Personal finance

Zes manieren om toch een huis te kopen als starter

Gert-Jan Verstegen • 08 november 2018 10:29 @GJVerstegen

Starters krijgen het minst vaak een hypotheek. Beeld ©

De woningmarkt is voor veel starters zo goed als onbereikbaar, maar helemaal onmogelijk is een huis kopen gelukkig niet. Je moet wel een beetje slim zijn. RTL Z zet zes manieren op een rij om toch je droomhuis te vinden.

De klok tikt voor jongeren, want wie zijn eerste huis niet voor z’n 35e heeft gekocht, dreigt de woningmarktboot te missen, waarschuwde het Kadaster vorige maand. Valt er tegen die torenhoge huizenprijzen op te boksen? Het korte antwoord is: ja!

1. Handjes uit de mouwen: het opknappertje

De hypotheeknormen zijn de laatste jaren flink strenger geworden. Wie meer biedt dan de vraagprijs moet uit eigen zak putten. En wie geen spaargeld heeft, maakt geen schijn van kans. Maar er is één uitzondering om meer geld van de bank te krijgen. Daar moet je alleen wel een beetje handig voor zijn.

Banken lenen namelijk extra geld uit, als je dat gebruikt voor een duurzame verbouwing. Gemeentes helpen ook een handje met speciale leningen hiervoor, zoals de duurzaamheids- en energiebespaarlening.

En welke huizen kunnen dubbelglas, isolatie en een zuinige cv-ketel maar wat goed gebruiken? Juist: de opknappertjes. Huizen die zo verouderd zijn, dat je nog relatief veel vierkante meters voor je geld krijgt.

Zoek op Funda dus ook naar appartementjes uit grootmoeders tijd. Kijk door de houten lambrisering en de gaskachel heen. Met twee rechterhanden (en wat handige vrienden) kun je er je droomhuis van maken.

Een opknappertje in de Utrechtse Bloemenbuurt. Beeld © Funda

2. Zet in op de achterstandswijk

Natuurlijk wil je het liefst in of nabij het centrum wonen. Lekker in de Pijp, Kralingen of Wittevrouwen. Daar zitten immers de succesvolle, hippe, jonge mensen. Maar de tijd dat daar iets betaalbaars te koop was ligt ver achter ons.

Kijk daarom eens buiten je eigen bubbel. In de minder populaire wijken kun je ook wonen. De mensen in de Bijlmer, Osdorp, Charlois, Overvecht of Kanaleneiland bijten heus niet. En met de fiets of het ov ben je zo in het centrum.

"Ik hou niet van witte buurten", vertelt Peer van Doormalen, die het fijn vindt om tussen meerdere culturen te wonen. Hij doet dat al jaren met zijn vrouw en kind in de Utrechtse volkswijk Overvecht.

Een wijk met veel flatgebouwen, al woont hij zelf in een 'niet heel esthetisch' stukje laagbouw. Het is niet groot, maar Van Doormalen woont er met veel plezier. "Mijn 'Utrechtse' buren zijn de beste buren ter wereld. Ik denk niet dat we hier nog ooit weggaan."

Het koningspaar was vorige maand op bezoek in Overvecht. Beeld © ANP

3. Koop je eigen huurhuis

Stel, je bent heel tevreden over je huidige huurhuis, maar eigenlijk wil je ook profiteren van de hypotheekrenteaftrek, waardestijgingen en het feit dat een hypotheek aflossen beter is voor je eigen vermogen dan iedere maand je huisbaas spekken.

Hoe handig zou het dan zijn om je huurhuis te kopen? Niet geschoten is altijd mis, dus trek de stoute schoenen aan en vraag je huisbaas of je woningcorporatie of ze niet toevallig van het huis af willen. Nee heb je, ja kun je krijgen.

Tim Ramakers deed dat. Hij huurde al een paar jaar een vrijesectorwoning in Rotterdam via woningcorporatie Havensteder. Via via vernam hij dat de corporatie van het hele appartementencomplex af wilde. Eén belletje was genoeg om het balletje te laten rollen. Voor een mooie prijs kon hij zijn eigen appartement kopen.

Uiteindelijk gingen de meeste appartementen over naar een institutionele belegger, die ze nu met forse winst doorverkoopt. Dat bleek ook goed voor de waarde van het appartement van Ramakers.

