Carrière

Meevaller voor langdurig zieke werknemers: streep door 'slapend dienstverband'

Joep Westerveld • 08 november 2019 16:16 @joeperman

Beeld © Getty

Bedrijven mogen langdurig zieke werknemers niet in dienst houden om te voorkomen dat ze een ontslagvergoeding moeten betalen. De Hoge Raad haalde vrijdag een streep door het 'slapend dienstverband'.

Naar schatting enkele duizenden Nederlanders hebben een slapend dienstverband. Het gaat om werknemers die langer dan twee jaar ziek of arbeidsongeschikt thuis zitten en niet meer kunnen werken. Zij krijgen geen loon meer, maar zijn officieel nog wel in dienst.

Bedrijven kunnen op deze manier voorkomen dat ze een wettelijke transitievergoeding moeten betalen voor het beëindigen van het contract. De hoogte van zo'n vergoeding hangt af van hoe lang iemand in dienst is en kan oplopen tot vele tienduizenden euro's.

'Nu snel afhandelen'

Deze praktijk was de vakbonden al jaren een doorn in het oog. De bonden staan samen honderden mensen bij die van een slapend dienstverband af willen. "Werkgevers moeten nu zo snel mogelijk de uitspraak opvolgen en de dienstverbanden beëindigen inclusief betaling van de transitievergoeding", zegt FNV-jurist Sheila van der Beek.

Piet Fortuin, voorzitter van CNV Vakmensen, sluit zich daarbij aan: "Het is een kwestie van goed werkgeverschap om het dienstverband na twee jaar ziekte op een nette manier te beëindigen. We willen vóór het einde van het jaar een einde aan alle slapende dienstverbanden."

Geen excuus

Fortuin wijst erop dat werkgevers vanaf april een compensatie kunnen krijgen van uitkeringsinstantie UWV voor de transitievergoeding. "Ze hebben geen enkel excuus om te wachten."

Dat laatste argument woog ook mee in de uitspraak van de Hoge Raad. Volgens de hoogste rechtsprekende instantie van Nederland valt het argument dat bedrijven op hoge kosten worden gejaagd weg door de regeling met het UWV. Bovendien is hiermee duidelijk dat de wetgever af wil van slapende dienstverbanden, aldus de uitspraak.

Strop voor mkb-bedrijven

Alfred van Delft van werkgeversvereniging VNO-NCW denkt daar anders over. Hij vindt het goed dat de Hoge Raad duidelijkheid verschaft, maar wijst erop dat de uitspraak op korte termijn nog altijd een flinke strop kan opleveren, zeker voor mkb-bedrijven.

Van Delft erkent dat er volgend jaar een compensatieregeling aankomt, maar benadrukt dat die regeling er pas in april is. "Vanaf dan kunnen bedrijven een aanvraag doen. Dan kan het zomaar eind 2020 zijn voordat je dat geld terugkrijgt, want we weten allemaal hoe veel werk het UWV nog op de plank heeft liggen. Niet elk bedrijf kan zomaar tienduizenden euro's voorschieten."

Van Delft had liever gezien dat de uitspraak van de Hoge Raad was gekomen op een moment dat de compensatieregeling al bestond. "Eigenlijk komt dit vijf maanden te vroeg."

Rechters oordeelden verschillend

De uitspraak van de Hoge Raad is een advies aan lagere rechtbanken. De rechtbank in Maastricht had de Raad om advies gevraagd in een zaak waarin een langdurig zieke werknemer een schadevergoeding eist van zijn werkgever, omdat die weigert zijn contract te beëindigen en een transitievergoeding te betalen.

De afgelopen jaren werd door verschillende rechters verschillend geoordeeld in vergelijkbare zaken. Het advies van de Hoge Raad moet ertoe leiden dat lagere rechtbanken vanaf nu één lijn kunnen trekken.

Goed werkgeverschap

Advocaat Ludith Haarsma was betrokken bij een van de eerste zaken van een werknemer die een einde eiste aan zijn slapende dienstverband. Het ging om een chronisch zieke medisch specialist uit Utrecht. In december 2018, twee maanden voor zijn dood, werd hij in het gelijk gesteld door het Scheidsgerecht Gezondheidszorg.

"Daarmee is de toon gezet", blikt Haarsma terug. "Het idee was dat er weliswaar geen wettelijke opzegplicht is, maar dat het in strijd is met goed werkgeverschap om het dienstverband aan te houden." Goed werkgeverschap is een belangrijk principe in het arbeidsrecht, legt ze uit. "Als er geen directe wet is om iets te regelen, kun je aan de hand van dit principe toch bepaalde zaken afdwingen."

"Ik denk dat het advies van de Hoge Raad uiteindelijk voortkomt uit de zaak van deze specialist, die het lef had om naar de rechter te stappen", zegt Haarsma. "De lijn die ik toen als advocaat heb gevolgd, is eigenlijk de lijn die de Hoge Raad nu ook aanhoudt."

Bron • RTL Z