Personal finance

De spaartaks gaat op de schop: wat verandert er nou precies?

Matthias Pauw • 07 september 2019 13:50 @mattpauw

Staatssecretaris van Financiën Menno Snel. Beeld © ANP

Gisteren kondigde het kabinet aan dat de door velen als oneerlijk beschouwde vermogensrendementsheffing, spaartaks in de volksmond, flink op de schop wordt genomen. Het systeem moet eerlijker worden, waardoor mensen geen belasting meer betalen over rente-inkomsten die ze helemaal niet hebben. Goed nieuws voor de meeste spaarders, maar niet voor iedereen.

Om te begrijpen waarom het systeem eerlijker wordt is het belangrijk, helaas, om eerst te snappen hoe het nu werkt. Op dit moment moet je vermogensbelasting betalen als dat hoger is dan 30.360 euro.

Hoe zit het nu?

Het idee is namelijk dat je geld verdient aan je vermogen (bijvoorbeeld in de vorm van rente). Over dat rendement betaal je 30 procent belasting. Het probleem is: de Belastingdienst rekent niet met je werkelijk behaalde rendement en houdt ook geen rekening met hoe je vermogen is samengesteld.

In plaats daarvan gaat de fiscus ervan uit dat als je een vermogen hebt tot 71.650 euro, je daarvan 67 procent in spaargeld hebt zitten en 33 procent in beleggingen. De Belastingdienst gaat er vervolgens vanuit dat je op spaargeld 0,13 procent rente krijgt en op beleggingen een rendement haalt van 5,6 procent.

Dat betekent dus dat je uiteindelijk belasting moet betalen over 1,9 procent van je vermogen (het gemiddelde waar je door die berekening op uitkomt). Voor hogere vermogens wordt die verhouding anders, de Belastingdienst veronderstelt namelijk dat naarmate je meer geld hebt, je meer in beleggingen steekt.

Daardoor betaal je over vermogen tussen 71.651 euro en 989.736 euro belasting over 4,45 procent en voor alles daarboven geldt een fictief rendement van 5,6 procent.

Oneerlijk

En dat is oneerlijk, daar is inmiddels vrijwel iedereen het wel over eens. Want heel veel mensen die wel meer vermogen hebben dan 30.360 euro, hebben dat geld gewoon op de bank staan en hebben geen beleggingen. Zij verdienen dus haast niks aan hun spaargeld, maar omdat de Belastingdienst er standaard vanuit gaat dat een deel in beleggingen zit, betalen zij toch 30 procent belasting over 1,9 procent van hun vermogen.

Dat wordt dus anders. Straks, in 2022, gaat de Belastingdienst namelijk kijken naar de werkelijke verdeling van je vermogen. Staat al je geld op de bank? Dan betaal je ook alleen belasting over de gemiddelde bankrente (overigens wel van een jaar eerder). Over al je andere vermogen dat in beleggingen zit betaal je straks belasting over het gemiddelde rendement van beleggingen.

Goed nieuws voor spaarders

Bovendien wordt de eerste 400 euro van je inkomsten uit sparen en beleggen straks helemaal niet meer belast. Daardoor zou je met de huidige extreem lage rente, van gemiddeld 0,09 procent, pas belasting gaan betalen als je meer vermogen hebt dan 440.000 euro. Want pas als je meer dan dat bedrag op de bank hebt staan verdien je meer dan 400 euro aan rente, zoals het er nu voor staat.

Dat scheelt dus nogal voor de goede, maar nog relatief bescheiden spaarder. Een rekenvoorbeeld:

Je hebt 70.000 euro op de bank staan. Nu zou de fiscus zeggen: we trekken de eerste 30.360 euro daar vanaf. Blijft over 39.640 euro. We gaan uit van een fictief rendement daarover van ruim 1,9 procent: dat is 767,034 euro. Daarover betaal je 30 procent belasting: 230 euro.

In de nieuwe situatie zou het heel anders zijn. Dan gaat de fiscus namelijk uit van een rendement van 0,09 procent. Over 70.000 euro is dat 63 euro. Daar wordt dan nog 400 euro vanaf getrokken (het heffingsvrije inkomen) waardoor er niks overblijft. En dus betaal je geen cent belasting over dat vermogen. Wel zo eerlijk, want je hebt er ook nagenoeg geen cent aan verdiend met rente.

