Life

Bezoek aan Charleroi: rauwe schoonheid en een topmuseum

Kita van Slooten • 05 mei 2018 11:51 @kitavanslooten

Beeld © Kita van Slooten

In 2008 werd Charleroi door lezers van de Volkskrant uitgeroepen tot de lelijkste stad ter wereld. Hoe is de Waalse stad er tien jaar later aan toe? Wij gingen op onderzoek uit.

Wie met een rolkoffer door de straten van Charleroi loopt, voelt zich een zonderling. Waar je in andere Europese steden vaak struikelt over de toeristen, zijn ze hier niet te zien. De Waalse stad kampt al enkele decennia met een slecht imago, nadat de teloorgang van de staalindustrie sinds de jaren zeventig voor hoge werkloosheid zorgde.

De economische en politieke ellende die volgde heeft diepe sporen achtergelaten, maar de voormalige industriestad krabbelt voorzichtig weer overeind. 

 

Miniatuurvoorbeeld

Sinds 2014 wordt er veel geld gepompt in het opknappen van de binnenstad. Wie nu de stad bezoekt, valt daardoor van de ene verbazing in de andere: grote delen van Charleroi zijn vervallen, art nouveau-panden worden amper onderhouden en veel winkels staan leeg.

Maar loop een paar meter verder en je ziet precies waar de bezem er al flink doorheen is gehaald. De kade langs rivier de Samber is opgeknapt en her en der verrijzen strakke, moderne gebouwen.

Mooi is Charleroi nog altijd niet, maar wat de stad mist aan klassieke schoonheid, maakt ze goed met haar rauwheid en potentie. Want het is een verademing om rond te lopen op een plek waar nog niet alles keurig is aangeharkt, waar straatkunstenaars de vrije hand krijgen en waar de geesten van het industriële verleden zich niet zomaar weg laten jagen. Het is goed mogelijk dat het lelijke eendje van België over enkele jaren tot hippe hotspot wordt verkozen. Dus wie een trendsetter wil zijn, grijpt nu zijn kans.

 

Miniatuurvoorbeeld

Nieuw leven in afgedankte kantoren
Dit in 2017 geopende cultureel centrum is een uitstekend voorbeeld van de stadsvernieuwing in Charleroi. Gelegen langs de gerenoveerde kade heeft het voormalige bankgebouw een andere functie gekregen. Naast een arthouse-bioscoop is er in de kelder is een ruimte ingericht om te gamen.

Geen cliché shooting games, maar bijzondere spellen die rondom een wisselend thema gekozen worden. Spelen is gratis, want het centrum wil toegankelijk zijn, zodat iedereen zich welkom voelt. Ook de kleintjes die op woensdagmiddag hun opa en oma willen leren gamen.

Quai10 bevat daarnaast ook een restaurant met terras. Een fijne plek om te eten of om aan een cocktail te nippen. Wie liever een lokaal biertje probeert, kan een straatje verder naar La Manufacture Urbaine, een brouwerij in een oude videotheek. Hier worden acht biertjes gebrouwen, die allemaal op tap verkrijgbaar zijn. De bar is erg populair bij de lokale bevolking, zeker in de weekenden wanneer er live-muziek te horen is. Dan wordt er op straat gepraat, gelachen en geproost.

 

Miniatuurvoorbeeld

Museum voor Fotografie
Dit fotomuseum is op zichzelf al reden genoeg voor een bezoek aan Charleroi, want in zowel omvang als collectie - 80.000 foto's en 3 miljoen negatieven - doet het Musée de la Photographie vele andere musea in Europa verbleken. Een voormalig karmelietenklooster, uitgebreid met een moderne uitbouw, biedt ruim 2200 m² aan tentoonstellingsruimte, die uitstekend wordt benut. Naast een wandeling door de geschiedenis van de fotografie, waarbij veel iconische beelden uit zowel de 19e als 20ste eeuw getoond worden, zijn er wisselende exposities.

Tot half september toont het museum foto's van Liliane Vertessen, bekend van haar erotische zelfportretten. Van totaal andere aard is de tentoonstelling Entrechats, waarin katten de hoofdrol spelen. Wie even bij wil komen van alle prachtfoto's van grootheden als William Klein, Weegee, Cindy Sherman en Stephan van Fleteren, kan terecht in het museumcafé dat uitkijkt op de fraaie tuin.

 

Miniatuurvoorbeeld

Wandeling langs verlaten fabrieken
Charleroi trekt veelt urban explorers aan: mensen die graag leegstaande panden in klauteren en fotograferen. Omdat het natuurlijk niet de bedoeling is om afgesloten fabrieken binnen te dringen, heeft het toerismebureau een compromis bedacht. Er is een fascinerende wandeling uitgezet waarbij je direct langs de roestige kranen en reusachtige fabrieken loopt. Daar hoef je geen uren voor te reizen, want dit industriële, dystopisch ogende landschap ligt op steenworp afstand van de binnenstad.

Het begint met een kort ritje met de metro, die je langs heel wat bijzondere streetart rijdt. Vanaf station Moulin is het vervolgens een kleine 5 kilometer teruglopen naar het centrum. Geen traditionele stadswandeling, maar juist daardoor zo boeiend. In een enkele fabriek zijn culturele initiatieven gestart, zoals concertzaal en club Rockerill. Maar veruit de meeste fabrieken staan er zwijgend en verroest bij. Onderweg valt ook nog het een en ander aan graffiti te ontdekken, waaronder mooie werken van Vlaams acteur Matthias Schoenaerts, die in zijn vrije tijd graag de spuitbus pakt.

De wandelroute is gratis te verkrijgen bij het Maison du Tourisme.

 

Miniatuurvoorbeeld

Belgische balletjes
De inwoners van Charleroi, de Caroles, zijn verzot op gehaktballetjes. Deze boulettes, veelal gesmoord in Belgisch bier, staan op vele menukaarten. Bij de onlangs geopende Meatball's Bar is het helemaal feest, want daar draait álles om de balletjes.

Een bucket of balls, soep met ballen en zelfs een ballwich. De ballen zijn er in vijf varianten met vijf verschillende sauzen om uit te kiezen. De lokale variant - de vitoulette - staat vast op de kaart, evenals de kipballetjes. Verder experimenteren de sympathieke eigenaren er lustig op los en wisselt het menu om de drie weken.

 

Miniatuurvoorbeeld

Mijnmuseum Le Bois du Cazier
Ten tijde van de industriële revolutie was Charleroi een van de belangrijkste economisch centra van België. De steenkoolmijnen bezorgde de streek de bijnaam 'het zwarte land'. Eén van die mijnen, het Bois du Cazier, staat nu op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Het terrein wordt omringd door terrils: steenkoolafvalbergen, die van binnen nog in brand staan en een grote stempel op het landschap drukken.

Het museum doet je op je blote knietjes danken dat je niet zelf in een mijn steenkool hoeft los te beuken, want naast benauwd, donker en ontzettend ongezond, was de noeste arbeid die de mijnwerkers leverden ook nog eens levensgevaarlijk. In 1956 vond op deze plek een grote ramp plaats waarbij 226 mijnwerkers om het leven kwamen. De gids kan úren over de mijnramp vertellen, maar het is ook mogelijk om met een audiotour over dit goed onderhouden stukje industrieel erfgoed te lopen.

Dit reisverslag kwam tot stand in samenwerking met Wallonië België Toerisme.
Meer informatie over Charleroi vind je hier.

 

Bron • RTL Z/ Kita van Slooten