Life

Dit bedrijf stapte af van flex: 'Jongeren willen wél zekerheid'

Frederieke Hegger • 24 mei 2018 06:15 @frederiekeh

Beeld ©

Vorig jaar draaide Ad van Beek, HR-directeur bij ingenieursbureau Movares, de flexibilisering terug binnen zijn organisatie. Sommige collega's moesten er een beetje aan wennen, maar Van Beek staat nog altijd achter de omslag. "Ik wil schoppen tegen die dingen waarin iedereen elkaar napraat."

"Een soort familiebedrijf, maar dan met 950 man." Zo beschrijft Ad van Beek het advies- en ingenieursbureau waar hij verantwoordelijk is het voor personeelsbeleid: Movares. 

De ingenieurs adviseren onder meer over het lightrailnetwerk van Rotterdam en over de grote fietsenstalling voor Amsterdam Centraal, waar nu aan gebouwd wordt.

Net als een familiebedrijf

Meestal gaat het om langetermijnprojecten voor klanten waar ze jaren achterheen mee werken, zoals ProRail en Rijkswaterstaat. Daar past eigenlijk ook een langetermijncommitment van je personeel bij, beredeneerde Van Beek in 2017. Iets wat je ook terugziet bij familiebedrijven.

De directie aarzelde even, maar ging toch met hem mee. Tegen de trend in besloot de organisatie om veel meer vaste contracten uit te gaan delen; ook aan ingenieurs die voor het eerst aan de slag gingen.

'Je wordt gekgemaakt door werkgevers'

Het leidt tot andere keuzes, stelt Van Beek. "Als je iemand voor een korte periode aanneemt, selecteer je ook minder goed bij de ingang. Je accepteert een 6,5. Bij een vast dienstverband ben je kritischer."

Maar wil een beginnend ingenieur dat wel: een vast contract? Van Beek: "Je wordt gek gemaakt door werkgevers die zeggen dat jongeren flexibiliteit willen. Natuurlijk willen jongeren niet altijd bij dezelfde werkgever blijven, maar het is niet zo dat jonge mensen geen behoefte hebben aan enige mate van voorspelbaarheid."

"Ze willen wél zekerheid; al is het maar omdat ze een werkgeversverklaring nodig hebben als ze een huis willen kopen of huren."

Beetje flex behouden

Het percentage personeelsleden met een flexcontract daalde bij Movares van 18 procent in 2017 naar minder dan 8 procent nu. Dat terwijl het aantal flexwerkers in Nederland de afgelopen jaren hard groeide: aan einde van 2017 was 35 procent van de werkenden een flexwerker, in 2010 was dat nog 28 procent.

Helemaal afstappen van flexibele contracten wil Van Beek niet; bij 'piek of ziek' moet er enige flexibiliteit zijn. Maar die steeds maar toenemende flexibilisering, daar ziet het bedrijf niks meer in.

"Zekerheden bieden is niet erg. Er ontstaat namelijk een wederkerigheid: we vragen ook een zekerheid van de medewerkers. Een baan wordt meer dan werken tussen 8 en 5 en dat je daarvoor betaald krijgt. We verwachten ook een grote inzet van je," zegt Van Beek. "De categorie mensen 'ik kom hier gewoon om mijn werk te doen' moet zo klein mogelijk worden, of zelfs uitsterven."

Ook secretaresses een vast contract

80 procent van het personeel bij Movares is hoogopgeleid. Gaan de vaste contracten dan alleen naar die groep? Nee, bezweert Van Beek. "Ook secretaresses krijgen bij ons een vast contract." Vooral IT’ers krijgen nog wel een flexibele overeenkomst.

Van Beek: "Als HR-directeur vraag ik me ook altijd af: hoe zou ik zelf als medewerker willen worden behandeld? Zou ik gelukkig worden van een tijdelijk contract, met alle onzekerheid van dien? Ik denk het niet."

Vakbonden zijn 'onze maatjes'

Overigens wordt de schoonmaak en catering nog altijd uitbesteed door het ingenieursbureau. De mensen die het gebouw schoonmaken en de broodjes verzorgen profiteren dus niet van deze keuze van Movares. "Maar ook met hen maken we goede afspraken," verzekert Van Beek.

Het ingenieursbureau gaat sowieso liever niet de confrontatie aan, als het om arbeidsvoorwaarden gaat. Waar veel werkgevers ruziënd met vakbonden over straat gaan, vertelt Van Beek trots dat vakbonden 'hun maatjes zijn'.

'Wat een raar clubje'

"De laatste cao-onderhandelingen begonnen in de ochtend. Om 14.00 uur waren we klaar. Door de buitenwereld wordt dan gezegd: wat een raar clubje. Maar ik wil schoppen tegen die dingen waarin iedereen elkaar napraat."

De keuze voor minder flex bevalt goed, vertelt Van Beek. Het leidt tot meer commitment vanuit beide kanten: zowel van werkgever als werknemer. Al ging de omslag niet gelijk helemaal goed.

Iedereen moet zich eraan houden

Zo startte er net na het nieuwe beleid een jongtalentprogramma, maar had niet elke manager de nieuwe gelijk-een-vast-contract-regel opgevolgd. "Die jonge talenten zaten aan de bar met elkaar. Iedereen had een vast dienstverband gekregen, behalve één."

Dat was natuurlijk niet de bedoeling. "We geloven in de autonomie van managers. Maar zo'n besluit is niet alleen voor de buitenwereld. Iedereen moet zich eraan houden", aldus Van Beek.

Geen hete adem van de aandeelhouder

Uiteindelijk is denken op de lange termijn in ieders belang, vindt Van Beek. En zo zit de bedrijfsstructuur ook in elkaar: 70 procent van de aandelen is in handen van de medewerkers zelf.

"We hebben een relatief gemakkelijke uitgangspositie: wij zijn zelf eigenaar van het bedrijf. Daardoor ben je ook bezig met die continuïteit. We hebben geen aandeelhouder die op de korte termijn verbetering eist."

Bron • RTL Z