Personal finance

100 jaar de achturige werkdag: wat is er over van de beloftes van toen?

Pepijn Nagtzaam • 13 juli 2019 11:55 @pepijnnagtzaam

Arbeiders aan het werk in de fabriek van Fokker, 1920. Beeld © Trailer Anthony Fokker / Youtube

Acht uur werken, acht uur ontspanning, acht uur rust. Daarvoor streden vakbewegingen begin 20ste eeuw. In 1919 werd de achturige werkdag ingevoerd en was het klaar met werkdagen van 12 tot 16 uur. Wat hebben we 100 jaar later aan die achturige werkdag?

Begin 20ste eeuw voerde de vakbeweging actie met onderstaand affiche. Ze beschreven de 'tien voordeelen van de achturigen arbeidsdag'. RTL Z legt een aantal van de argumenten onder de loep en kijkt hoe het toen was, en wat we nu zien. 

De tien voordeelen van den achturigen arbeidsdag. Beeld © IISG / FNV

Bij den achturigen arbeidsdag wordt het lichaam van den arbeider gespaard en zijn leven verlengd

Daar kunnen we kort over zijn: het lichaam van de arbeider wordt ten opzichte van 1919 gespaard. Ook het leven is gemiddeld langer geworden. In 1919 werden vrouwen gemiddeld 67 jaar en mannen 59 jaar. Tegenwoordig worden mannen ongeveer 80 en vrouwen 83. Dat is niet volledig te danken aan de achturige werkdag, maar het feit dat er minder gewerkt wordt, draagt daar wel aan bij.

Bij den achturigen arbeidsdag zijn meer arbeiders nodig en dus het leger van werkeloozen neemt af

Dit volgde niet direct op de invoering van de achturige werkdag. De afgelopen honderd jaar fluctueert het aandeel werklozen in de beroepsbevolking nogal, al blijft het vaak rond de 3 procent. Een aantal jaar geleden, in 2014, piekte de werkloosheid op 7,8 procent.

In 1919 waren er 89.000 mannen en 16.000 vrouwen werkloos. In totaal zat er toen een aandeel van 3,96 procent van de bevolking zonder werk. Op dit moment zitten 300.000 mensen thuis op een beroepsbevolking van 9,3 miljoen mensen; dat is 3,3 procent van de bevolking. Ondertussen is er sprake van grote krapte op de arbeidsmarkt.

Het 'leger van werkeloozen' is er dus nog steeds - en er zal ook altijd een bepaald deel van de beroepsbevolking zijn dat (al dan niet tijdelijk) zonder werk zit. 

Bij den achturigen arbeidsdag stijgt het loon

Dat is wel gestegen, maar het komt niet (alleen) door de achturige werkdag en verschilt nogal per jaar. Exacte bedragen zijn niet bekend, maar het CBS heeft een loonindex waarbij 1990 als uitgangspunt is genomen. Een rekenvoorbeeld:

Tussen 1919 en 1990 is men bijna 2,5 keer zoveel gaan verdienen - gecorrigeerd naar inflatie. Want wie 3,60 verdiende in 1919, zou in 1990 voor hetzelfde werk 41,60 euro verdienen. Toen verdiende een werknemer in het rekenvoorbeeld echter 100 euro. Honderd jaar geleden kon je dus ongeveer 40 procent kopen van wat je in 1990 kon kopen voor hetzelfde loon.

Het CBS houdt de lonen bij vanaf 1946, zegt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen. "Als we dat bekijken liggen de gecorrigeerde lonen nu 2 of 3 keer zo hoog als toen. Maar toen werden er dus nog wel meer uren gewerkt dan nu, dus per uur is het verschil groter."

Sjaak van der Velden, vakbondshistoricus bij het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG), merkt nog op dat de lonen wel omhoog gingen, maar niet door de achturige werkdag. "De werkgevers waren gewoon bang voor revolutie, en gaven daardoor sneller toe."

8 hours for work, 8 hours for rest, 8 hours for what we will.