Haken en ogen

Overigens verandert er wel meer dan alleen het fictieve rendement en de verdeling tussen je verschillende vermogensbestandsdelen (sparen en beleggen) waar de Belastingdienst mee rekent.

Want hoewel er een drempel blijft van ruim 30.000 euro (als je minder hebt betaal je sowieso niks), ga je straks wel over je hele vermogen belasting betalen als je daar maar een euro bovenuit komt. Bovendien gaat het belastingtarief omhoog van 30 naar 33 procent.

Dat maakt nu niks uit, met de lage rente, als je minder dan 440.000 euro hebt (want dan betaal je toch niks), maar als de rente stijgt wordt het een ander verhaal, vooral voor mensen die net boven de drempel uitkomen.

Stel namelijk dat de rente stijgt naar 2 procent over een paar jaar en je hebt 31.000 euro op de bank. Via de huidige systematiek zou je dan 30 procent belasting betalen over ongeveer twee tientjes (omdat het heffingsvrije vermogen er vanaf wordt getrokken). Een dikke 5 euro belasting dus.

Maar in de nieuwe situatie ga je, als je boven de drempel komt, meteen belasting betalen over al je centen en nog tegen een hoger tarief ook. Reken: 31.000 x 2 procent = 620 euro. Daar wordt weer 400 euro vanaf getrokken (het heffingsvrije inkomen), dan hou je 220 euro over. Dáár betaal je weer 33 procent over, waardoor je uitkomt op een belastingrekening van 72 euro. Veel meer dus dan nu.

Beleggers zijn minder goed af

Waar de nieuwe regels voor spaarders door de bank genomen gunstiger worden, is dat voor beleggers wel anders. Nu profiteren mensen die hun geld vooral in beleggingen stoppen er namelijk nog van dat de fiscus ervan uit gaat dat een aanzienlijk deel van hun vermogen in spaargeld zit. Dat drukt namelijk het gemiddelde fictieve rendement.

Maar straks gaat de Belastingdienst dus kijken naar je werkelijke bedrag aan beleggingen. Het gemiddelde rendement daarop is in 2019 vastgesteld op 5,6 procent. Neem nog een keer het voorbeeld van iemand die een vermogen heeft van 70.000 euro, maar in dit geval zit al dat geld in beleggingen.

Op dit moment betaalt zo iemand 30 procent belasting over 1,9 procent (het gemiddelde fictieve rendement) van 39.640 euro (70.000 min het heffingsvrije deel). Dat komt uit op 225,95 euro.

In de nieuwe situatie betaalt diezelfde belegger maar liefst 1161,60 belasting, ongeveer 5 keer zoveel. Voor de liefhebber de som: 70.000 x 5,6 procent = 3920 euro. Daarvan wordt 400 euro heffingsvrij inkomen afgetrokken, blijft er 3520 euro over. En daarover wordt 33 procent belasting geheven: 1161,60 dus.

Veilige beleggers zijn de pineut

En er is nog een nadeel voor beleggers, vooral voor mensen die veilige beleggingen doen. Want anders dan voor spaarders, voor wie het werkelijke rendement straks redelijk goed wordt benaderd, geldt dat niet per se voor beleggingen.

Voor beleggers gaat het rendement waar de fiscus mee rekent namelijk omhoog, omdat het dus niet meer wordt gedrukt door die lagere rente op spaargeld die nu nog wordt meegerekend. Je betaalt straks dus belasting over 5,6 procent van de waarde van je beleggingen, als we uitgaan van het huidige gemiddelde rendement.

Dat is pijnlijk als je je geld helemaal of voor een groot deel stopt in veilige beleggingen als staatsobligaties, die leveren namelijk amper iets op. Deze groep zal dus ook in de toekomst belasting moeten betalen over inkomsten die ze helemaal niet hebben.

Dat is ook staatssecretaris Menno Snel niet ontgaan, maar hij neemt het op de koop toe. "Het is te verwachten dat een deel van deze beleggingen in spaargeld wordt omgezet", schrijft hij aan de Kamer.

Bron • RTL Z