Opinie

Weg uit de crisis: welk scenario kost wat?

06 mei 2020 06:11

Een winkelstraat in Arnhem. Beeld © ANP Foto

Hoe snel wij herstellen uit de coronacrisis zal bepalend zijn voor de economische schade. Bij een V-vormig herstel ligt het verlies gemiddeld op 2.000 euro voor iedere Nederlander, maar bij een U-vormig herstel hebben we het al over het dubbele, zo concludeert Rabobank-econoom Hugo Erken in deze gastcolumn.

Het herstel uit een recessie wordt vaak aangegeven met een letter die de vorm beschrijft: V voor een snel herstel, U voor een traag herstel en L voor nauwelijks een herstel. In onze economische voorspellingen gaan we momenteel uit van een V-vormig herstel van de Nederlandse economie na de coronacrisis (groene lijn in figuur 1). Zo’n V-vormig herstel is mogelijk wanneer de lockdown-maatregelen het virus succesvol laten uitdoven, het in 2021 niet opnieuw de kop opsteekt en de structuur van de economie relatief ongeschonden de lockdown-periode overleeft.

 

Of krijgen we een U of zelfs L-vorm…

Maar er zijn overduidelijk risico’s dat het slechter uitpakt. Het coronavirus zorgt voor een complexe wisselwerking tussen vraag- en aanbodschokken. Het is mogelijk dat de aanbodzijde van de economie door een grootschalige faillissementsgolf gedurende langere tijd niet terugkeert naar het niveau van voor de coronacrisis, zeker wanneer bepaalde activiteiten aan beperkingen onderworpen blijven.

Een recente studie concludeert dat zelfs als het virus is bestreden, er tot in 2024 beperkende maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat het virus na verloop van tijd weer de kop opsteekt. Dat zou betekenen dat we nog jaren vastzitten aan de anderhalvemetereconomie. Het verlies van banen en inkomens door huishoudens en lagere investeringen door bedrijven na de lockdowns zullen aan de vraagkant het herstel waarschijnlijk langer laten duren. Een V-vormig herstel lijkt onder dit soort condities nauwelijks mogelijk en een U (oranje lijn in figuur 1) ligt meer voor de hand. Als langere of nieuwe lockdowns nodig zijn, dan zouden we zelfs terecht kunnen komen in de beruchte L-vorm (rode lijn in figuur 1).

…en een lagere structurele groei?

Ook sluiten we niet uit dat het coronavirus de structurele groei na 2021 zal aantasten. De structurele groei bepaalt hoe snel de productiecapaciteit van een economie kan toenemen. In onze berekeningen daalt deze, zelfs na een V-vormig herstel, van jaarlijks 1,3 naar 1,1 procent.

Dit komt ten eerste doordat we verwachten dat een deel van de werklozen (vooral jongeren en ouderen) zich door de verslechterde kansen op het vinden van een baan permanent terugtrekt van de arbeidsmarkt. Dit zogenoemde ontmoedigingseffect is hardnekkig en zorgt ervoor dat de arbeidsparticipatie soms meer dan een decennium op een lager niveau blijft dan vóór de crisis.

Ten tweede zullen investeringen langdurig op een lager peil komen te liggen door een hogere risico-aversie.

Ten derde kan de arbeidsproductiviteitsgroei een tik krijgen, bijvoorbeeld wanneer de crisis leidt tot een versnelde de-globalisering van bedrijfsactiviteiten of meer protectionisme. En hoewel we momenteel veel innovatieve en digitale toepassingen zien in veel sectoren, zoals het onderwijs of de horeca, kun je je afvragen of deze in de toekomst écht leiden tot significante stijging van de productiviteit.

Onze verwachting is juist dat bedrijven door de crisis en cashflowproblemen hun research & development-budgetten zullen moeten verlagen. Dit gaat ten koste van het vermogen te innoveren.

De prijs van de coronacrisis

Uiteindelijk kunnen we de economische prijs van de coronacrisis bepalen door het welvaartsniveau in 2030 te vergelijken met de denkbeeldige situatie zonder coronapandemie (zie figuur 1). Afhankelijk van de exit uit de crisis komt in onze berekeningen het bbp per hoofd op lange termijn uit op tussen de ruwweg 45.000 en 47.000 euro. Terwijl dat bijna 50.000 euro had kunnen zijn.

En hierbij gaan we ervan uit dat de huidige lockdown beperkt blijft tot en met mei. Bij een onvoorziene verlenging van de lockdown met nog eens drie maanden - wat we uiteraard zien als risicoscenario - zou het welvaartsniveau niet veel hoger uitkomen dan 40.000 euro.

Dat is zelfs lager dan het niveau vlak voor de grote financiële crisis in 2009. Dit zou wel pijnlijk duidelijk maken wat een L-vormig herstel eigenlijk is. Namelijk helemaal geen herstel maar gewoon achteruitgang.