Personal finance

De 9 belastingtips voor ZZP'ers

15 maart 2016 21:11

Beeld ©

Op verzoek van Money Talks heeft fiscalist Ingrid Allemekinders van EY een achtergrondverhaal geschreven dat alle zelfstandige ondernemers eigenlijk allemaal moeten lezen over de belastingen. Deze 9 tips geven je houvast bij de aangifte voor de belastingen.

De inkomsten van een ZZP’er (Zelfstandige Zonder Personeel) dienen aangegeven te worden in box 1 van de belastingaangifte. De vraag is hoe deze inkomsten moeten worden aangemerkt: als winst uit onderneming, als loon of als resultaat overige werkzaamheden. Dit is afhankelijk van de feiten en omstandigheden.

De volgende tips zijn voornamelijk gericht op de ZZP’er waarvan de inkomsten als winst uit onderneming worden aangemerkt. Indien de inkomsten als loon of als resultaat overige werkzaamheden worden aangemerkt, profiteert u niet van diverse fiscale voordelen.

1) Zorg dat u ondernemer bent voor de inkomstenbelasting

Bent u een ZZP’er? Zorg ervoor dat u als ondernemer voor de inkomstenbelasting wordt aangemerkt. Een ondernemerschap kan namelijk veel fiscale voordelen opleveren.

De Belastingdienst hanteert bij het beoordelen van het ondernemer-zijn de volgende criteria:

  • “Maakt u winst? Zo ja, hoeveel? Als u alleen een heel kleine winst hebt of structureel verlies lijdt, is het niet aannemelijk dat u winst gaat maken. Er is dan geen sprake van een onderneming.
  • Hoe zelfstandig is uw onderneming? Als anderen bepalen hoe u uw onderneming moet inrichten en hoe u uw werkzaamheden uitvoert, ontbreekt de zelfstandigheid en is er meestal geen sprake van een onderneming.
  • Beschikt u over kapitaal (in de vorm van geld)? Kapitaal is voor veel ondernemingen noodzakelijk. U moet investeren in bijvoorbeeld reclame, inhuur van mensen en verzekeringen. Voldoende kapitaal om een onderneming te starten en enige tijd draaiende te houden, wijst erop dat u mogelijk een onderneming hebt.​
     
  • Hoeveel tijd steekt u in uw werkzaamheden? Als u erg veel tijd aan een activiteit besteedt zonder dat dat rendement oplevert, is er meestal geen sprake van een onderneming. U moet daarentegen wel voldoende tijd aan uw werkzaamheden besteden om deze rendabel te maken.
     
  • Wie zijn uw opdrachtgevers? U streeft ernaar meerdere opdrachtgevers te hebben, onder andere om betalings- en continuïteitsrisico's te verminderen. Wanneer u meerdere opdrachtgevers hebt, neemt uw afhankelijkheid van een of enkele opdrachtgevers af en neemt uw zelfstandigheid toe.
     
  • Hoe maakt u uw onderneming bekend naar buiten? U bent voor uw bestaan afhankelijk van opdrachtgevers. Om ondernemer te zijn, moet u zich voldoende kenbaar maken, bijvoorbeeld door reclame, een internetsite, een uithangbord of eigen briefpapier.
  • Loopt u 'ondernemersrisico'? Bestaat er een kans dat uw opdrachtgevers niet betalen? Gebruikt u uw goede naam voor de uitoefening van uw werkzaamheden? Bent u afhankelijk van de vraag naar en het aanbod van uw producten en diensten? Loopt u 'ondernemersrisico', dan hebt u waarschijnlijk een onderneming.
     
  • Bent u aansprakelijk voor de schulden van uw onderneming? Als u aansprakelijk bent voor de schulden van uw onderneming, dan bent u mogelijk ondernemer.”

2) Houd een urenregistratie bij van de werkzaamheden

Een ondernemer kan in aanmerking komen voor de zelfstandigenaftrek. Hiervoor dient de ondernemer in een kalenderjaar minstens 1.225 uren aan werkzaamheden te verrichten  voor zijn onderneming. Dit levert een aftrek op van € 7.280 (bedrag 2015) welke in mindering wordt gebracht op de winst (bij AOW-leeftijd 50%: € 3.640). De zelfstandigenaftrek kan nooit hoger zijn dan de fiscale winst. Voorbeeld: indien de fiscale winst € 5.575 bedraagt, dan is de maximale zelfstandigenaftrek € 5.575. Het bedrag aan zelfstandigenaftrek dat niet is verrekend omdat de fiscale winst te laag is, kan onder voorwaarden worden opgeteld bij de zelfstandigenaftrek van de volgende negen jaren. U moet dan voldoen aan het urencriterium en de fiscale winst moet hoger zijn dan de zelfstandigenaftrek. Houd de uren voor uw onderneming dus goed bij!