Bij den achturigen arbeidsdag vermeerdert de koopkracht en volgt een grootere vraag naar waren en dus ook meer vraag naar arbeiders

Ook lastig; de koopkrachtcijfers werden toen nog niet bijgehouden. Maar we hebben al vastgesteld dat het loon in 1990 2,4 keer zo veel was als in 1919. Toen werd er wel meer gewerkt.

Volgens Van Mulligen is het BBP per hoofd van de bevolking momenteel ongeveer 45.000 euro. Het CBS becijferde eerder al dat dat in 1917 ongeveer 4600 tot 5000 euro was, gecorrigeerd voor prijsontwikkeling.

"Op weg naar huis namen ze van ellende een borrel en zopen ze zo het weekloon op."

Bij den achturigen arbeidsdag zal een der grootste oorzaken van onmatigheid worden weggenomen

Men bedoelt hiermee dat er geen maat gehouden kan worden, zeker op het gebied van eten en drank. De vakbeweging richtte zich met dit argument vooral op zware arbeid, de bouw- en havenwerkers. "Daar werd gezegd: na 6 dagen lang 11 uur werken zijn die mannen moe. Ze kregen hun loon contant uitbetaald in een loonzakje. Op weg naar huis namen ze dan van ellende een borrel en zopen ze zo het weekloon op", zegt Van der Velden.

Bij een achturige werkdag zou men meer maat kunnen houden, was de gedachte. Maar nee hoor, dat veranderde pas een stuk later, verklaart Van der Velden. "Toen het verplicht werd om een girorekening te nemen en het loon daar te laten storten. Maar ja, met de invoering van de pinpas kan je dan weer heel makkelijk de kroeg in", zegt hij lachend.

Bij den achturigen arbeidsdag blijft den arbeider tijd om zich te ontwikkelen en zich te ontspannen

Voor de Tweede Wereldoorlog waren er veel mensen die hoogstens de lagere school hebben afgerond. Hoe meer vrije tijd er kwam, hoe meer mensen de ruimte hadden voor zelfontplooiing en ontwikkeling, was de gedachte.

"Dat is altijd een belangrijk punt geweest voor de vakbeweging", zegt vakbondshistoricus Sjaak van der Velden. "Naast verhoging van het loon is er altijd gestreden voor meer vrije tijd en ontwikkeling", zegt Van der Velden. "Toen zag men ook al wel dat men daar veel productiever van werd. Dus dacht men: dan hebben 'de arbeiders' ook eens tijd voor het lezen van een boek of een avond theater."

Bij den achturigen arbeidsdag zal de eisch naar nog grootere vermindering van arbeidstijd wakker worden

Nou en of! Na 1970 is het aantal gewerkte uren gestaag gedaald. In Nederland komen we nu uit op gemiddeld 26 uur per week voor vrouwen en 35 uur per week voor mannen, gemiddeld 31 uur.

Daarnaast wordt er vooral veel gefilosofeerd over nog minder uren werken. Sommigen pleiten voor een maximum van 32 uur of 21 uur, anderen zeggen dat er slechts 8 uur per week gewerkt zou moeten worden.

Volgens Sam Groen, arbeidstijddeskundige bij FNV, zijn er op de Nederlandse arbeidsmarkt veel situaties waarbij het juist de andere kant op gaat. "De arbeidstijd is heel flexibel geworden. We zien veel mensen, van taxichauffeurs tot supermarktmedewerkers, die veel meer uren per dag of week beschikbaar moeten zijn. Soms werken ze dan 's ochtends een beetje en 's avonds ook, of zes dagen per week."

De gemiddelde arbeidstijd van 32 uur is dan ook niets meer dan een gemiddelde, benadrukt Groen. "We komen mensen tegen die dolgraag meer uren per week willen werken, en vrachtwagenchauffeurs die bijna 70 uur per week maken. Er is nog genoeg te doen voor de vakbeweging, ook na 100 jaar."

Bron • RTL Z / Pepijn Nagtzaam