Opinie

Dilemma: alle landen willen iets anders van de EU

Ester Barendregt • 05 juni 2019 06:20

Beeld © AFP

Geen Nexit, Frexit of Italexit. De verkiezingsuitslag laat zien dat Europese burgers helemaal niet zo eurosceptisch zijn als het soms lijkt. Ze willen vooral dat de Unie problemen oplost. Maar welke? Daar is dan weer geen consensus over, schrijft Ester Barendregt, hoofd RaboResearch.

In menig Nederlandse huiskamer stond de tv de laatste weken afgesteld op 'Europa'. De Champions League, het Eurovisie Songfestival en tenslotte de verkiezingen voor het Europees Parlement: het was elke keer spannend wie er zou winnen.

De campagne voor de Europese Parlementsverkiezingen leek soms meer op een voetbalwedstrijd - in dit geval een confrontatie tussen voor- en tegenstanders van Europa - dan op een Songfestival waarin alle smaken aan hun trekken komen. De verkiezingsuitslag suggereert daarentegen dat kiezers niet zozeer verdeeld zijn over de vraag of er meer of minder Europa nodig is, maar over de vraag welke problemen Europa moet oplossen.

Laten we eens inzoomen op de verkiezingsuitslag. Peilingen voorspelden stevige winst voor eurosceptische partijen. En veel van hen behaalden inderdaad winst, maar minder ten koste van het politieke midden dan verwacht.

In Nederland bijvoorbeeld won Baudet met zijn pleidooi tegen de EU, maar verloren de rechts-eurosceptische PVV en de links-eurosceptische SP. En enerzijds verloren de heersende partijen in het Europees Parlement -  Christen-Democraten en Sociaal-Democraten - hun gezamenlijke meerderheid; anderzijds wonnen (overwegend pro-Europese) Liberalen en Groenen terrein.

Het Verenigd Koninkrijk buiten beschouwing latend, reflecteert de uitkomst van de Europese verkiezingen dus niet een keuze vóór of tegen Europa. Burgers kijken op meer genuanceerde wijze naar Europa dan de toon van het politieke debat vaak suggereert. Dat beeld komt ook naar voren uit enquêtes onder de bevolking van de Europese lidstaten, die de Europese Commissie al jaren uitvoert. 

Wat blijkt? Het vertrouwen in de EU vertoont sinds het dieptepunt in 2013 een stijgende lijn. In landen als Duitsland en Nederland is dat vertrouwen hoog, en in landen als Frankrijk en Italië weliswaar laag, maar nog altijd hoger dan het vertrouwen in de eigen regering. Ook de steun voor deelname aan de euro is groot.

En burgers weten heel goed wat zij als belangrijkste prioriteiten zien voor de EU. Respondenten van Letland tot Spanje en van Denemarken tot Roemenië noemen immigratie het vaakst als belangrijkste kwestie voor de EU.

Welke kwesties het op één na vaakst en op twee na vaakst  worden genoemd, verschilt dan weer sterk per land. In Nederland en Duitsland zijn dat: de staat van de overheidsfinanciën van lidstaten en klimaatverandering. Met die kennis is het niet verrassend dat groene partijen in deze landen terrein wonnen in de verkiezingen voor het Europees Parlement.

Italianen daarentegen noemen werkloosheid en de economische situatie als tweede en derde prioriteit. Niet zo vreemd, gezien de nog altijd hoge werkloosheid in Italië en de al jaren teleurstellende economische groei. In dat licht speelt Salvini, de grote winnaar van de Europese Parlementsverkiezingen in Italië, niet alleen de anti-EU-kaart maar appelleert hij ook aan het gevoel van burgers dat economische ‘schoktherapie’ nodig is.

Die plannen staan dan weer wel op gespannen voet met de zorgen bij Nederlanders en Duitsers over de staat van de overheidsfinanciën van Europese lidstaten.

Het Europese Parlement is na de verkiezingen nóg veelkleuriger dan voorheen. Kritische burgers uit alle lidstaten vragen oplossingen van de EU, maar deels voor verschillende problemen.

Binnenkort beginnen het Europees Parlement en de Europese Commissie aan hun nieuwe zittingsperiodes. Zij zullen er nog een hele kluif aan hebben om een agenda op te stellen die tegemoet komt aan de soms tegenstrijdige prioriteiten van Europese stemmers.

Maar er is hoop. Want op de Eurobarometer-stellingWat Europese burgers samenbrengt, is belangrijker dan wat hen scheidt’, koos recent 80 procent van de respondenten ‘eens’. En afgaand op de broederlijke sfeer bij het Eurovisie Songfestival, is dat representatief.