Ondernemen

Waarom een marinier een theewinkel begon

Saskia van Huijgevoort • 12 maart 2017 11:57 @Saskia_vanH

Beeld © CiTea

Een marinier die een theewinkel begint: het klinkt als een onlogische stap. Maar voor Dio Buchner was het als vanzelfsprekend: "Thee is een sociaal smeermiddel: of we nou in Afghanistan bij stamhoofden op bezoek waren of in Noorwegen in de sneeuw een thermoskan deelden." Hoe een marinier ondernemer werd.

Buchner zette zestien jaar geleden zijn eerste stappen in het Korps Mariniers: de elitegroep binnen de zeemacht. "Wij zorgen er bijvoorbeeld voor dat een strand veilig is als er een schip aanlegt, bijvoorbeeld in de Oostkust van Somalië."

Hij deed missies over de hele wereld, waaronder twee keer in Afghanistan. "We beveiligden bijvoorbeeld stembureaus tijdens de verkiezingen. Om te horen hoe hoog de dreiging was, gingen we onder andere op bezoek bij lokale leiders."

En daar dronken ze altijd thee. "Ze boden ons ook geitenmelk aan, maar we waren bang dat we daar ziek van werden. Thee drinken kon wel, dus hoefden we hun eten niet af te wijzen", vertelt hij.

Thee om de gemoederen positief te houden

Buchner was het warme drankje ook dankbaar tijdens oefeningen in koude landen als Noorwegen of Zweden. "Het is daar soms -40 graden. Het enige wat dan warm is, is thee. Je deelt je thermoskan met je buddy, zodat je de tweede kunt bewaren voor later en deze langer warm blijft."

Zelfs in Caribisch gebied greep hij graag naar het drankje. "Op een gegeven moment ben je water zat. Dan doe je een theezakje in omgevingstemperatuur water, wat suiker erbij en kan je er weer even tegenaan

Bevangen door de thee op een plantage

In die regio raakte hij voor het eerst echt helemaal verslingerd aan de smakelijke blaadjes. "We waren in Sri Lanka en moesten lang wachten. Daarom pakten we een tuktuk naar een theeplantage. Op dat moment dacht ik er al over om wat met thee te gaan doen."

Tijdens een rondleiding van de eigenaar leerde hij waarom thee van de ene plantage anders smaakt, dan de andere. Zelfs als de plant hetzelfde is. "Ze planten bijvoorbeeld peperplanten en bepaalde bloemen in de buurt. Zo creëren ze een eigen smaak", vertelt hij.

"Die man vertelde dat we in Nederland de laagste kwaliteit thee drinken, bijvoorbeeld de theezakjes uit de supermarkt. Het is toch zonde dat we hier alle logistieke middelen en het geld hebben om de beste theeën te drinken, maar dat niet doen", overpeinst hij.

'Falen is geen optie'

Eenmaal terug in Nederland, nam hij daarom ontslag bij Defensie. Hij opende samen met zijn compagnon een jaar lang een winkel aan de Prinsengracht in Amsterdam: CiTea. "We mochten daar 12 maanden lang huren", vertelt hij.

Daarbij kwamen zijn marineskills van pas: "Mijn laatste functie was in de bataljonsstaf als adviseur van de commandant. Als we een operatie uitvoeren, kijken we altijd naar het 'most likely course of action' en 'the most dangerous'. Het gaat nooit zoals je denkt dat het gaat. Het is reëel dat je, als je buiten het kamp rijdt, een lekke band krijgt. Maar je kunt ook meteen buiten de poort aangevallen worden. 'No plan survives first contact with the enemy'. Je moet altijd een escape hebben."

Dus besloten hij en zijn compagnon alles zelf te financieren, zodat ze niet van de bank of investeerders afhankelijk waren "We hebben er al ons geld ingestoken, waardoor we het eerste jaar konden draaien zonder überhaupt één kop thee te verkopen." Dat was maar goed ook, want de eerste drie maanden liep het nog niet erg storm. "We gingen op zaterdagochtend open, maar niemand kwam binnen: alleen één van de buren. Ik kwam uit het korps en had geen idee van reclame maken."

'In de woestijn werkten we 120 uur per week, dan moet het hier ook lukken'

"Falen was geen optie", zegt hij. "In de Afghaanse woestijn werkten we 120 uur per week. Als het daar kan, dan moet het hier ook lukken, dacht ik." Na een interview in het Parool en het benaderen van alle buren, ging het balletje uiteindelijk toch lopen. 

Daarna liep het hard. Eén van de klanten had een lunchroom en vroeg of ze ook voor hun konden leveren. "We waren eigenlijk van plan om eerst drie jaar ervaring op te doen en dan horeca te benaderen. Maar dat liep anders. Inmiddels is CiTea verder gegaan als webwinkel en levert het onder andere aan vier en vijf sterrenhotels, de winkel van Chanel in de P.C. Hoofdstraat en de salons van kapper Rob Peetoom. "We proberen bedrijven te vinden die in de topcategorie meedoen", vertelt hij.

Thee met dezelfde hoeveelheid cafeïne als koffie

Inmiddels focust hij zich ook op kantoren, met een bijzonder product: thee die net zoveel cafeïne bevat als koffie. "Speciaal voor mensen die wel geen redbull of koffie drinken. We hebben ongebrande groene koffiebonen en Guarana aan earl grey toegevoegd. Koffiebonen krijgen hun smaak pas als ze gebrand zijn. Daardoor smaakt de thee niet heel erg naar koffie, maar heb je wel het cafeïnegehalte."

Al is hij inmiddels geen marinier meer, toch is hij nog steeds op een missie: "de beste thee ter wereld onder één dak brengen, voor niet te veel geld."

Bron • RTL Z