Personal finance

Goedkoop de oceaan over? Voor prijsvechters lijkt het onhaalbaar

Gert-Jan Verstegen • 29 maart 2019 16:20 @GJVerstegen

Een toestel van prijsvechter Norwegian landt op Schiphol. Beeld © Getty

Al jaren worden we lekker gemaakt met de belofte dat we de Atlantische oceaan over kunnen vliegen voor een paar tientjes. Sinds een aantal jaar proberen de prijsvechters hun belofte ook waar te maken. Maar het lijkt financieel onhaalbaar.

Bijna drieduizend reizigers staan met hun handen in het haar op luchthavens wereldwijd. Van de een op de andere dag besloot het IJslandse WOW Air niet meer te vliegen. De reizigers mogen zelf uitzoeken hoe ze thuiskomen. In ieder geval niet meer met een toestel van WOW Air.

Gestrande reizigers, waardeloze tickets

De luchtvaartmaatschappij heeft diepe schulden. Een faillissement lijkt nabij. Hoe de maatschappij er precies voorstaat is onduidelijk. Of er enige vorm van hulp komt voor gestrande reizigers en mensen met een inmiddels waardeloos vliegticket is eveneens onbekend. Telefonisch is WOW Air onbereikbaar en ook op vragen per e-mail komt geen reactie. Goedkoop blijkt uiteindelijk duurkoop.

WOW Air stuntte een aantal jaar met enkeltjes ver onder de 200 euro naar bestemmingen in heel de VS. Een bedrag dat ver onder de gemiddelde prijs van de KLM's van deze wereld ligt.

Trans-Atlantische heerschappij

Lang werd gedacht dat zij hun heerschappij op de trans-Atlantische route gingen verliezen aan prijsvechters. Wat er door Ryanair en Easyjet is gebeurd in Europa, zou ook op de intercontinentale routes gebeuren.

Maar het lijkt niet te lukken. Waar Air Berlin al decennia bestond en uiteindelijk in de rol van prijsvechter belandde en failliet ging, werd WOW Air een aantal jaar geleden juist opgericht om de trans-Atlantische markt op te schudden.

Winstwaarschuwing Norwegian

Concurrent Norwegian bestaat al langer, maar kwam enkele jaren geleden met dochterbedrijven die zich richten op de goedkope oversteek naar de Verenigde Staten. Maar ook met Norwegian gaat het niet goed.

Vorige maand kwam de maatschappij nog met een winstwaarschuwing. De schulden zijn torenhoog en de verliezen nemen toe. 

Geld besparen op lange afstanden is lastig

De vraag is waarom het niet lukt. Werkt het model van budgetmaatschappijen ook op lange afstanden? Dat vroegen onderzoekers van Prologis zich in 2015 af. Het antwoord: deels.

De grootste besparing zit hem in de keuze voor vliegtuigen. De budgetmaatschappijen vliegen vaak met maar één soort toestel. Dat maakt onderhoud makkelijk en het scheelt dus geld.

Met goedkoper personeel en lage overheadkosten weten de maatschappijen ook het een en ander te besparen. Maar daar is ook wel bijna alles mee gezegd.

Zo blijkt het no-frills concept waarbij je extra moet betalen voor je koffer, eten en drinken niet zo lucratief op lange afstanden als op korte afstanden. Ook de keuze voor goedkope, alternatieve vliegvelden zoals bijvoorbeeld een regionaal vliegveld ver buiten New York levert niet de kostenbesparing op die budgetmaatschappijen gewend zijn binnen Europa.

Te rooskleurig

De beloftes van de prijsvechters waren te rooskleurig, vertelt luchtvaarteconoom Rogier Lieshout van SEO Economisch Onderzoek. "Ze hebben zich verkeken op de kosten die hangen aan vliegen op lange afstanden."

"De kostenvoordelen op die afstanden zijn minder. Het valt vies tegen, het is een dure hobby", vult zijn collega Erik Feld, luchtvaartdeskundige van de Breda University of Applied Sciences, hem aan. Ryanair kan voor een paar tientjes mensen vervoeren, omdat ze dat ene vliegtuig meerdere keren per dag kunnen inzetten. Norwegian en WOW Air kunnen dat niet. Om rendabel te zijn, kunnen ze geen budgetprijzen vragen.

Vliegen op lange afstanden is duur. "Kleine maatschappijen met weinig reserves kunnen zich geen misstappen veroorloven", legt Lieshout uit. WOW Air maakte wel een misstap. Ze kochten de te grote en dus te dure Airbus A330. "Dat type toestel hebben ze dan ook snel van de hand gedaan, maar het heeft ze wel geld gekost."

Kleine toestellen zonder businessclass

Waar maatschappijen als KLM, Lufthansa en Delta veel overstappassagiers aan boord meenemen, die waar ook ter wereld vandaan komen, moeten de budgetmaatschappijen de toestellen vullen met enkel lokale passagiers. Reizigers die niet meer verder reizen, maar alleen van A naar B willen. "Het is dan best lastig om een toestel vol te krijgen", vertelt Lieshout.

Dan zijn het ook nog voornamelijk vakantiegangers die kiezen voor zo'n goedkope airline. "Prijsvechters missen een deel van de zakenmensen. KLM heeft een businessclass en die mensen heb je nodig", zegt Feld. Die reizigers betalen namelijk heel veel, waardoor economystoelen goedkoper worden.

KLM is ook goedkoper geworden

"Vergeet niet dat KLM de laatste jaren ook goedkoper is geworden", zegt Feld. Zo’n grote concurrenten zijn de prijsvechters dan ook nooit geworden van de gevestigde maatschappijen. Daarbij vliegen de KLM’s van deze wereld met veel grotere toestellen, met alle schaalvoordelen van dien.

Een laatste klap is de olieprijs, die gestegen is. "Low cost airlines voelen dat als eerste. Al stijgt de olieprijs maar met 1 procent, dan komen er al honderdduizenden euro's aan kosten bij", legt Feld uit.

Lieshout verwacht dat er maar een paar grote spelers overblijven. "Dat is de algehele consensus in de industrie." Niet zo vreemd dat Norwegian op zoek is naar een overnamekandidaat. Eerder dit jaar liet IAG, moederbedrijf van British Airways en Iberia, weten niet met Norwegian in zee te gaan.

Bron • RTL Z / Gert-Jan Verstegen