Hans Stegeman

Hans Stegeman

@hanswstegeman

Hans Stegeman is econoom en werkt bij Triodos Investment Management. 

Opinie

Een vaderlijke blik op de deeltijddiscussie

25 september 2018 05:15

McKinsey gooide vorige week de discussie nog maar weer eens open: als vrouwen nu eens meer gaan werken, levert dat Nederland honderd miljard euro op. Pats!, op de voorpagina van Het Financieele Dagblad. Want vrouwen werken in Nederland in vergelijking met andere landen heel veel in deeltijd. Dat is on(der)benut menselijk kapitaal en dat is zonde.

De Nederlandse instituties zijn inderdaad vooral gericht op het faciliteren van deeltijd werkende vrouwen. Als u schoolgaande kinderen heeft weet u er alles van. Vanuit economisch perspectief moge het een logische redenering zijn, dat vrouwen ook voltijds zouden moeten gaan werken, maar ik vind 'm nogal eenzijdig.

Aan de ene kant mogen we best trots zijn op een land waar zoveel welvaart is omgezet in vrije tijd. Anderzijds mis ik wel de blik van de voltijd werkende, gescheiden vader. Ik bijvoorbeeld. Dat ik, ondanks dat ik alles goed voor elkaar heb, mezelf in de avondspits bij een benzinestation terugvindt, wanhopig op zoek naar een zwarte viltstift. Omdat de juf dat in de klasse-app heeft gevraagd.

Wat ik wil zeggen, is dat het volgens mij moet gaan over vrije keuzes maken. Voor zowel mannen als vrouwen, gedurende hun levensloop. En daar moeten we dan onze instituties op inrichten. Dat is welvaart. En niet een sommetje over hoeveel geld we meer kunnen verdienen als alle vrouwen voltijd gaan werken.

De nummer één deeltijdeconomie

Als één land de titel deeltijdeconomie verdient, is het Nederland. Wij zijn, zowel voor mannen als vrouwen, de wereldkampioen deeltijdwerken. By far. Dat is een groot goed. Het betekent namelijk dat wij een van de weinige landen zijn die onze welvaartsstijging de afgelopen decennia niet alleen hebben omgezet in meer inkomen, maar ook in meer vrije tijd. En daarmee een betere balans hebben tussen werk en privé dan mensen in andere landen.

Want naast veel deeltijdwerkers, hebben we ook nog veel mensen die een volledige werkweek hebben van 36 uur. In veel landen noemen ze dat deeltijd. Doordat we in deeltijd werken, zijn we ook zeer productief: we proppen veel werk in die betaalde uren. En hebben minder tijd om bij de koffieautomaat te hangen.

We zijn daarmee het land dat nog het dichtst in de buurt komt van het idee van Keynes  in 1930 toen hij het had over de vijftien-urige werkweek: dat moest volgens hem genoeg zijn om onze behoeften te bevredigen.

Cijfers 2017 Beeld © OECD

Nederlandse vrouwen zijn eigenlijk pas sinds de jaren negentig, dus heel erg laat in internationaal perspectief, voluit gaan participeren op de arbeidsmarkt. Door ons deeltijdmodel kon dat toen opeens heel snel, maar wel sterk geconcentreerd in bepaalde sectoren, zoals overheid, zorg en dienstverlening. En dus in deeltijd. Daardoor hoefden namelijk andere instituties, zoals schooltijden, de verdeling van zorgtaken et cetera niet te worden aangepast.

En daar komen we meteen bij de beperkingen van dit model voor sommige vrouwen: het glazen plafond is hardnekkiger dan in andere landen. Immers, een topbaan doe je niet in deeltijd. En een voltijd werkende moeder is nog lang niet altijd geaccepteerd.

De voltijd werkende vader

Uit eigen ervaring weet ik hoe dat is. Krijg je midden in een vergadering de vraag via de klasse-app of mijn zoon morgen eierdozen mee kan nemen om te knutselen. Nee dus. Net weggegooid. Of mijn dochter morgen een zwarte stift mee kan nemen. Iedereen met kinderen weet dat zwarte stiften altijd als eerste op zijn. En ik ben niet thuis voordat de winkel sluit. Of er is opeens een studiedag, of een kind is ziek.

Ik prijs mezelf gelukkig dat ik toch full-time kan werken en co-ouderschap heb. Met hulp van een lieve oppas die er bijna altijd kan zijn, een werkgever die mij de vrijheid geeft om zelf werk-privé in te richten en kinderen die gezond zijn.

De discussie over deeltijdwerk gaat dus wat mij betreft niet over in deeltijd werkende vrouwen. Het gaat over instituties die in Nederland eenzijdig zijn ingericht. En dan ben ik het helemaal eens met McKinsey: het zou normaal moeten zijn, of in ieder geval betaalbaar, dat kinderen hele dagen op school en opvang zitten, zodat ouders kunnen werken. Het zou prettig zijn als scholen rekening zouden kunnen houden met werkende ouders. En bij voorkeur niet een dag tevoren over stiften beginnen.

Maar laten we alsjeblieft niet aankomen met dat vrouwen allemaal meer zouden moeten werken. Of mannen minder. Laten we het zo inrichten dat eenieder zelf de juiste balans tussen werk en privé kan kiezen die bij zijn of haar situatie past.