Jos Heymans

Jos Heymans

Politiek columnist Jos Heymans over wat hem opvalt in de Haagse en Europese politiek.

Opinie

Butsen en deuken

27 oktober 2018 06:00

Het kabinet was gisteren jarig, maar er viel niets te vieren. Wie terugkijkt op de afgelopen twaalf maanden ziet een kabinet dat gebutst en gedeukt is. Rutte-3 heeft nogal wat krasjes opgelopen. Net als in de autobranche betekent dat een forse waardevermindering, maar dat wil niet zeggen dat de auto er binnenkort mee ophoudt. Ook Rutte-3, hoe beschadigd ook, wekt niet de indruk spoedig te vallen.

Het maakte al geen beste indruk dat VVD, CDA, D66 en ChristenUnie zeven maanden nodig hadden om een regeerakkoord op te stellen. De partijen moesten zich kunnen herkennen in het beleidsstuk voor de komende vier jaar. Dat betekent dus geforceerde warrige teksten waar iedereen het zijne kan uithalen. Een heldere visie op de toekomst ontbreekt. Daar was Mark Rutte toch al geen voorstander van, de andere drie partijen wel.

De saaie Stef Blok bleek met zijn afwijkende visie op integratie allesbehalve saai te zijn.

Dit kabinet is onder een verkeerd gesternte geboren. Het was er bijna niet gekomen door een tussentijds hoog oplopend conflict tussen D66 en ChristenUnie over medisch-ethische onderwerpen. Pas na intern beraad en overleg met de achterban keerde CU-leider Gert Jan Segers terug aan de formatietafel. Die kortstondige pauze maakte indruk en voorkwam een breuk. Maar toen het kabinet na moeizame onderhandelingen alsnog het levenslicht zag, kwam het al snel in moeilijkheden.

Na drie maanden verloor het al een minister; geen kleintje, de vertrouwenspersoon van de premier. Halbe Zijlstra vertrok wegens een overdosis aan fantasie en dat is geen goede eigenschap voor een bewindspersoon op Buitenlandse Zaken. Met de keuze van zijn opvolger had Rutte ook al geen goede hand. De saaie Stef Blok bleek met zijn afwijkende visie op integratie allesbehalve saai te zijn. Hij mocht blijven - twee mislukkingen op Buitenlandse Zaken zou teveel van het goede zijn - maar Blok gaat in zijn politiek leven wel verder als aangeschoten wild. Na dit kabinet horen we nooit meer wat van hem.

Ook Rutte, de primus inter pares, heeft met zijn mislukte afschaffing van de dividendbelasting een forse deuk opgelopen. Dat wordt de rest van deze kabinetsperiode niet vergeten; daar zorgen Jesse Klaver, Lilian Marijnissen en Lodewijk Asscher wel voor. Ze zullen Rutte blijven wegzetten als vriend van het grootkapitaal; de man die zomaar even twee miljard per jaar aan zijn buitenlandse vriendjes wilde weggeven als ze maar hun hoofdkantoor in Nederland vestigen. In een jaar tijd kukelde Rutte in populariteit van de eerste naar de vijftiende (een na laatste) plaats op de lijst van ministers.

Het was eveneens een moeilijk jaar voor Kajsa Ollongren, vicepremier namens D66, maar vooral de minister van Binnenlandse Zaken die het referendum, eens een kroonjuweel van haar partij, moest afschaffen. Ze was zo bang dat dat niet zou lukken, dat ze zelfs een referendum over de afschaffing van het referendum verbood. Daar heeft ze geen vrienden mee gemaakt, zeker niet in haar eigen partij. En tot overmaat van ramp heeft ook nog eens haar steun en toeverlaat, oud-leider Alexander Pechtold, de politiek verlaten.

De coalitiepartijen houden zich gedeisd uit vrees nog meer kiezers te verliezen. De oppositiepartijen houden zich rustig om het voor hen aangename politieke klimaat niet te verstoren.

Voor de vier deelnemende partijen is het kabinet ook nog geen daverend succes te noemen. De coalitie verliest waardering en aanhang sinds de bordesscène van een jaar geleden op paleis Noordeinde. De VVD duikelt van 33 naar 24 zetels en verliest daarmee een kwart van haar aanhang, het CDA zakt van 19 naar 11, D66 van 19 naar 9. Alleen de ChristenUnie (van 5 naar 6) heeft nog geen last van het snel afnemend vertrouwen in Rutte-3. Dat heeft alles te maken met de kiezerswaardering voor vicepremier Carola Schouten, veruit de meest populaire minister van het kabinet.

Het ziet er niet naar uit dat het kabinet, in de tang gehouden door de vier partijen, snel een keerpunt bereikt. VVD, CDA, D66 en ChristenUnie kijken wel uit hun nek uit te steken, een halfjaar voor de Provinciale Statenverkiezingen waarop de samenstelling van de Eerste Kamer berust. De coalitie dreigt de meerderheid in de Senaat te verliezen en zal dan op zoek moeten naar een of meer extra partners om haar plannen te kunnen verwezenlijken. Tot die verkiezingen in maart volgend jaar zal er politiek niet veel gebeuren.

De coalitiepartijen houden zich gedeisd uit vrees nog meer kiezers te verliezen. De oppositiepartijen houden zich rustig om het voor hen aangename politieke klimaat niet te verstoren.