Opinie

Welkom in de documentloze bananenmonarchie

04 december 2018 04:57

Laatst dronk ik een kopje koffie met een oude rot en oude bekende uit het politieke circuit. Hij kent de weg; in het parlement, op ministeries, hij kent de spelletjes van politiek en publiciteit en beïnvloeding: de wegen van de macht. Het was een genoeglijke middag op ’t Plein in Den Haag, onder de terrasverwarming.

Tussen neus en lippen door liet de gehaaide Binnenhof-watcher zich ontvallen: "Er wordt door ambtenaren en bestuurders steeds minder op papier gezet. Steeds minder verslagen. Steeds minder documenten. Er worden non-documenten gemaakt; niet bestaande stukken. Eeuwige concepten. Documenten zonder afzender, zonder datum."

"Als er geen document bestaat, is het niet waar"

Waarom? Om pottenkijkers buiten de deur te houden in de worstfabriek die beleidsontwikkeling heet. Het parlement bijvoorbeeld. Of de pers. Als er geen document bestaat, is het niet waar – dat wil zeggen: bewijs het dan maar. Papier – een papertrail – is lastig voor politici. Als de Tweede Kamer een 'tijdlijn' of 'feitenrelaas' wil over een affaire. Als de journalistiek een kwestie of schandaal probeert te reconstrueren, onder meer via de Wet openbaarheid bestuur (Wob). Stel je voor dat je je moet verantwoorden…

Documenten bestaan niet, zeggen ze dan. Ze zijn 'niet aangetroffen'. Althans 'niet in de digitale bestanden' En als ze er wel zijn, krijg je ze niet. Gisteren nog, een zitting bij de Raad van State. RTL Nieuws procedeert tegen het ministerie van Algemene Zaken om 'geobjectiveerde verslagen' van ministerraden over MH17 openbaar te krijgen. En 'gespreksverslagen' van de premier met onderzoekers van de Universiteit Twente.

"De verkramping bij de macht is ziekelijk en besmettelijk"

De Landsadvocaat betoogde: omdat er al veel openbaar is, hoeft dit niet openbaar gemaakt te worden. De eenheid van regeringsbeleid is in het geding! En: als het wel openbaar wordt, durven ministers in de toekomst hun mond niet open te doen in de ministerraad. Of zal de premier minder durven zeggen tegen onderzoekers.

Ik heb altijd gedacht dat politiek niet voor bange mensen is. Dat bestuurders in een parlementaire democratie verantwoording afleggen, ook als het pijnlijk of lastig is. Maar de verkramping bij de macht is ziekelijk. En besmettelijk, want je ziet het tegenwoordig in ieder dossier terugkeren. MH17. Shell en de Belastingdienst. Steun voor rebellen in Syrië.

"Nog erger is dat dit ambtelijk kennelijk heel gewoon wordt gevonden en politici het gedogen of zelfs stimuleren"

Nog erger dan die angst voor openbaarheid, is het zorgwekkende antwoord van het bestuur: zorgen dat er steeds minder wordt vastgelegd. En nog erger is dat dit ambtelijk kennelijk heel gewoon wordt gevonden en politici het gedogen of zelfs stimuleren.

Vorige week was ik op het ministerie van Algemene Zaken, voor een Wob-procedure over de kosten van het Koninklijk Huis. Het was een prettige ontmoeting, we kregen koffie, en de voorzitter zat elegant voor. Aanleiding voor de Wob was een opmerking van de Algemene Rekenkamer dat de premier beter moet beoordelen én motiveren, waarom sommige kosten van de koning wel of niet in het ‘openbaar belang’ zijn

"Zou de premier echt geen enkel stuk hebben gekregen?"

RTL Nieuws kreeg eerder een aantal documenten, zoals protocollen voor de accountants. Maar voor de premier was er geen enkel document. Niets, zei de betrokken ambtenaar.

"Gaat alles dan mondeling?", vroeg ik. En: ik vroeg me hardop af hoe Mark Rutte dan invulling geeft aan z’n ministeriële verantwoordelijkheid. Als er geen toetsing is aan het openbaar belang, als concrete besluiten of nadere afspraken tussen het ministerie en het Koninklijk Huis niet op papier worden gezet – hoe valt dat dan te controleren? Ik bedoel: recent is de politieke discussie weer opgelaaid over de openstelling van het Kroondomein, de jacht, en het publiek geld dat daarmee gemoeid is. Zou de premier echt geen enkel stuk hebben gekregen?

"Van deze overleggen wordt geen verslag gemaakt"

Afgelopen week was er nog zo'n fraai voorbeeld van documenten die niet bestaan. Recent schreven we over de mogelijke beïnvloeding door toenmalig minister Opstelten (Justitie) tegenover het OM, om strafvervolging in te stellen tegen PVV-leider Geert Wilders, wegens diens 'minder-Marokkanen'-uitspraak, in 2014. 

Het ministerie ontkent dat daarvan sprake is: het OM zou 'zelfstandig' hebben besloten tot de vervolging. Het ministerie meldde vorige week dat als de minister en de hoogste baas van het Openbaar Ministerie elkaar spreken tijdens hun vaste 'regulier overleg', er niets aan het papier wordt toevertrouwd: "Van deze overleggen wordt geen verslag gemaakt."

Wat wel op papier staat, is een glasharde ontkenning van het College van procureurs-generaal dat minister en OM-baas over het proces, of de aangiften tegen Wilders, hebben gesproken. In februari liet het College dit schriftelijk weten aan het Hof, waar het hoger beroep tegen Wilders dient. En welk stukje papier duikt nu op? Een aantekening. Van het OM. Over overleg met de minister, op 2 april 2014: "Wilders – procedure besproken – 1000 aangiften."

Hoe het OM zich hieruit gaat manoeuvreren, zullen we vrijdag zien, als de zaak weer verder gaat bij het Hof.

Ik wil maar zeggen: papier, of de digitale versie, is belangrijk. Het dwingt tot nadere verantwoording.

"Als een overheid een deal sluit met een multinational, hoort dat gevolgd te worden door een beleidsbesluit"

De bestuurspraktijk is een andere, en dat is ronduit zorgelijk: overheidsbesluiten moeten te reconstrueren zijn. De gronden waarop besluiten zijn genomen, de informatie die beschikbaar was, de lobby die heeft plaats gevonden. Het is sowieso een kern van de democratische rechtsstaat: kenbaarheid van overheidswetgeving.

Als een overheid een deal sluit met een multinational, hoort dat gevolgd te worden door een beleidsbesluit – zodat de wet voor iedereen gelijk is. Als een overheid een Wob-verzoek afwijst, hoort dat gepubliceerd te worden – zodat het voor iedereen te vinden is. Als in een formatie memo’s worden gemaakt, horen die niet vergeten te worden, of pas op te duiken als een rechter gaat meekijken. Als de regering vertrouwelijke informatie ter inzage neerlegt bij de Kamer, hoort die niet even later weer weggehaald te worden.

Het niet-documenteren van overleg, het wegmoffelen van beleidsvoorbereiding- en uitvoering is een heilloze weg. Ik hoop – tegen beter weten in – dat Den Haag hier rap een einde aan gaat maken. Nog even, en alles wat toetsbaar en controleerbaar moet zijn is óf geheim, óf bestaat niet. Kafka in Nederland: welkom in de documentloze bananenmonarchie.