Carrière

Waarom studentenverenigingen cultureel erfgoed worden

Saskia van Huijgevoort • 26 augustus 2016 14:07 @Saskia_vanH

Waarom studentenverenigingen cultureel erfgoed worden
Beeld © ANP

Studentenverenigingen zijn vanaf nu officieel Nederlands erfgoed. Wat maakt die brallende groepen studenten zo bijzonder? En levert al die avonden drinken ook écht wat op in de toekomst?

De lijst met bekende namen op de pagina's van studentenverenigingen is onuitputtelijk. Een kleine greep: bijna het hele Koninklijk Huis zat bij het Leidse corps Minerva, net als Alexander Pechtold (D66), Morris Tabaksblad (CEO Unilever) en Guido van Woerkom (ANWB).

In Utrecht hingen historicus Maarten van Rossem, journalist Max Westerman en VVD-politicus Ed Nijpels bij USC in de 'kroeg' aan de bar. En het Rotterdamsch Studenten Corps kregen regelmatig bezoek van Philips-CEO Frans van Houten, cabaretier Drs. P en oud-Ajax-directeur Maarten Fontein.

Twee derde topfunctionarissen lid

Soms lijkt het erop dat wie succes wil hebben in het leven, zich dat al vroeg moet realiseren en aansluiting bij een studentenvereniging een vereiste is. Zes jaar geleden bleek uit onderzoek van TNS Nipo in opdracht van de Volkskrant dat ruim twee derde van invloedrijk Nederland was geweest van het corps of een andere studentenvereniging.

Uit een andere peiling, van NRC, blijkt dat een derde van de onderzochte topbestuurders oud-lid was van een vereniging. Vooral de leden van de Philips- en Heineken-top zouden heel wat biertjes weg hebben getikt op doordeweekse avonden.

Significant verschil tussen leden en niet-leden

Er is maar weinig onderzoek gedaan naar de vraag of dat toeval is of niet. De in april overleden socioloog Jaap Dronkers concludeert in een paper dat er 'significante verschillen' bestaan in het bedrijfsleven. Hij noemt studentencorpsen het functionele equivalent' van de Amerikaanse elite-universiteiten. Daarbij helpt het vooral om een bestuursfunctie bij het corps op je cv te hebben. En wie van adel is, heeft daarbij een nog iets grotere kans op een goede baan. 

Oud-corpsleden geven elkaar heus niet zomaar baantjes, maar lidmaatschap geeft je wel een subtiele voorsprong, verduidelijkt hij in NRC. "Stel, een slager heeft twee sollicitanten voor één baan. Er is maar één verschil: de een is mooi, de ander lelijk. U neemt de mooie in dienst. Als zij glimlacht en vraagt: mag het een onsje meer zijn, dan wordt er meer verkocht." Volgens hem is er onder oud-leden een algemeen idee dat hun verenigingsgenoten meer geleerd hebben. Niet onterecht, denkt hij zelf. “Als het niet waar was, zou dat idee intussen zijn weggesleten.”

Geen voordeel in de politiek

Dat voordeel geldt overigens niet voor alle sectoren: in de politiek valt dat wel mee. Dat blijkt ook uit het huidige kabinet: slechts drie leden overleefden de ontgroening. Staatssecretaris Sander Dekker zat bij het Gronings studenten corps, minister Stef Blok in dezelfde stad bij Albertus en minister Ronald Plasterk hief het glas bij het Leidse Augustinus.

Dat bevestigt het onderzoek van Dronkers. Wie de politiek in wil, kan zijn vrije tijd beter op een andere manier invullen. Er is alleen een kleine voorsprong te zien bij oud-bestuurders van corpsleden die ook aan de Amsterdamse VU of Nijmeegse Radboud universiteit hebben gestudeerd. Wie graag bij de overheid wil werken, lid is van een katholieke vereniging en een alfa-studierichting heeft gedaan, ziet zijn kansen bij de overheid daarentegen wel toenemen: zelfs met twintig keer.

Studentenverenigingscultuur op erfgoedlijst

Het gaat niet alleen maar om het netwerken, zeggen veel oud-leden. Belangrijker is dat je opgevoed wordt tot een 'fatsoenlijke burger'. Studentenverenigingen hebben zo hun eigen regels: niet met je rug naar de bar staan, geen smartphones en sportschoenen in de sociëteit en natuurlijk de beruchte ontgroening.

Het is belangrijk dat deze tradities bewaard blijven, schrijft het Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed Koninkrijk Nederland op de site. Met de benoeming tot erfgoed komt de studentenverenigingscultuur op dezelfde lijst te staan als ambachtelijk smeden, Sinterklaas en kantklossen.

De studentenverenigingen, die zichzelf hebben aangemeld, zijn blij met de vermelding. Maar anderen zal het een worst wezen, vanwege het superieure en arrogante imago dat de verenigingen hebben. Juist het maken van een onderscheid tussen leden en niet-leden maakt (indirect) deel uit van de cultuur.

Hoe het allemaal begon

Studentenverenigingen hebben een lange geschiedenis: ze zijn ontstaan na de Franse revolutie. "Deze periode maakte een einde aan de formele uitzonderingspositie van studenten, maar het besef om een aparte exclusieve groep te vormen, verdween niet", schreef Rob Hagendijk, hoofddocent Politieke Wetenschappen aan de Uva, in een boek over de opkomst en verval van de traditionele studentencultuur.

Sterker nog: door die revolutie en het sociaal-economische klimaat groeide de afstand van studenten tot de rest van de samenleving. Er was behoefte aan een apart clubje, waarin de elite in alle rust kon sporten, musiceren, filosoferen en drinken. "De vorming der corpora was hiervan de organisatorische uitdrukking."

Meer op rtlz.nl:

Bron • RTL Z

Gerelateerde artikelen