Ondernemen

Zweedse auto's gaan op hout rijden, dankzij Nederlandse vinding

16 september 2019 11:42

Gerhard Muggen. Beeld © Koolhoven & Partners.

Dankzij een Nederlandse vinding rijden er vanaf 2021 auto's in Zweden rond op brandstof gemaakt van houtafval. De Twentse onderneming BTG-BTL gaat samen met het wereldwijde olie- en gasbedrijf TechnipFMC een fabriek bouwen waar van houtresten bio-olie wordt gemaakt.

Die olie wordt vervolgens in een raffinaderij verwerkt tot brandstof. Eén fabriek kan jaarlijks 35.000 tot 40.000 ton houtafval per jaar verwerken, zegt Gerhard Muggen, managing director bij BTG-BTL. "Dit gaat genoeg opleveren om 15.000 gezinsauto's een jaar lang op biobrandstof te laten rijden."

Op termijn bouwen BTG-BTL en partner TechnipFMC er nog drie fabrieken bij. "Die order is al binnen, maar we weten nog niet wanneer de andere fabrieken geopend worden. Het duurt waarschijnlijk geen jaren, de interesse in de nieuwe bio-olie neemt toe."

'Auto's rijden er prima op'

Het bedrijf van Muggen ontwikkelde een techniek om biomassa naar bio-olie om te zetten. "We hebben echt jaren gedaan over deze fase. Op kleine schaal is het al getest, die auto's rijden prima."

Hij was op zoek naar een raffinaderij die de techniek op grote schaal in wilde zetten. "Die is nu gevonden."

Houtsnippers

De fabriek waar de houtsnippers omgezet worden in bio-olie komt naast een houtverwerkingsbedrijf te staan, op zo'n 170 kilometer afstand van Stockholm. "Je moet de fabriek daar bouwen waar de afvalstromen vrij komen."

De raffinaderij van oliemaatschappij Preem staat aan de andere kant van het land, in Lysekil aan de Zweedse westkust. Maar olietransport is minder belastend voor het milieu dan het transport van biomassa, aldus Muggen.

Zijn bedrijf haalde dit voorjaar een grote order binnen. In Finland gaat het voor 25 miljoen euro een bio-oliefabriek bouwen. Een mooi resultaat van 'tien jaar hard bikkelen', liet hij RTL Z toen weten. Een eerdere poging in het buitenland was mislukt.

Zoektocht naar alternatieven

Technici van over de hele wereld zoeken al decennia naar alternatieven voor milieuonvriendelijke benzine en diesel. De laatste jaren komen de zaken in een stroomversnelling. Er zijn kortweg vier kampen die er toe doen.

Het ene kamp houdt zich bezig met de productie van elektrische auto's. Tesla is hier een goed voorbeeld van, maar ook fabrikanten als Volkswagen (e-up) en Kia (soul ev) brengen e-cars op de markt.

Lightyear en waterstof

Het tweede kamp gelooft in auto's die worden aangedreven op zonne-energie. In juni werd de Lightyear One gepresenteerd. De elektrische auto is door oud-studenten van de Technische Universiteit Eindhoven ontwikkeld. De zonnepanelen zijn verwerkt in het dak en de motorkap. De auto zou een actieradius van 700 kilometer hebben.

Een derde kamp ziet toekomst in waterstofauto's. BMW en Toyota zetten zelfs in op twee paarden. De bedrijven hebben elektrische auto's op de markt gebracht, maar ontwikkelen ook auto's die op waterstof rijden. De X5-variant van BMW moet bijvoorbeeld in 2022 op de markt komen, de Toyota Mirai bestaat al.

Zeewier, stro en restafval

Het vierde kamp bestaat uit spelers als BTG-BTL. Deze bedrijven geloven in biobrandstof. Bij het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) in Petten, onderdeel van TNO, wordt in een splinternieuw laboratorium bijvoorbeeld geëxperimenteerd met biobrandstof uit zeewier. 

Ook op het gebruik van landbouwgewassen als brandstof is echter kritiek omdat er grond wordt gebruikt die ook voor het verbouwen van voedsel nodig is. Zo wordt het gebruik van palmolie als biobrandstof zelfs verboden, aangezien hiervoor massaal tropisch regenwoud moet worden gekapt.

Volgens Gerhard Muggen van BTG-BTL, is het grote voordeel van zijn vinding dan ook dat het om 'biobrandstof van de tweede generatie' gaat. Het gaat dan om brandstoffen die van restproducten van bestaande grondstoffen zoals houtsnippers, stro en restafval.

Zo werkt het:

BTG Bioliquids gebruikt een techniek genaamd pyrolyse om natuurlijke restproducten om te zetten in olie. Die techniek werd zo'n dertig jaar geleden ontdekt door wetenschappers aan de Universiteit Twente.

Als grondstof voor pyrolyse kun je bijvoorbeeld houtsnippers gebruiken van een zaagfabriek, maar ook gemaaid bermgras, stengels van maisplanten of andere plantaardige restproducten.

Die grondstoffen worden zonder zuurstof verhit tot ongeveer 500 graden Celsius, waardoor bio-olie ontstaat. In feite wordt hiermee in enkele seconden een proces voltooid waar de natuur miljoenen jaren over zou doen.

Bron • RTL Z