Het genoemde appartementencomplex in Rotterdam. Beeld © Streetview

Bij Daan Jongen ging het precies andersom. De huisbaas nam contact met hem op. "Ik dacht, nu moeten we eruit." Maar hij vroeg juist of hij en zijn vriendin geïnteresseerd waren om het huis in Amsterdam, aan de rand van de Jordaan, te kopen.

"Ik was 24, dus dacht: doe even rustig. Maar mijn schoonmoeder, die makelaar is, zei dat we het moesten doen. De huisbaas had ons moeten uitkopen als we het niet hadden gekocht, dus we hadden een sterke onderhandelingspositie."

Inmiddels is het huis in waarde verdubbeld. "Mensen om mij heen betalen net zo veel huur voor een kamertje als wij doen voor een hele hypotheek", zegt Jongen. Maar dat het een mazzeltje was, geeft hij ook toe.

4. Check het aanbod van corporaties

Wie een huis zoekt is snel geneigd om dag en nacht Funda in de gaten te houden. De kans bestaat dat je dan de koopwoningen van woningcorporaties mist. Die stoten namelijk, net zoals bij Ramakers, geregeld huurwoningen af. Omdat de woningen niet meer als sociale huurwoning bestempeld worden, of omdat ze zo verouderd zijn dat de renovatiekosten hoog zijn.

Op de sites van de woningcorporaties vind je deze koopwoningen. En zeker in het geval van opknappertjes vaak voor mooie prijzen. Een ander voordeel is dat je op de sites minder concurrentie hebt van beleggers. Vaak stellen corporaties namelijk de eis dat de koper voor een bepaalde periode in de koopwoning moet wonen. Zo proberen ze tegen te gaan dat het huis direct weer verhuurd wordt.

5. Samen bouwen scheelt geld: de bouwgroep

Een eigen huis bouwen op een vrij kavel. Het klinkt als iets dat alleen voor de 'happy few' is weggelegd. Maar doe je het samen, in een collectieve bouwgroep, dan kun je veel geld besparen.

Samen kopen en bouwen kan via het zogenoemde Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO). Gemeentes wijzen stukken grond aan die voor zo’n CPO gebruikt mogen worden. Het bouwkavel kan vervolgens worden gekocht door de leden van een collectief. Samen dienen zij een plan in voor de te bouwen woningen en de financiering.

Het is een beetje te vergelijken met hoe een projectontwikkelaar te werk gaat, alleen wordt al het werk nu door de toekomstige bewoners zelf gedaan. Als in de tussentijd de waarde stijgt, is de winst voor de bewoners en niet voor de projectontwikkelaar.

Jonge starters hebben vaak andere woonwensen dan gezinnen of ouderen. Als je zelf een bouwgroep bij elkaar krijgt, kun je een complex, straat of wijk bouwen die precies aansluit op de eigen wensen. Ook gaan bouwgroepen soms aan de slag met oude fabrieken, scholen of zelfs hele woonwijken, die opgeknapt moeten worden.

Wil je je aansluiten bij een bouwgroep? Op deze site staan alle geplande projecten.

6. Voor de durfals: een tiny house

Er wordt veel over geschreven en gesproken, de tiny houses. Heel veel zie je ze nog niet in het straatbeeld, want je moet het maar willen: wonen op pak 'm beet 20 vierkante meter. Met z'n tweeën al helemaal een uitdaging.

Maar de Tiny House Movement zweert erbij. Als je handig bent en een beetje gespaard hebt, kun je je eigen huis bouwen zonder bij de bank aan te hoeven kloppen. "Het is economisch aantrekkelijk", zei Jan-Willem van der Male eerder. Hij is architect en ontwerpt de kleine huisjes. Uiteraard woont hij er zelf ook in.

Toch zijn er genoeg hordes op de weg voor deze huisjes. De regelgeving is bijvoorbeeld niet toegepast op minihuisjes die mensen zelf bouwen. Sommige gemeentes weten niet goed wat ze er mee aan moeten, merkte Marjolein Jonker. Hoewel ze niet aan alle eisen voldeed, vond de gemeente het uiteindelijk toch goed. "Als de gemeente meewerkt, kan er heel veel", vertelde ze eerder.

Ben je minder handig? Er bestaan ook kant-en-klare tiny houses. Het is wel even zoeken naar een eigen stukje grond, maar misschien kan deze kaart je helpen. Een keer bellen met de gemeente kan natuurlijk nooit kwaad.

Dit is het huis van Jan-Willem:

Bron • RTL Z / Gert-Jan Verstegen