Personal finance

Gepensioneerden gingen er vorig jaar op achteruit, ondanks beloftes kabinet

12 september 2019 12:09

Een ouder koppel geniet van een vakantie. Beeld © iStock

De koopkracht van gepensioneerden is vorig jaar gedaald. En dat is, kijkend naar de afgelopen jaren, niet voor het eerst. Door de bank genomen gingen mensen die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt er een half procent in koopkracht op achteruit.

Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De koopkrachtcijfers van het CBS beschrijven de daadwerkelijke koopkrachtontwikkeling van huishoudens, dus geen abstracte ramingen per inkomens- of leeftijdsgroep.

Geen indexatie pensioenen

Dat de koopkracht voor ouderen is gedaald, heeft vooral te maken met de beroerde positie van veel pensioenfondsen. Door de lage rente is het moeilijk voor pensioenfondsen om voldoende rendement te maken om de pensioenen aan te passen aan de inflatie, indexeren genoemd.

Het gevolg is dat de pensioenuitkeringen relatief minder waard worden, omdat je met hetzelfde geld minder kan kopen als de prijzen omhoog gaan. En dus daalt de koopkracht van de ouderen.

Voorspellingen weinig waard

De cijfers laten meteen ook zien dat de voorspellingen die jaarlijks met Prinsjesdag worden gepresenteerd met een flinke korrel zout genomen moeten worden.

"Uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden zouden er in 2018 in koopkracht op achteruit gaan, maar door koopkrachtmaatregelen van het kabinet gaan deze groepen er in 2018 respectievelijk 0,3 en 0,6 procent op vooruit", schreef het kabinet trots in de Miljoenennota destijds.

Voorspellingen uitkeringsgerechtigden 

In de praktijk blijkt hier dus weinig van terechtgekomen te zijn. Voor ouderen werd de voorziene plus van 0,6 procent dus een min van 0,5 procent. Voor uitkeringsgerechtigden kwamen de voorspellingen ook niet uit. In plaats van 0,3 procent meer koopkracht, bleef hun koopkracht gelijk.

Het gaat hier trouwens om doorsnee cijfers. Dat betekent dat de helft van de groep een hogere koopkrachtgroei heeft en de helft een lagere.

Kleinste groei in jaren

De doorsnee koopkrachtgroei voor heel Nederland kwam vorig jaar uit op 0,3 procent, de kleinste groei sinds 2013. Werkenden gingen er, uiteraard, het meest op vooruit. In doorsnee hadden zij 1,8 procent meer te besteden dan een jaar eerder.

Dat komt deels door de stijging van de lonen, maar ook omdat werkenden nu eenmaal promotie kunnen maken of een andere baan kunnen nemen waardoor ze meer gaan verdienen.

In de cijfers van het CBS, die dus achteraf worden berekend, worden dat soort zaken wel meegeteld. Bij de kabinetsramingen vooraf niet.

Bron • RTL Z