Ondernemen

Waarom Flying Tiger wél groeit in de winkelstraat

Karin Husslage • 14 april 2016 18:03 @karinhusslage

Beeld ©

Waar veel winkelketens het moeilijk hebben, rukt Flying Tiger steeds verder op in de Nederlandse winkelstraten. De ‘leukespullenwinkel’ opent in mei haar 19e vestiging en zoekt naar meer panden. We spraken met de Nederlandse directeur Annemieke Degens Dil.

Degens Dil kwam in 2008 op vakantie in Denemarken de keten tegen en zag meteen een kans voor de Nederlandse markt. “Het is de Scandinavische simpelheid die in Nederland ook goed aanspreekt”, legt ze uit. “De Tiger-winkels zijn kleurig en licht, de prijzen zijn simpel en de winkels zijn transparant. Als je binnenkomt, heb je meteen overzicht waar je moet zijn.”

Ze zocht contact met de eigenaar; een week later zaten ze samen aan de koffie. Het klikte, en er werd een joint venture opgezet: Degens Dil en haar man bezitten 50 procent van de aandelen, de andere helft is in handen van het Deense bedrijf. Sindsdien opende de joint venture 18 winkels in Nederland; internationaal zit het bedrijf inmiddels in 28 landen, met meer dan 600 winkels.

Alles is giftable
Alle producten van Flying Tiger zijn eigen ontwerp; alles wordt in Denemarken ontworpen. Belangrijkste USP van de winkels: het assortiment wisselt snel. “Elke maand zijn er een paar honderd nieuwe producten, er is elke keer wel iets nieuws te zien.” Dat moet mensen enthousiast maken om elke keer weer even binnen te wippen. Retaildeskundige Kity Koelemeijer noemde Flying Tiger daarom eerder dit jaar al als goed voorbeeld in de sector: "Je gaat nooit met lege handen de deur uit."

Thumbnail

Het assortiment is breed, van speelgoed tot keukenspullen en van accessoires voor je telefoon tot zonnebrillen. “Alles wat we verkopen is giftable”, vat Degens Dil samen. “Of het nou voor jezelf is of iemand anders. We verkopen ook veel dingen waarvan je niet wist dat ze bestonden, maar die wel handig zijn, zoals een perforator waarmee je één gaatje kunt maken.”

Groei gaat te traag
Het aantal winkels komt volgende maand op 19, maar dat gaan er als het aan Degens Dil ligt nog veel meer worden. “We kunnen er misschien wel 40 of meer openen in Nederland. Maar we laten ons niet leiden door een strikt plan van hoeveel het er moeten worden, we laten ons leiden door de mogelijkheden die we zien.”

Het grootste obstakel voor verdere groei is het vinden van geschikte panden. “We zitten graag in oude binnensteden van grote steden, waar veel passanten langs komen en we een hoge omloopsnelheid kunnen hebben. Maar de winkels die we daar vinden zijn vaak te klein - we willen 200 tot 250 vierkante meter en opslagruimte voor pallets - of juist weer veel te groot”, legt ze uit. Lachend voegt ze toe: “De V&D-panden die vrijkomen zijn iets te ambitieus voor ons.”

Nooit aanbiedingen
Aan animo voor de winkels geen gebrek: de omzet groeit jaar op jaar, afgelopen jaar met zo’n 40 procent. Wat maakt dat de winkels zich onderscheiden van bijvoorbeeld een Hema of Xenos? “Dat vind ik lastig om te zeggen, ik kan alleen vertellen wat wij doen. We willen dat mensen het naar hun zin hebben in de winkel, dat ze in de winkel komen voor twintig minuten plezier. Het gaat niet alleen maar om commercieel met mensen omgaan. We vinden het bijvoorbeeld fijn als mensen een gekke bril opzetten en een selfie maken in de winkel.” Dat uit zich in veel aandacht voor muziek, netheid en inrichting, en personeel wordt uitgezocht op karakter in plaats van cv.

Afprijzen doet de winkel niet. De producten hebben allemaal ronde prijzen en veranderen nooit. Dat is fijn voor de onderneming, maar vooral ook voor de klant. “Je betaalt nooit teveel bij ons. Of je nou de eerste of laatste klant bent, je betaalt altijd dezelfde prijs. De goede prijs.”

Nieuwe naam: Flying Tiger Copenhagen
Dit jaar krijgt het bedrijf internationaal een nieuwe naam: Flying Tiger Copenhagen. “De winkels heten verschillend in verschillende landen, omdat de oorspronkelijke naam Tiger niet overal gevoerd kan worden”, vertelt Degens Dil. “Deze naam kan overal gebruikt worden, dus die ga je zien vanaf juni.”

Op de wenslijst voor Nederland staan vestigingen in Alkmaar, Maastricht en Zwolle, en op termijn ook een webwinkel (‘daar wordt hard aan gewerkt op de achtergrond’). “Ik zie het als een extra: een manier waarop mensen nog makkelijker bij je terecht kunnen. Maar dat moment in de winkel blijft het belangrijkst, we willen mensen een uitje geven.”

Bron • RTL Z / Karin Husslage