Hans Stegeman

Hans Stegeman

@hanswstegeman

Hans Stegeman is econoom en werkt bij Triodos Investment Management. 

Opinie

2019: Hopelijk het laatste jaar van de monopolist

01 januari 2019 11:29

Vroeger speelde ik vaak Monopoly met mijn buurjongen. Het begin was altijd leuk: allebei hetzelfde bedrag en dan kijken wie het beste met geld om kon gaan. 

Maar na een paar ronden werd het voor een van tweeën steeds minder leuk. Dat zat ingebakken in de regels van het spel: op een gegeven moment had de een het merendeel van de straten, kon huizen en hotels bouwen waardoor de ander langzaam maar zeker failliet ging.

Een onontkoombaar ongelijke strijd. Deze spelletjes hadden maar twee uitkomsten: doorgaan en eindigen met ruzie of meteen opgeven.

Anno 2018 is duidelijk geworden dat de wereldeconomie is verworden tot een soort monopolyspel: grote bedrijven met te veel macht bepalen de regels van het spel. Slechts enkelen profiteren. En de rest heeft het nakijken. Hopelijk was dit het laatste jaar dat dit zo maar kon.

Het gebrek aan marktwerking

In veel sectoren is het aantal aanbieders inmiddels aardig beperkt geworden. Wereldwijd is er de ongeëvenaarde dominantie van een paar techbedrijven – Google, Apple, Facebook – die zorgt voor vrijwel onbeperkte marktmacht.

Het aantal beursgenoteerde bedrijven daalt stelselmatig. Dit monopolieprobleem is in economentermen eigenlijk een oligopolieprobleem.

Maar ook dichterbij huis zien we dit verschijnsel. Bijvoorbeeld bij de supermarkten: twee aanbieders (Albert Heijn en Jumbo) hebben meer dan 50 procent marktaandeel.

Ook in Nederland: van bank tot supermarkt

Tien jaar geleden had je daar meer aanbieders voor nodig. Banken: drie grootbanken (ABN Amro, ING en Rabobank) hebben een marktaandeel van meer dan 75 procent, de vier grootste zorgverzekeraars samen meer dan 80 procent. Als laatste telecom: na het samengaan van Tele2 en T-mobile zijn er nog drie spelers over.

Er zijn natuurlijk altijd economische redenen aan te voeren voor minder bedrijven. De belangrijkste is schaalvoordeel: hoe groter het bedrijf, hoe lager de gemiddelde kosten en (dus) hoe goedkoper voor de consument.

Als dit kostenvoordeel tenminste wordt doorgegeven aan de werknemers in de vorm van hogere lonen of aan de consument in de vorm van lagere productprijzen.

Soms wordt ook beargumenteerd dat monopolies nodig zijn om innovatie te financieren. Dat is natuurlijk ook de reden voor een patentsysteem: door hogere winsten loont het te innoveren en is nieuwe innovatie financierbaar.

Theoretische voordelen, praktische nadelen

Het is echter maar zeer de vraag of deze theoretische voordelen opwegen tegen de negatieve effecten van grote bedrijven op de economie. In het boek 'The Myth of Capitalism' beargumenteert Jonathan Tepper dat de nadelen aanzienlijk groter zijn.

Ten eerste worden de kostenvoordelen van schaalvergroting doorgaans helemaal niet doorgegeven aan de consument maar als extra winst in eigen zak en die van de aandeelhouders gestoken. Denk maar aan Apple. Of dichter bij huis ING, dat de boete van 775 miljoen zonder probleem kon betalen.

Dit hoeft geen verband te houden met monopolie, maar het is op zijn minst opvallend dat een bedrijf zo'n bedrag kan betalen en in datzelfde kwartaal nog zo'n bedrag aan winst overhoudt.

Grote bedrijven persen hun partners uit 

Ten tweede persen monopolies hun 'supply-chain' vaak uit. Door de marktmacht zijn ze in staat hun toeleveranciers tegen elkaar uit te spelen en lage prijzen te bedingen. Deze toeleveranciers zijn afhankelijk van deze grote bedrijven, want kunnen niet makkelijk ergens anders naartoe. Dit bestendigt de macht van de grote jongens.

Ten derde is er geen enkele aanwijzing dat oligopolies of monopolies leiden tot een hogere productiviteitsontwikkeling. Sterker nog, het lijkt er vooral op dat de productiviteitsontwikkeling vertraagt.

Dat is ook logisch: zonder concurrentie ontbreekt de prikkel om te innoveren. Uitmelken en beschermen van de succesformules is een veel makkelijker manier van winst maken. Alles om concurrentie buiten de deur te houden, waardoor het voor startups ook lastiger wordt. En worden ze toch een succes, dan worden ze zo snel mogelijk ingelijfd.

Als vierde dragen deze marktstructuren bij aan ongelijkheid en houden die in stand. De eigenaren van de grote bedrijven, de aandeelhouders, profiteren ervan.

Degenen die de aandelen in handen heeft, de beroemde 1 procent, heeft het vermogen de afgelopen decennia aanzienlijk zien toenemen. De gemiddelde werknemer profiteert juist niet: de lonen blijven achter, ook bij de productiviteitsontwikkeling.

Er is inmiddels genoeg bewijs dat de grote bedrijven en hun aandeelhouders veruit het grootste deel van de taart krijgen, ten koste van de gemiddelde werknemer die met een in verhouding lage beloning wordt afgescheept.

Goede voornemens voor 2019

Er zijn mogelijkheden om deze monopolie-economie te veranderen. Als 2018 het jaar van de bewustwording is, dan is 2019 hopelijk het eerste jaar van actie. En die actie begint klein, bij onszelf.

Zolang wij met zijn allen al onze kerstinkopen doen bij bol.com, heeft het kleinbedrijf het lastig. Zolang wij allemaal googelen om iets op te zoeken, alle boodschappen bij grote supermarkten doen en bankieren bij een van de grote banken, gaat er niets veranderen.

Uiteindelijk laten wij, de consument, ons verleiden om mee te doen aan dit spel. Gelokt door betere kwaliteit, service of een lagere prijs, maar daardoor uiteindelijk gevangen met minder keuze, onze privacy ingeleverd en ook nog eens voor een lager loon.

Op naar een beter spelletje

Het zou natuurlijk ook helpen als de kartelwetgeving strenger werd. Als er bijvoorbeeld geen goedkeuring was gegeven voor het samengaan van Tele2 en T-mobile. Als de marktconcentratie bij de zorgverzekeraars werd aangepakt; u denkt wellicht aan het einde van het jaar een ruime keuze te hebben, maar u ziet vooral de labels van een beperkt aantal aanbieders.

Ik denk nog regelmatig aan de monopolyspelletjes in mijn jeugd. Wat nu als de regels anders waren geweest? Zouden we dan minder ruzie hebben gehad? Ik hoop voor de wereldeconomie dat het ons lukt om eerlijke regels af te spreken. Want anders loopt ook dit spelletje niet goed af.