot chagrijn van het CDA.

Ondertussen begon het ook te rommelen in het CDA. Elco Brinkman zou door Lubbers worden aangewezen als zijn opvolger; Brinkman en zijn CDA-fractie begonnen steeds meer geduld te verliezen met het kabinet en begonnen actie te eisen. Ik herinner me nog goed het bootreisje en de speech van Brinkman op Texel, die bij – onder meer - Lubbers kwaad bloed zette: "Het speelkwartier is over."

Deze sentimenten sijpelden door toen het kabinet in januari 1993 de wetgeving door de Tweede Kamer moest loodsen. Er speelden twistpunten in de coalitie over 'nieuwe gevallen', over 'smeulende huizen' en inkomensachteruitgang. De coalitie kwam er niet uit, Brinkman en de toenmalig PvdA-fractieleider Thijs Wöltgens spraken amper, en toen brak een krankzinnige week aan. Brinkman ging – met instemming van Lubbers – onderhandelen met de oppositiepartij VVD. Er werden door Lubbers geen voorwaarden gesteld aan Brinkman. Het was – bijna – live te volgen op radio en tv, de politieke spanning liep op: het zou voor de PvdA-fractie onacceptabel zijn. De fracties van CDA en VVD sloten toch een deal.

En toen kwam het CDA-smaldeel in het kabinet op zaterdagavond 23 januari alsnog in beweging – thuis bij Bert de Vries. En daar werd een compromis op tafel gelegd – waarvan de contouren al eerder hadden gecirculeerd. Maar ditmaal met crisisdreiging – de portefeuillekwestie, dus: in ieder geval het vertrek van minister De Vries en staatssecretaris Ter Veld. Met steun van Lubbers én Kok. Buitengewoon pijnlijk voor Elco Brinkman, die zijn woord aan de VVD moest breken: sorry, Frits Bolkestein, toch geen deal – ik ben teruggefloten. Ik moest zwichten voor de baas, die tijdens het spel de spelregels veranderde.

Ook ik heb lang gedacht dat de sleutel voor het echec bij Brinkman lag

Wie het toen allemaal volgde, herinnert zich vast nog het parlementaire debat dat volgde: een coalitie-relatie-therapie in de nationale vergaderzaal. Wie toen nog niet geboren was, moet het eens even teruglezen.

Bert de Vries erkende dat men er een 'politieke janboel' van had gemaakt. Lubbers had zichzelf al verwijten gemaakt in een open brief waarin hij reflecteerde, onder het motto: 'Zeven zwarte dagen in de politiek'. Later zou de commissie-Gardeniers, die voor het CDA de enorme verkiezingsnederlaag van 1994, vooral Elco Brinkman deze kwestie aanrekenen, en niet de ministers en de premier. Ook ik heb lang gedacht dat de sleutel voor het echec bij Brinman lag: de schietgrage, aankomende leider, die powerplay wilde spelen, gedreven door ongeduld, een slechte verhouding met de PvdA, een weifelende Lubbers en een hardnekkig geloof in het eigen gelijk. Levensgevaarlijke mix.

Uit de net openbaar geworden notulen van de ministerraad uit januari 1993, blijkt dat het allemaal toch net iets anders lag. Volgens Bert de Vries was sprake van 'bevroren tegenstellingen' tussen CDA en PvdA, die uiteindelijk zouden leiden tot 'politieke consequenties en complicaties' voor PvdA-fractie en bewindslieden – een crisis dus. De grote aanjager daarvan was niet per sé Elco Brinkman, maar Ruud Lubbers zelf, blijkt uit de 'P-notulen', de uitgebreide verslagen van vergaderingen die niet uitgebreid op ministeries worden verspreid, maar uitsluitend 'persoonlijk' aan ministers worden uitgereikt.

Smeekt Lubbers de ministerraad op 15 januari nog om een bijna ongelimiteerd mandaat om in kleine kring te overleggen; een week later, gaat hij in het kabinet vol op het orgel, nadat overleg met de PvdA mislukt. Het was de schuld van de PvdA, die zich driekwart jaar eerder aansloot bij de voltallige oppositie, om de bestaande gevallen te ontzien, aldus Lubbers. De PvdA had toen 'gepacteerd' met de VVD en daarom mocht het CDA nu zelf gaan onderhandelen met de VVD – destijds had het kabinet toch ook niet moeilijk gedaan?

Lubbers heeft met Brinkman vertrouwelijk een mogelijke kabinetscrisis besproken

Lubberiaans uitvoerig legt hij uit dat de PvdA geen millimeter wil toegeven aan gerechtvaardigde CDA-wensen en dat 'door de opstelling van de PvdA-fractie langzamerhand de grens van de politieke verhoudingen is bereikt': "Er is sprake van een weinig rationeel beleid van de PvdA."

En dan komt de aap uit de mouw. Lubbers heeft met Brinkman vertrouwelijk een mogelijke kabinetscrisis besproken. Powerplay in de ministerraad, op 22 januari 1993, een dag voor het bami-akkoord. Lubbers: "De heer Brinkman heeft gezegd te zullen zwijgen, maar dat indien zou worden besloten tot alleen behoud van de huidige uitkeringen, zonder dat hiervoor enige financiële dekking zou worden gevonden, geen andere keuze zou hebben dan het vertrouwen in het kabinet op te zeggen, als de minister-president dat zelf al niet zou doen. Spreker (Lubbers, pk) kan hiermee instemmen."

Achteraf denk ik dat de nadagen van Lubbers toen dus al waren aangebroken; de magie was op.

Terwijl Kok nog zoekt naar mogelijkheden om het coalitieoverleg met fracties te heropenen, voert Lubbers de druk in die ministerraad juist verder op. Hij concludeert dat de PvdA het vreemdgaan van een CDA met VVD niet zal accepteren, en dat dat reden voor een scheiding zal zijn. In plaats van te matigen, en z'n kabinet uit de gevarenzone te halen, dreigt hij: "Spreker (Lubbers, pk) concludeert hieruit dat als dat werkelijk zo zou zijn, hij ontslag zal vragen, omdat hij een verkeerde taxatie heeft gemaakt…"

Achteraf, na al die jaren, snap ik het ongenoegen van Brinkman íets beter. Achteraf denk ik dat de nadagen van Lubbers toen dus al waren aangebroken; de magie was op.

We verlangen naar visie, naar principiële vergezichten, uitgesproken persoonlijkheden of naar daadkracht. Maar misschien hebben we gewoon wel meer stofjassen nodig.