3) Andere voordelen als ondernemer

a. MKB-winstvrijstelling
Een ondernemer komt in aanmerking voor de MKB-winstvrijstelling, ook als er niet is voldaan aan het urencriterium. Dit is een vrijstelling van 14% van de winst na aftrek van de ondernemersaftrek. Let wel op dat de MKB-winstvrijstelling een fiscaal verlies verkleint.

b. Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
Een ondernemer heeft bedrijfsmiddelen nodig. Voor deze investeringen kan de ondernemer/ZZP’er profiteren van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, mits het totaal van de investeringen meer is dan € 2.300 en minder is dan € 309.693. U kunt de  kleinschaligheidsinvesteringsaftrek alleen toepassen in het jaar van aanschaf van het bedrijfsmiddel. Mocht u aan het einde van het kalenderjaar overwegen om te investeren, dan is het aan te bevelen om te beoordelen of het voordeliger is het investeren uit te stellen tot het nieuwe kalenderjaar. Als u in 2015 meer dan € 2.300 heeft geïnvesteerd dan kunt u van deze regeling profiteren!

c. Energie-investeringsaftrek
Voor energie-investeringen van minimaal € 2.500 komt u in aanmerking voor de energie-investeringsaftrek van 41,5% van de investering. Elke ondernemer mag per jaar maximaal € 119.000.000 aan energie-investeringen aangeven voor deze aftrek. Voor het jaar 2016 is de aftrek 58% en is het maximum verhoogd naar € 120.000.000. Vergeet niet om de energie-investeringen op tijd te melden.

d. Milieu-investeringsaftrek
Voor milieu-investeringen van minimaal € 2.500 komt u in aanmerking voor de milieu-investeringsaftrek. De hoogte van de aftrek is afhankelijk van de categorie waarin de investering is ingedeeld. De aftrek is dan 13,5%, 27% of 36%. Voor de milieu-investeringsaftrek is er geen maximumbedrag aan investeringen per jaar vastgesteld. Vergeet ook niet de milieu-investeringen tijdig te melden.

e. Willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL)
Naast de milieu-investeringsaftrek kan er op deze milieu-investeringen tot 75% willekeurig worden afgeschreven. Door willekeurig af te schrijven is de afschrijving in het eerste jaar hoger (75% van de totale investering), waardoor de fiscale winst lager wordt. Hierdoor is het bedrag aan te betalen belasting lager. Dit betekent wel dat in andere jaren de afschrijvingskosten lager zijn, maar met de VAMIL heeft u enigszins invloed op de fiscale winsten om deze fiscale faciliteit optimaal te benutten.

f. Fiscale Oudedagsreserve (FOR)
Als u aan het urencriterium voldoet en de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, kunt u in de aangifte kiezen om een deel van de jaarwinst toe te voegen aan de Fiscale Oudedagsreserve. Dit houdt in dat er een bedrag van de fiscale winst in aftrek wordt gebracht. De toevoeging aan de oudedagsreserve is voor 2015 9,8% van de winst en de aftrek kan oplopen tot maximaal  € 8.631. Bij een hoge winst kan het dus lonen om van deze regeling te profiteren! Nu de arbeidskorting en algemene heffingskorting inkomensafhankelijk zijn geworden, kan lagere winst door deze toevoeging aan de FOR nog meer voordeel opleveren. Daarnaast levert deze lagere winst ook  voordeel op bij de berekening van de premie Zorgverzekeringswet en diverse toeslagen.

Let wel op dat het toevoegen aan de FOR slechts uitstel van belastingbetaling is. Op het moment dat de FOR afneemt, wordt de afname opgeteld bij de fiscale winst. Het toevoegen aan de FOR levert op korte termijn wel voordeel op!

4) Startende ondernemer
Was u in 2015 een startende ondernemer, dan profiteert u van nog meer fiscale voordelen. U bent een startende ondernemer als  u in de vijf voorafgaande jaren minimaal één jaar geen ondernemer was en in de voorafgaande vijf jaren niet meer dan tweemaal gebruik heeft gemaakt van de zelfstandigenaftrek. Het fiscale voordeel is ten eerste dat de zelfstandigenaftrek wordt verhoogd met € 2.123. Indien de fiscale winst van 2015 niet meer is dan het totaal van € 9.403 (€ 7.280 zelfstandigenaftrek + € 2.123 startersaftrek), dan kan de starter het resterende bedrag in hetzelfde jaar (2015) verrekenen met andere inkomsten in box 1 (bijvoorbeeld loon). Mochten er geen andere positieve inkomsten in box 1 zijn, dan kunt u dit verlies verrekenen met de positieve resultaten van de drie voorafgaande jaren en met de positieve resultaten in box 1 van de negen volgende jaren.

Ten tweede kunt u dan willekeurig afschrijven op alle bedrijfsmiddelen (waarop de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek ook van toepassing is). Op deze manier kunt u de fiscale winst enigszins sturen en een lagere fiscale winst realiseren, resulterend in een lager te betalen belastingbedrag.

5) Kleineondernemersregeling (KOR)
De KOR is een faciliteit voor de omzetbelasting. Indien er na aftrek van voorbelasting in een jaar minder dan € 1.883 aan te betalen omzetbelasting is, dan heeft u recht op een omzetbelastingvermindering. Bij een bedrag van € 1.345 is het zelfs mogelijk dat u geen omzetbelasting hoeft te betalen. Dit betekent niet dat er geen aangifte omzetbelasting gedaan hoeft te worden. Ga dit nog na voor 2015!

6) Voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2015 aanvragen
Indien de aangifte inkomstenbelasting 2015 later dan 1 april wordt ingediend of de Belastingdienst wijkt af van de ingediende aangifte, dan is er een grote kans dat de aanslag inkomstenbelasting 2015 later dan 1 juli 2016 wordt opgelegd. 1 juli 2016 is de datum om in de gaten te houden, want vanaf deze datum wordt er door de Belastingdienst belastingrente berekend over het te betalen bedrag aan belasting. Het rentepercentage voor ZZP’ers bedraagt 4%. De termijn waarover de belastingrente wordt berekend is het aantal dagen na 1 juli 2016 tot en met de datum waarop de aanslag is opgelegd plus zes weken. Het bedrag aan belastingrente kan hierdoor aardig oplopen. Dit is te voorkomen door tijdig een voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2015 aan te vragen. Doe dit wel vóór 1 mei 2016!

7) Voorkom verliesverdamping
Het kan voorkomen dat uw onderneming in 2015 een verlies maakt in box 1. Dit verlies is verrekenbaar met positieve resultaten in box 1 van de drie voorafgaande jaren en met de positieve resultaten in box 1 van de negen volgende jaren. Daarna is dit verlies ‘verdampt’ en kunt u dit verlies niet meer verrekenen. Het verlies is niet alleen te verrekenen met positieve resultaten uit onderneming maar met alle positieve inkomsten uit box 1 (bijvoorbeeld loon).

Het is aan te bevelen om het saldo van te verrekenen verliezen in de gaten te houden en hier gebruik van te maken. Als ondernemer/ZZP’er heeft u enigszins invloed op de hoogte van de fiscale winst. Indien u te verrekenen verliezen heeft, dan is het wellicht voordelig om de fiscale winst te verhogen om dit te verrekenen. Zo voorkomt u verliesverdamping en profiteert u optimaal van de geleden verliezen.

8) Middeling
Een ondernemer/ZZP’er heeft vaak geen stabiel inkomen. Het ene jaar kan hij meer verdienen dan het andere jaar. In dat geval is het goed om te kijken of middeling een voordeel oplevert. Middelen houdt in dat de betaalde belasting van box 1 van drie aaneengesloten jaren wordt vergeleken met het gemiddelde belastingbedrag van deze drie jaren. Indien het gemiddelde lager is dan de werkelijk betaalde belasting, en de teruggaaf bedraagt meer dan € 545, dan krijgt u het bedrag boven de €545 terug. Het kan de moeite lonen om dit voor de afgelopen jaren na te gaan. Let wel op dat elk jaar maar één keer mag worden gebruikt om te middelen!

9) De Verklaring Arbeidsrelatie verdwijnt, de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties komt
Elke ZZP’er heeft waarschijnlijk van de VAR (Verklaring Arbeidsrelatie) gehoord. Een opdrachtgever is met een VAR die aan een aantal voorwaarden voldoet, gevrijwaard van naheffingen loonheffingen op betalingen aan ZZP’ers. Per 1 mei 2016 komt de VAR te vervallen. Hiervoor in de plaats komt de Wet DBA (Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties). Het verschil met de VAR is dat de regels zijn verminderd en de Belastingdienst in beginsel weer de mogelijkheid heeft om voor elke zelfstandige die wordt ingehuurd de discussie te openen over de aanwezigheid van een (fictieve) dienstbetrekking. Dit kan leiden tot naheffingsaanslagen en boetes. Een naheffingsaanslag en boete kan worden voorkomen.

De Belastingdienst heeft op haar website een aantal algemene modelovereenkomsten en een aantal modelovereenkomsten voor specifieke branches en beroepsgroepen gepubliceerd. Indien u en uw opdrachtgever deze overeenkomsten tot op de letter naleven, dan blijven de naheffingsaanslagen en boetes achterwege. Uiteraard moet de overeenkomst wel aansluiten bij uw feitelijke werkzaamheden. In het geval dat er geen modelovereenkomst aansluit, dan kunt u met uw opdrachtgever uw eigen overeenkomst voorleggen aan de Belastingdienst. De naheffingsaanslagen en boetes treffen u als opdrachtnemer weliswaar niet, maar door zelf actie te ondernemen, zorgt u voor zekerheid voor u, uw opdrachtgever en de Belastingdienst.

Update: disclaimer van EY.
De bovenstaande informatie is bedoeld om de gebruikers algemene informatie te verstrekken. Ondanks het feit dat al het mogelijke is gedaan om actuele en juiste informatie te verstrekken, kunnen fouten niet worden uitgesloten. EY aanvaardt geen aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid voor onjuistheden of omissies in de inhoud. De informatie dient niet te worden opgevat als juridische, fiscale, accountancy- of andere professionele advies- of dienstverlening. Voordat u daadwerkelijk besluiten neemt, dient u omtrent specifieke fiscale of andere kwesties bij EY of bij een andere professionele adviseur die bekend is met uw specifieke feitelijke omstandigheden advies in te winnen.