Opinie

'Nederland doet aan polderracisme'

02 november 2018 06:08

Beeld ©

Anders dan andere landen kiest Nederland er keer op keer voor om het moreel verkeerde te doen. Dat deden we ten tijde van de afschaffing van de slavernij. En nu opnieuw bij de discussie over Zwarte Piet, vinden sociaal ondernemers Cemil Yilmaz en Dionne Abdoelhafiezkhan.

In Nederland heerst er een gedachte dat er geen sprake is van geïnstitutionaliseerd racisme. Wie de suggestie wekt dat dit wel het geval is, kan rekenen op een hoop onbegrip.

De ontkenning is hardnekkig, bemoeilijkt de bestrijding en komt vooral voort uit een gebrek aan historisch besef.

Feitelijk vastgesteld

Hoewel het VN-comité tegen rassendiscriminatie, de Kinderombudsman, het College voor de Rechten van de Mens en Amnesty International vaststelden dat Zwarte Piet in zijn huidige vorm in strijd is met het VN-Kinderrechtenverdrag, zien wij in Nederland al jarenlang vooral wanhoopspogingen om maar niet de Zwarte Pieten, een erfenis vanuit ons koloniaal en slavernijverleden, in zijn totaliteit uit te bannen.

Liever kiezen wij ervoor om Zwarte Piet langzaam aan te passen. Associaties met raskenmerken en een klassiek negatief stereotype van mensen met een donkere huidskleur kunnen zo nog elk jaar gemaakt worden. Je zou het polderracisme kunnen noemen.

Historisch besef

Juist wij Nederlanders zouden, op basis van het Nederlands slavernijverleden, ervan doordrongen moeten zijn dat, ondanks het feit dat tradities diepgeworteld kunnen zijn, discriminatie nooit en te nimmer gerechtvaardigd mag worden.

Niets is echter minder waar, want vandaag de dag, 168 jaar na de introductie van Zwarte Piet en 155 jaar na de afschaffing van slavernij, is er nog altijd een maatschappelijke discussie in Nederland gaande over racisme, discriminatie en de (on)zichtbare gevolgen van het koloniaal- en slavernijverleden.

Lucratief

Andere landen zijn keer op keer eerder tot inzicht gekomen dan wij. De 19e eeuw was de eeuw waarin er langzaam een verandering in het koloniaal denken kwam. Tijdens het Congres van Wenen in 1814 spraken de Britten en Russen hun morele bezwaren uit tegen de (inter)nationale slavenhandel.

Het bleef bij plechtige verklaringen waarin de slavenhandel weerzinwekkend en immoreel genoemd werd en dat de handel in tot slaaf gemaakten uitgeroeid moest worden. In de decennia erna werd het debat rondom slavernij heviger en de druk om het af te schaffen groter.

Waar de Britten slavernij in 1833 afschaften, bleef het vanuit Nederland echter opvallend stil. Slavernij was namelijk te lucratief en door de eeuwen heen een niet weg te denken onderdeel geworden van ons identiteit, traditie en cultuur.

Compensatiegeld

Hoewel Nederland zich verzette tegen een (inter)nationaal verbod op slavernij en handel in tot slaafgemaakten, werd het debat en de druk hierover groter en groter in de decennia erna. Nederland trok zich echter decennialang weinig tot niks aan van de (inter)nationale kritiek en druk.

Tot uiteindelijk op 1 juli 1863, dertig jaar na de Britten, 21 kanonschoten klonken in Paramaribo en de tot slaaf gemaakten ‘vrije’ mensen werden.

Saillant detail is dat de Nederlandse regering slavenhouders nog wel even tegemoet wilde komen. De overheid betaalde slavenhouders een schadevergoeding per tot slaaf gemaakte ter compensatie voor het verloren 'eigendom'.

Het gevolg hiervan was dat slavenhouders vlak voor de afschaffing extra jacht maakten op weglopers om zo veel mogelijk compensatiegeld op te strijken. Ook moesten de voormalige tot slaaf gemaakten wettelijk verplicht nog ten minste tien jaar zwaar onderbetaalde dwangarbeid op de plantages verrichten.

Sociaal-cultureel erfzonde

De maatschappelijke discussie rondom de afschaffing van (inter)nationale slavernij en handel in tot slaafgemaakten inspireerde velen, waaronder Multatuli die in 1859 met zijn historische boek Max Havelaar kwam. Multatuli was niet de enige.

Ook de onderwijzer, dichter, auteur en humorist Jan Schenkman raakte geïnspireerd. Alleen niet op een positieve manier. Schenkman vertaalde in 1850 de maatschappelijke discussie over slavernij en de handel in tot slaafgemaakten in een prentenboek over 'Sint Nikolaas en zijn knecht'.

In zijn prentenboek verwerkte hij niet alleen de al bestaande elementen als het paard, het rijden over de daken, cadeaus óf de roe via de schoorsteen en Sinterklaas zijn komst uit Spanje.

Ook verwerkte hij nieuwe elementen: de stoomboot (slavenschip) waarmee Sint-Nicolaas in Nederland aankomt en de zwarte pages (zwarte kinderen die tot slaaf waren gemaakt gekleed in kleurrijk klederdracht) als hulpje van Sinterklaas.

Het gevolg van dit prentenboek was dat eind 19e eeuw Zwarte Piet(er) diepgeworteld was in onze traditie, en een onderdeel geworden was van ons historisch en sociaal-cultureel erfgoed, of liever gezegd erfzonde.

NTR

De erfzonde van Zwarte Piet leidt in Nederland anno 2018 nog altijd tot polderracisme. Nederland trekt wederom, net als in de 19e eeuw, zich weinig tot niks aan van de (inter)nationale kritiek op de wijze hoe Nederland omgaat met haar moreel ethische kwesties.

Zelfs bij de publieke omroep. De NTR kiest er bewust voor om het racistisch karikatuur Zwarte Piet te gedogen, omdat het anders te veel pijn doet voor een deel van de Nederlanders. Hiermee kiest NTR er bewust voor om moreel het verkeerde te doen.

Het doet ons denken aan 1863, toen Nederland er ook bewust voor koos om moreel het verkeerde te doen en slavenhouders financieel compenseerde om zo 'iedereen' toch nog een beetje tevreden te houden.

Cemil Yilmaz en Dionne Abdoelhafiezkhan werken allebei bij sociaal innovatiebureau IZI Solutions. Cemil Yilmaz is ook actief bij de Haagse gemeenteraadsfractie van Nida. 

Bron • RTL Z