We zien dat je waarschijnlijk onze advertenties blokkeert. RTLZ.nl heeft de inkomsten uit advertenties nodig om goede, onafhankelijke verhalen te blijven maken. Ook kan het zijn dat door het gebruik van een adblocker bepaalde functies op de website niet goed werken. Maak je een uitzondering voor onze pagina's? Voor meer informatie, klik hier.
Personal finance

De sociale vlaktaks: betalen we straks allemaal hetzelfde belastingtarief?

Mathijs Bouman • 06 september 2017 21:00 @mathijsbouman

play 13 min

Lek uit de formatie: het nieuwe kabinet zou overwegen om de belastingen grondig te hervormen. Komt de CDA-droom van een 'sociale vlaktaks' echt uit? En zo ja, wat verandert er dan precies?

Hervormen van de arbeidsmarkt gaat moeilijk worden voor het nieuwe kabinet. De polderbaronnen van FNV, CNV en VNO-NCW hebben er geen zin in. Pensioenhervorming lijkt daardoor ook ver weg, want daar zijn dezelfde sociale partners voor nodig.

Blijft er voor de formerende partijen nog maar een sociaaleconomische hervorming over: die van het belastingstelsel. En als we de berichten mogen geloven, zit in die hervorming zelf wel schot. Men zou zelfs serieus overwegen om een 'sociale vlaktaks' in te voeren.

Dit idee komt uit de koker van het CDA. De directeur van het wetenschappelijk bureau van die partij, Raymond Gradus, pleit er al jaren voor, samen met economen als Roel Beetsma, Lans Bovenberg en Sylvester Eijffinger.

Maar wat is een sociale vlaktaks precies, en hoe wijkt het af van ons huidige stelsel? Hieronder uitleg in vier grafieken.

1. Sociale vlaktaks is niet vlak

What's in a name? Wie denkt dat de sociale vlaktaks maar één tarief heeft, vergist zich. Het zijn er twee. Er is een vast tarief voor alle lage en middeninkomens, maar een extra opslag voor hoge inkomens. Dat is het 'sociale' element in de sociale vlaktaks.

Over welke percentages de formatiepartijen spreken, weten we natuurlijk niet. Maar in de stukken van het CDA ging het eerder om een vast tarief van pakweg 35 procent.

Voor inkomens van boven de 75.000 euro zou daar dan nog een toptarief van 10 procentpunt bovenop komen. Het zou dus kunnen gaan om een stelsel met twee belastingschijven: een van 35 procent en een van 45 procent.

Dat is maar iets minder dan het huidige stelsel, waarin op papier vier, maar in de praktijk voor werkenden slechts drie schijven zijn. De tweede en derde schijf verschillen alleen voor mensen in de AOW.

De twee vlaktakstarieven zouden wel beduidend lager komen te liggen dan de huidige drie progressieve tarieven. Tenminste, als er – zoals in de CDA-plannen – flink wordt gesneden in toeslagen en aftrekposten. Alleen dan blijft er geld over voor tariefsverlaging.

2. Vlaktaks betekent: minder hypotheekrenteaftrek

De sociale vlaktaks kent twee tarieven als het om belastinginning gaat. Maar slechts één als de belastingbetaler kosten wil aftrekken. Dat pakt nadelig uit voor 'rijke' huiseigenaren die hypotheekrente willen aftrekken.

Wie meer dan 75.000 euro verdient en dus in het 45 procent tarief valt, mag hypotheekrente toch slechts tegen 35 procent aftrekken. Dan is vlaktaks dus wel een echte vlaktaks.

Ook het huidige beleid kent zo'n asymmetrie tussen belastinginning en aftrek. Wie 52 procent over de laatst verdiende euro betaalt, ziet het tarief waartegen hypotheekrente mag worden afgetrokken sinds 2015 jaarlijks met 0,5 procentpunt dalen.

Dit gaat door totdat in 2041 de 38 procent is bereikt. Dat lijkt al aardig op het tarief waartegen bij de sociale vlaktaks zou mogen worden afgetrokken.

3. We hebben al een soort vlaktaks

Ook nu ondervinden veel Nederlanders in de praktijk min of meer dezelfde marginale belastingdruk. Dat blijkt uit berekening van het Centraal Planbureau.

"Hoeveel houdt een Nederlandse belastingbetaler over als hij of zij een euro extra verdient?", vroegen de economen van het CPB. Het antwoord: inkomens boven 20.000 euro per jaar vaak minder dan de helft.

Bij lage inkomens komt dit doordat toeslagen wegvallen als het inkomen stijgt, ook wel de armoedeval genoemd. Bij hoge inkomens komt dit door de hoge belastingtarieven gecombineerd met een forse pensioenpremie voor werkenden. In die zin zou de sociale vlaktaks niet zo'n revolutionaire verandering zijn

4. Origineel is het ook niet echt

Er zijn in de Europese Unie al een flink aantal landen met een echte vlaktaks. Ze zitten allemaal in het oosten van Europa.

In de Baltische staten wordt er slechts één tarief gehanteerd: 20 procent in Estland en Litouwen. In Letland is het tarief 23 procent. In Roemenië betaalt iedereen 16 procent en in Hongarije 15 procent. In Bulgarije is de de vlaktakst het laagst: 10 procent.

En nee, helaas wordt over dergelijke percentages in Den Haag helemaal niet gesproken.

Bron • RTL Z / Mathijs Bouman

Gerelateerde artikelen