Ondernemen

Politicus Lubbers lag als ex-ondernemer onder een vergrootglas

Mathijs Smit • 15 februari 2018 15:49 @Mathijs__Smit

Politicus Lubbers lag als ex-ondernemer onder een vergrootglas
Lubbers bezoekt toenmalig minister-president Sheik Saad Abdullah Al-Sabah in Koeweit in 1984 Beeld © ANP

Gisteren overleed Ruud Lubbers, de langstzittende premier van Nederland. Lubbers was, voordat hij de politiek in ging, ook ondernemer. Als politicus had hij daar echter niet alleen voordeel van.

Ruud Lubbers (1939-2018) groeide op als zoon van een ondernemer. Zijn vader Paul was aanvankelijk directeur van het staalconstructiebedrijf Hollandia in Krimpen aan den IJssel, een dochterbedrijf van aannemersconcern Ballast. Halverwege de jaren vijftig kwam het bedrijf door een managementbuy-out in handen van de familie.

Leiding over familiebedrijf

Ruud ambieerde een wetenschappelijke carrière, maar omdat zijn vader al in 1963 overleed moesten hij en zijn broer Rob op jonge leeftijd de leiding over het familiebedrijf overnemen. Lubbers was toen 24. Begin jaren zeventig kochten de broers de rest van de familie uit.

Na twee jaar als directie-secretaris werd Lubbers in 1965 benoemd tot directeur, onder meer belast met personeelszaken en contacten met de vakbonden. Ook werd Lubbers dat jaar voorzitter van de organisatie van jonge katholieke werkgevers.

Geen prototype ondernemer

Zijn voorganger bij de werkgeversvereniging omschreef Lubbers ooit als een directeur die op afstand van zijn bedrijf stond. "Helemaal niet het prototype van een ondernemer (...) Ruud voelde zich meer betrokken bij de onderhandelingen over de metaal-cao, dan bij de brug die zijn bedrijf probeerde te verkopen."

Samen met zijn zijn broer wist hij Hollandia te laten uitgroeien uit tot een bedrijf met duizend werknemers en een omzet van 60 miljoen gulden in 1973.

Overstap naar politiek

Dat jaar stapte Lubbers over naar de politiek. Voor de KVP werd hij minister van Economische Zaken in het kabinet Den Uyl. Na een aantal jaar in de Tweede Kamer was hij tussen 1982 en 1994 minister-president, de langstzittende premier van Nederland.

Als politicus had Lubbers niet alleen voordeel van zijn achtergrond als ondernemer. Zijn besluit om zijn zakelijke belangen bij zijn overstap naar Den Haag onder te brengen in een stichting om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen, bleek niet altijd effectief.

In opspraak

Zo raakte Lubbers in 1976 al in opspraak, omdat zijn familiebedrijf Hollandia met staatssteun delen van het kwakkelende bouwconcern Nederhorst wilde overnemen. Het kabinet was nauw betrokken bij de redding van de werkgelegenheid door de overname door een bedrijf dat (op afstand) deels in handen was van de minister van Economische Zaken. Dat kwam Lubbers op veel kritiek te staan. Uiteindelijk ging de overname met staatsteun door.

Twee jaar later volgde de zogenoemde R3-affaire, over fiscale voordelen die Lubbers en twee van zijn broers hadden genoten bij onroerend goedtransacties. Hij betaalde het voordeel terug, maar de imagoschade bleef.

In 1986 verschenen berichten dat staalconstructiebedrijf Mercon, voor bijna de helft in handen van Lubbers' familiebedrijf, gebruik zou hebben gemaakt van koppelbazen en zwartwerkers. De PvdA eiste opheldering, maar uiteindelijk stelde het Openbaar Ministerie geen onderzoek in.

Onbetaalde rekening

De bekendste affaire was wel de Koeweit-kwestie in 1989. Toen bleek dat Lubbers zich als minister-president had ingespannen om een door de oliestaat Koeweit onbetaalde rekening aan zijn familiebedrijf betaald te krijgen. Ook tijdens een bezoek van Lubbers aan Koeweit in 1984 had de kwestie al geleid tot vragen over mogelijke vermenging van privé- en staatsbelangen.

Alle affaires waarbij zijn achtergrond als ondernemer een rol speelden, leidden tot imagoschade. Maar in geen van de gevallen was de schade zo groot, dat hij moest opstappen. Dat er getwijfeld werd aan zijn integriteit raakte Lubbers diep. Herhaaldelijk overwoog hij om zijn politieke carrière aan de wilgen te hangen.

Terug naar familiebedrijf

Na zijn vertrek uit de Haagse politiek kreeg Lubbers de zeggenschap over zijn aandelen in het familiebedrijf terug. In 1995 werd hij ook benoemd tot commissaris bij Hollandia, dat inmiddels was omgevormd tot een beursgenoteerde participatiemaatschappij.

Na een fusie van Hollandia Industriële Maatschappij met het Rotterdamse havenbedrijf Furness in 1996 slonk het belang van de familie Lubbers in het beursgenoteerde bedrijf tot 15 procent.

De oorspronkelijke staalconstructiebedrijven Hollandia en Kloos werden in stappen uit het beursfonds overgeheveld, en kwamen weer rechtstreeks in handen van de familie Lubbers. Dat zijn ze nog steeds.


Lubbers als commissaris van Hollandia tijdens de aandeelhoudersvergadering in 1996

Bron • RTL Z

Gerelateerde artikelen