Business

Consument is snel uitgekeken: zo bouw je een succesvolle winkel

Paul le Clercq • 28 februari 2019 13:38 @Paul_le_Clercq

De Albert Heijn in Boxtel is door MVRO verbouwd. Foto: Michael Floor. Beeld © MVRO

Consumenten zijn sneller op iets uitgekeken en dat betekent ook dat fysieke winkels eerder op de schop moeten. Het interieur aanpassen kan een goed idee zijn, maar waar moet zo'n vernieuwing aan voldoen en wat zijn de trends?

"Nu zijn natuursteen en messing heel erg in, dat zie je in veel winkels terug, in combinatie met glas, hout en zachtere pastelkleuren. Ook zijn winkels nu ruim en is er veel licht in winkels", aldus Eef Luchies, die zich omschrijft als het creatief geweten van MVRO, een bedrijf dat winkels ontwerpt.

MVRO adviseert winkelbedrijven als ze willen groeien, verbouwen of een nieuw pand willen betrekken. In Nederland ontwerpt het bedrijf bijvoorbeeld voor  Albert Heijn, Coolblue, Domino’s Pizza, Hudson’s Bay en Lush. MVRO heeft ook vestigingen in België, Duitsland en Frankrijk en doet ook klussen in Scandinavië en Japan.

Wat wil de consument?

Luchies moet rekening houden met wat consumenten graag zien, anders spreekt het de klanten niet aan. Dat levert ook kopzorgen op. "Als je Sissi-Boy doet én Lush, waar maak je dan het onderscheid?", zegt Luchies.

Als je een ambachtelijk concept hebt, dan moet je ook ambachtelijke materialen gebruiken, zegt hij. Zo zie je in een versmarkt tegels, hout en staal en er staan kratjes met groenten, waardoor het lijkt alsof deze net van het land komen.

Straks wordt alles okergeel

Maar ja, er komt wel weer een tegenbeweging, denkt Luchies. Als je kijkt naar de VS, dan weet hij nu al hoe onze winkels er straks uit gaan zien. Hij ziet daar, vooral in de food retail, nu al een opleving van de stijl van de jaren tachtig, met plastic, fineer en de kleur okergeel.

Elke zoveel jaar veranderd architectuur en beeld van de concepten. Die bewegingen ontstaan meestal na verloop van tijd als de trendsettende ontwerp- en architectenbureaus weer een nieuwe stijl verzinnen, aldus Luchies. 

Sushibar

Wat winkelketens, vooral in levensmiddelen, nu verder vaak toepassen is dat winkels niet om de zoveel jaar in zijn geheel worden vernieuwd, maar dat slechts een deel van de vestiging op de schop wordt genomen.

Dat gebeurt dan wel met een grotere frequentie, waardoor een winkel uiteindelijk toch in zijn geheel om de zoveel jaar wordt vernieuwd. Zo kon bijvoorbeeld Albert Heijn in een aantal vestigingen een sushibar openen om te testen of dat loopt. Door die modulaire opbouw hoefde immers maar een stukje van de hele supermarkt te worden aangepast.

De sushibar bleek een succes, waarna Albert Heijn het concept kon uitrollen naar veel meer winkels.

Winkel lijkt op theater

Hierdoor hebben winkels wel iets weg van een theater, waarbij het decor snel kan worden aangepast, zegt Luchies.

Het mooist is het volgens hem als het 'decor' van dag tot dag kan verschillen. Op maandag tot en met woensdag kan een winkel dan het hoognodige aanbieden, terwijl van donderdag tot en met zondag meer kan worden ingespeeld op het weekend, als consumenten meer op vrije tijd zijn gericht. Je komt er dan niet alleen om iets te kopen, maar ook om bijvoorbeeld wat te eten of te drinken. In retailtermen heet dat blurring.

Uitproberen

Het is wel zaak dat zo’n gedeeltelijke verbouwing van de winkel snel wordt uitgevoerd, legt Luchies uit. "Als het geen succes was geworden, dan had de formule van een sushibar makkelijk weggegooid kunnen worden en zou Albert Heijn een andere proef hebben kunnen doen, zoals schepijs in de zomer, om maar iets te zeggen."

Winkels worden trouwens ook aangepast aan geografische behoeften. Bijvoorbeeld met eten. In steden als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag is er ruimte voor het thuisbezorgen van eten en voeding die je thuis meteen kunt opeten. In een plaats als Veenendaal zal de nadruk bijvoorbeeld meer liggen op het thuis klaarmaken van eten, zegt Luchies.

Ace & Tate

Een project waar hij trots op is, is dat van Exquisite op Schiphol: een winkel voor wijn en drank. De eisen zijn voor winkels op Schiphol zo enorm hoog, reizigers moeten er heel snel iets kunnen kopen en er is veel concurrentie van andere winkels, aldus Luchies.

Een ander mooi voorbeeld vindt hij dat van Ace & Tate. De opticien begon eerst online, maar wilde ook fysieke winkels hebben. Uiteindelijk bleek Ace & Tate namelijk net als Coolblue fysieke winkels nodig te hebben voor de optimale service. Ace & Tate heeft de markt goed opgeschud waardoor opticiens nu niet meer kunnen stilstaan, zegt Luchies.

Bron • RTL Z / Paul le Clercq