Business

Financiële sector werkt samen bij meting CO2-uitstoot

Katja Keuchenius • 20 december 2017 18:27 @katjakeuchenius

Piet Sprengers is hoofd duurzaamheid bij ASN bank. Beeld © ASN Bank

Hoe wordt de CO2-uitstoot van financiële investeringen gemeten? Te oneenduidig, vonden twaalf grote financiële instellingen uit Nederland. Ze ontwikkelden daarom samen een methode om eindelijk eens op dezelfde manier te meten.

Ja, er bestaan al heel veel organisaties die de uitstoot van CO2 meten. Veel te veel zelfs, vindt Piet Sprengers, hoofd duurzaamheidsbeleid van de ASN bank. “Dat zijn allemaal losse initiatiefjes die verschillende uitkomsten hebben en dan weer met elkaar gaan concurreren. Daar wilden wij dus vanaf.”

Open source

De afgelopen jaren werkte ASN Bank met elf andere grote financiële instellingen uit Nederland aan een methode die, hoopt Sprengers, wel breed gedragen kan worden. Het rapport van deze samenwerking - Platform Carbon Accounting Financials (PCAF) - maakte hij dan ook open source, voor iedereen toegankelijk, onder andere hier.

Het kostte heel wat tijd om het rapport te maken. Alleen al vanuit ASN Bank waren er drie mensen mee bezig. “Niet fulltime, maar wel het grootste deel van hun tijd”, zegt Sprengers. En ASN bank was maar dus maar een van de twaalf meewerkende instellingen.

Grote Nederlandse spelers

Met de klimaatconferentie in Parijs als aanleiding kreeg ASN elf andere grote Nederlandse spelers aan tafel. Het waren banken (ABN AMRO, ASN Bank, Triodos Bank en de Volksbank), pensioenfondsen (PMT en PME), vermogensbeheerders (ACTIAM, Achmea Investment Management, APG, MN en PGGM) en ontwikkelingsbank FMO.

"Het hadden er ook niet meer moeten worden", zegt Sprengers. "Als je vijftig mensen om tafel zit, is het praktisch niet meer werkbaar. We hebben dus niet zitten leuren om zoveel mogelijk partijen, maar zeiden: 'wacht maar tot wij met het rapport komen. Dan kun je reageren en mag je het gebruiken'."

Bottom up

Ze wilden ook niet te ingewikkeld doen. Sprengers: "Een beetje bottom-up, met partijen die al in de materie zitten en die daar vanuit Nederland samen aan kunnen werken. Dan zien we daarna wel weer verder wie het oppakt."

Tien tot twaalf man die meededen, deelden zich in in werkgroepen. Elke groep boog zich over een tak waar bijvoorbeeld nog geen meetmethode voor bestond. "Hypotheken, staatsobligaties, projectfinancieringen", noemt Sprengers op.

Ratingbureau's

Tot nu toe is bijna alleen de uitstoot van hele bedrijven te achterhalen. Die data kunnen banken en pensioenbeheerders kopen van ratingbureau’s of dataleveranciers. Zij berekenen dat met bedrijfsgegevens die door de bedrijven zelf worden aangeboden.

Maar is dat wel betrouwbaar? "Ja, die ratingbureau’s zijn natuurlijk ook niet gek", zegt Sprengers. "Als een bedrijf bepaalde cijfers niet geeft, gaat een ratingbureau het zelf inschatten. De volgende keer levert het bedrijf die data dan liever zelf."

Hoe ver meet je door?

Een probleem is wel dat de gegevens niet volgens alle bureau’s hetzelfde zijn. Dat lijkt voor een buitenstaander ook wel logisch, want hoe meet je de CO2? Hoe ver trek je de impact bijvoorbeeld door?

Miniatuurvoorbeeld

Arie Koornneef, directeur van ASN Bank (links) en Marcel Beukeboom, de Nederlandse Klimaatgezant (rechts). 

"Dat was steeds de grote vraag. Dan kom je terecht in de scopes", zegt Sprengers. "Bij een woning valt onder scope 1 bijvoorbeeld de uitstoot in die woning zelf - denk aan een ketel die met aardgas wordt verwarmd. Scope 2 gaat over energie die je inkoopt. Daarvoor is elders, bij een elektriciteitsbedrijf, meer CO2 uitgestoten. Scope 3 gaat over het transport van en naar de woning."

Ketels en beton

Scope 1 en 2 zijn het belangrijkste in de net ontwikkelde methode. “Daar kun je als bank ook een directe rol in spelen”, zegt Sprengers. "Je kunt mensen adviseren om hun huis te isoleren of een energiezuinige ketel aan te leggen."  

Het rapport kijkt nauwelijks naar de materialen waarvan een huis gebouwd is, hoewel die flink bijdragen aan de CO2-uitstoot, erkent Sprengers. "Maar dat tel je niet mee bij de financiering van een woning. Dat telt mee als je investeert in de betonfabriek die die woning gebouwd heeft."

Windmolens fabriceren

De grote tekortkoming van beschikbare data over uitstoot is dat deze cijfers bijna alleen bestaan voor hele bedrijven. Banken willen ook weten hoe groot de impact is van een investering in een specifieke bedrijfsonderdeel of een hypotheek.

Sprengers noemt windmolenfabrikant Vestas als voorbeeld. "Voor het bouwen van windmolens gebruikt Vestas kunststof en staal, en de windmolens moeten getransporteerd worden", zegt Sprengers. "Een investering in Vestas heeft dus eigenlijk een negatieve impact op het klimaat."

Vergelijken

Dat is anders als een bank een windmolenproject financiert. “Dat levert juist geen emissie op, dus dat mag je als bank op een positieve manier aan jezelf toekennen." De nieuwe methode van PCAF splitst daarom de impact van een investering in windmolenfabrikant Vestas zelf af van een projectinvestering in bijvoorbeeld een nieuw windmolenpark van Vestas.

Heeft het ene geen invloed op het andere? "Jawel, het overlapt zeker", zegt Sprengers. "Maar dat is niet erg. Je wil een vergelijking kunnen maken: scoort dit bedrijf beter of slechter dan een concurrent op dit beleid? Daar zijn deze methodes nauwkeurig genoeg voor."

Onenigheid

PACF ontdekte tijdens het maken van hun rapport dat datakwaliteit van ratingbureau's veel beter kan. Sprengers: "Daar kunnen we niet zoveel aan doen. Maar we kunnen die bureau’s er wel op wijzen dat ze hun berekeningen op elkaar af moeten gaan stemmen, zodat het beter vergelijkbaar wordt."

De financiële instellingen van PACF hadden er wel eens onenigheid over: welke dataleverancier was nou het meest betrouwbaar? "Maar er is nooit met de vuist op tafel geslagen hoor", zegt Sprengers. Uiteindelijk is de samenwerking zelfs zo goed bevallen dat ze doorgaan. "De komende twee jaar bespreken we de problemen van de implementatie van onze methode."

Bron • RTL Z