Personal finance

Helft Nederlanders ging er vorig jaar op achteruit

13 september 2018 05:00

Winkelend publiek. Beeld © ANP

Bijna de helft van de Nederlanders zag de koopkracht in het economische wonderjaar 2017 dalen. Over de gehele linie steeg de gemiddelde koopkracht nog wel lichtjes: met 0,5 procent.

Dat blijkt uit cijfers van het CBS.

De economie groeide in 2017 met maar liefst 3,2 procent, maar de koopkracht van mensen bleef daar dus ver bij achter. De koopkracht is een maatstaf voor wat je kunt kopen van je inkomen. Die wordt dus niet alleen beïnvloed door hoe hoog je salaris is, maar ook door de hoogte van de inflatie.

Inflatie en lonen in evenwicht

Een verklaring voor de matige koopkrachtontwikkeling is volgens het CBS dat de reële lonen niet zijn gestegen. De cao-lonen gingen gemiddeld wel met 1,4 procent omhoog, maar goederen en diensten werden ook 1,4 procent duurder. Dat schiet dus niet op.

Maar er zijn grote verschillen. Een vijfde van de Nederlanders zag de koopkracht vorig jaar met minimaal 7 procent dalen. De groep die een plus mocht noteren van 10,9 procent of meer was even groot.

Dat is op zichzelf niet vreemd. Als je een promotie krijgt of van baan wisselt is de kans dat je een flinke sprong maakt aanzienlijk. Word je werkloos of ga je met pensioen, dan zal de koopkracht normaal gesproken fors dalen.

Werknemers in de plus, gepensioneerden in de min

Kijken we naar groepen, dan gingen werknemers er door de bank genomen het meest op vooruit: met 1,4 procent. Dat kwam onder andere doordat de arbeidskorting verruimd werd en er veel vraag naar personeel is. Zelfstandigen gingen er gemiddeld 0,7 procent in koopkracht op vooruit.

Bij gepensioneerden zag het er wat minder goed uit. Gemiddeld daalde de koopkracht lichtjes, met 0,3 procent. De belangrijkste reden daarvoor was dat de aanvullende pensioenen niet of nauwelijks werden geïndexeerd. Dat wil zeggen: ze groeiden niet mee met de inflatie, waardoor er van het pensioen uiteindelijk minder kan worden gekocht dan een jaar eerder.

Hoe meer pensioen, hoe groter de daling

Voor de gepensioneerden geldt: hoe hoger het aanvullend pensioen bovenop de aow, hoe groter het koopkrachtverlies. Dat komt doordat de aow, waar iedere oudere recht op heeft, wel ieder jaar wordt gecorrigeerd voor de inflatie.

Mensen met een aanvullend pensioen tot 10.000 euro per jaar gingen er dan ook nog op vooruit. Terwijl ouderen met een aanvullend pensioen van meer dan 20.000 euro gemiddeld meer dan een procent aan koopkracht moesten inleveren. Het aanvullend pensioen, dat in de praktijk minder waard wordt, vormt voor die groep namelijk een groter deel van hun inkomen en weegt dus zwaarder door in de koopkracht.

Bron • RTL Z