Hans Stegeman

Hans Stegeman

@hanswstegeman

Hans Stegeman is econoom en werkt bij Triodos Investment Management. 

Opinie

Tijd voor de grote verbouwing

11 september 2018 05:08

Oke, tien jaar na de grote financiële crisis doe ik ook nog eens een duit in het zakje.

En ja, ik sluit me aan bij de colonne die roept dat er eigenlijk niets veranderd is in de economie. Dat het recept dat we hebben gebruikt om uit de crisis te geraken nu net de oorzaak van diezelfde crisis was: lage rente, hoge schulden en veel laagproductieve investeringen. De hele structuur van de economie, met alle weeffouten, is volledig in tact gebleven. U hoeft geen helderziende of cynicus te zijn om te weten wat er op ons afkomt: een volgende crisis.

Ondanks deze constatering heb ik deze keer ook een bemoedigende boodschap: we hoeven niet lankmoedig zitten af te wachten tot ons systeem echt vastloopt. We hebben namelijk wel vaker een grondige verbouwing van de economie ter hand genomen. Nu is het juiste moment voor opnieuw een grondige verbouwing: een transitie naar een duurzame, inclusieve economie.

Maar dan moeten we wel durven. En heel veel geld meenemen.

Verbouwingen uit het verleden

We hebben in het verleden onze economie vaker met succes verbouwd. Denk bijvoorbeeld aan de omschakeling van een agrarische naar een industriële samenleving.

Tussen 1910 en 1930 daalde de werkgelegenheid in de agrarische sector van 30 naar 20 procent in Nederland, terwijl die in de industrie hard steeg.

Een volgende golf, tussen 1970 en 1990, laat exact eenzelfde daling (van 30 naar 20 procent) van het aandeel van de industriële werkgelegenheid zien ten faveure van de dienstverlening. Deze ontwikkeling viel overigens voor een deel samen met een flinke toename van de arbeidsproductiviteit.

Niet geheel verrassend ontstonden vlak na die ontwikkelingen grote economische problemen en hoge werkloosheid. Mensen die hun baan verloren in sectoren waar ze decennialang hadden gewerkt moesten ergens anders een baan vinden.

Men zocht de oplossing hiervoor in een een radicale koersverandering. Na de crisis in de jaren dertig volgde een wereldoorlog die uiteindelijk leidde tot modernisering van het economische systeem. De transitie in de jaren tachtig kreeg vooral gestalte door meer marktwerking, verdergaande globalisering en de transformatie van Nederland in een dienstverlener in de internationale economie.

Die verbouwingen hadden zeker effect: de samenleving groeide en bloeide weer. Voor een tijdje.

Ongewenste neveneffecten

Maar op een gegeven moment gaat een model aan zijn eigen succes ten onder. De ongewenste bijeffecten van de vorige verbouwing bepalen nu onze agenda.

Doorgeslagen marktwerking op tal van terreinen leidt tot verschraling van publieke voorzieningen en marktpartijen die - vaak tegen te hoge salarissen - het werk slechter blijken te doen dan voorheen de ambtenaren in publieke dienst.

Nederland als radertje in de internationale economie blijkt toch wel erg gevoelig te zijn voor de internationale conjunctuur en die grote bedrijven, die ook de politieke agenda sterk kunnen beïnvloeden. De lucht is maar zeer beperkt uit de opgeblazen financiële sector gelaten: Too big too fail is nog steeds te groot om om te vallen.

En, ten slotte, die enorm toegenomen welvaart heeft wel voor een gigantische belasting van onze leefomgeving gezorgd, van broeikasgas tot fijnstof. Daar komt nog bij dat we die welvaart lang niet altijd eerlijk weten te verdelen in Nederland.

Navelstaren en schoorsteenbeleid

Tot dusver doen we hier weinig fundamenteels aan. De overheid huldigt nog steeds het standpunt dat ze de randvoorwaarden voor de vrije marktwerking moet bepalen.

Economische groei, de oplossing van twee crises geleden, is en blijft de heilige graal. Schuldgedreven groei is blijkbaar beter dan helemaal geen groei. Precies het recept dat ons de grootste crisis in de afgelopen tachtig jaar heeft gebracht.

En als er dan al eens een groot plan wordt gelanceerd, behelst het vaak niet meer dan symptoombestrijding.

Neem bijvoorbeeld het veranderen van onze energiehuishouding: we kijken alleen hoeveel er broeikasgas er uit de schoorsteen komt en hoe we dat kunnen verminderen. Schoorsteenbeleid als symptoombestrijding: niet meer dan een recept om alles in stand te houden.

En dan zijn we verbaasd dat mensen het wenkend perspectief missen.

Het kan wél

En nee, nu niet cynisch worden over politici die hier en elders de belangen van het grootkapitaal dienen. Wij kiezen die politici.

Het is allemaal niet zo heel ingewikkeld is. We hebben een nieuw energiesysteem nodig. Of het nu waterstof is, geothermie, wind, zon, het vergt allemaal grote investeringen. Het gaat om wereldwijd 460 miljard extra in 2030.

Dan moet niet de vraag zijn hoe we minder uit de schoorsteen kunnen laten komen, dan moet de vraag zijn hoe we onze economie zo kunnen inrichten dat die toekomstbestendig, vitaal en gezond is.

Dat betekent: radicale keuzes maken. Zo snel mogelijk geen kolen meer. Minder olie. En het betekent afscheid nemen van hele industrieën. En tegelijkertijd fors investeren, in energie-efficiëntie, maar bijvoorbeeld ook in nieuwe technologieën, van data-technologie tot het en ontwerpen en ontwikkelen van hernieuwbare en afbreekbare materialen.

Dus met heel veel geld als overheid durven kiezen dingen wél te doen. Dan krijg je een oplossing waar je weer decennialang mee vooruit kan. Dat kan een overheid doen als wij dat willen.

Natuurlijk kunnen we wachten tot het mis gaat en dan een zondebok zoeken: politici, de banken, het grootkapitaal. Maar we zijn er toch echt zelf bij.

Misschien is de gevoelde nood niet hoog genoeg?