Personal finance

Pensioenstelsel goed nieuws voor oud, en een beetje voor jong

Gert-Jan Verstegen • 05 juni 2019 15:18 @GJVerstegen

Het nieuwe pensioenstelsel is goed nieuws voor ouderen en in mindere mate voor jongeren. Beeld © Getty

De kogel is bijna door de kerk. Vandaag is het principeakkoord voor een nieuw pensioenstelsel gepresenteerd. Voor vrijwel alle werknemers gaat er wat veranderen. Een nieuw stelsel is goed nieuws voor jongeren, maar gratis is het zeker niet. De grote winnaar van het nieuwe stelsel lijkt aan de andere kant te zitten: de zestigplusser.

Ons pensioen bestaat uit drie pijlers. De eerste pijler is de AOW. Geld dat je iedere maand van de overheid krijgt als je de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Nu is dat bij 66 jaar en 4 maanden. Maar de afspraak is: hoe ouder we gemiddeld worden, hoe hoger de AOW-leeftijd.

De AOW-leeftijd minder snel verhogen, kost de overheid een hoop geld. Maar dat gaat nu wel gebeuren. Het kabinet heeft water bij de wijn gedaan, maar in ruil daarvoor gaat er een hoop veranderen in de tweede pijler: het aanvullend pensioen. Het pensioen dat de meeste werknemers opbouwen via hun werk.

De doorsneepremie gaat eraan

De grootste verandering die daar gaat plaatsvinden: de zogenoemde doorsneepremie gaat eraan. De doorsneepremie houdt simpel gezegd in dat jongeren later minder pensioen krijgen voor hun ingelegde premies. Ze betalen dus relatief te veel.

Dat zit zo. Iedere 1000 euro die een 25-jarige inlegt, heeft nog ruim veertig jaar de tijd om - bijvoorbeeld via beleggingen - meer waarde te creëren. Er kan immers veertig jaar lang mee belegd worden, of rente over geïncasseerd worden. Maar iedere 1000 euro die een 64-jarige aan pensioenpremie inlegt, heeft vrijwel geen tijd meer om te renderen. 

Doorsneepremie niet meer werkbaar: vergrijzing en zzp'ers

Toch is het zo dat iedere 1000 euro ingelegd door een 64-jarige evenveel pensioen oplevert als 1000 euro ingelegd door 25-jarige werknemers. Dat doen ze door het hoge rendement van jongeren te gebruiken voor het pensioen van ouderen.

Dat was decennialang een werkbaar systeem, want er was voldoende aanwas van jongeren. Een jongere wordt vanzelf oud en zou dus jaren later gecompenseerd worden. Maar die tijd is voorbij door vergrijzing en het feit dat steeds meer mensen ergens in hun carrière werken als zzp'er (en dus geen pensioen opbouwen).

Om ervoor te zorgen dat de ouderen wel profiteren van de doorsneepremie, maar jongeren niet, gaat de doorsneepremie er dus aan. Iedere euro die jongeren aan pensioen betalen, gaat straks in een eigen potje.

Goed voor jongeren, slecht voor veertiger

Dat is goed nieuws voor jongeren, die dit nieuwe pensioenstelsel hard nodig hebben. Daarentegen is het slecht nieuws voor mensen die ouder zijn dan 45, maar nog lang niet met pensioen mogen. Zij hebben ruim twintig jaar relatief veel premie betaald, maar gaan daar als ze straks zelf oud zijn geen vruchten meer van plukken. We kunnen dan ook wel zeggen dat de 45-plussers de grote verliezers zijn van dit pensioenakkoord.

Dat zien de onderhandelaars van het akkoord ook. Daarom is afgesproken dat de 45-plussers gecompenseerd gaan worden. Dat gaat om heel veel geld. Een compensatie die volgens het Centraal Planbureau voornamelijk moet worden opgehoest door jongeren.

Draaien jongeren op voor compensatie?

De meeste compensatie zal worden betaald door jongeren onder de 30 jaar. Die betalen extra premie bovenop de premie die hun eigen pensioenpotje in gaat. Hoe dit er in de praktijk gaat uitzien, moet allemaal nog worden afgesproken. Het CPB schatte vorig jaar dat het wel om veel geld gaat: volledige compensatie zal zo'n 55 miljard euro kosten.

Daar moet wel bij gezegd worden dat nog niet is afgesproken of de compensatie zoals het CPB het heeft berekend, ook daadwerkelijk wordt doorgevoerd.

Kabinet compenseert eigen ambtenaren

Kan het kabinet niet met die 55 miljard op de proppen komen? Het lijkt er niet op dat ze dat gaan doen. In het principeakkoord wordt gesproken over compensatie op decentraal niveau. Het kabinet legt de bal dus in de polder, waarschijnlijk aan de cao-onderhandelingstafels.

Wel geeft de overheid zelf het goede voorbeeld door als werkgever de compensatie voor de eigen ambtenaren te betalen. Daar trekt het kabinet 200 miljoen euro voor uit. Hoe andere werknemers van middelbare leeftijd gecompenseerd worden is nog onduidelijk.

Lagere dekkingsgraad: goed nieuws voor ouderen

De tweede grote verandering heeft te maken met de dekkingsgraden van pensioenfondsen. Nu moeten fondsen meer geld in kas hebben, dan dat ze aan verplichtingen hebben. Op die manier is er altijd genoeg geld om mensen te voorzien van hun maandelijkse pensioentje.

Fondsen die vijf jaar lang een dekkingsgraad lager dan 104,2 procent hebben, moeten na die vijf jaar korten op hun uitkeringen. Dat betekent dat de pensioenen omlaag gaan. Het gros van alle pensioenfondsen – het gaat om tien miljoen pensioenen - in Nederland staat er al jaren slecht voor, waardoor volgens de huidige regels volgend jaar of het jaar erna al gekort moet worden.

Voor gepensioneerden en mensen die bijna met pensioen gaan, de zestigplusser zeg maar, is dit een dramatisch scenario. Maar dat scenario is afgewend.

Kortingen van de baan

Simpel gezegd komt het er op neer dat straks de grens omlaag gaat van 104,2 procent naar 100 procent. Pas al een pensioenfonds onder de 100 procent duikt, moet er meteen gekort worden. Vrijwel alle fondsen hebben op dit moment een dekkingsgraad boven die 100 procent, waardoor kortingen voorlopig van de baan zijn.

Dat is dus goed nieuws voor de zestigplusser, maar minder goed nieuws voor de rest. Hun pensioenfonds mag namelijk meer risico lopen. Met name jongeren zien de vermogenspositie van hun pensioenfonds verslechteren.

Bron • RTL Z / Gert-Jan Verstegen